ECLI:NL:RBDHA:2026:8336
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens prematuur ingediende ingebrekestelling bij asielaanvraag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen door de minister op zijn aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister ontving de aanvraag op 19 juli 2025 en diende uiterlijk binnen zes maanden, dus uiterlijk 19 januari 2026, te beslissen.
Eiser stelde de minister op 16 januari 2026 in gebreke, maar dit was nog binnen de beslistermijn. Volgens de Algemene wet bestuursrecht moet een ingebrekestelling pas worden gedaan nadat de beslistermijn is verstreken. Hierdoor is de ingebrekestelling prematuur en het beroep niet-ontvankelijk.
De rechtbank zag geen aanleiding voor een zitting en wees het beroep af zonder proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter R.J.A. Schaaf en griffier M.H.G.P. Tober op 2 april 2026.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te vroeg ingediende ingebrekestelling.