ECLI:NL:RBDHA:2026:8333
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens te vroege ingebrekestelling bij aanvraag verblijfsvergunning asiel Syrië
Eiser uit Syrië heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister ontving de aanvraag op 25 januari 2024 en moest uiterlijk binnen zes maanden beslissen. Door een besluitmoratorium voor Syrië, van 14 december 2024 tot 13 juni 2025, werd de beslistermijn verlengd met één jaar tot maximaal 21 maanden.
Eiser stelde de minister op 30 december 2025 in gebreke, maar de rechtbank oordeelde dat deze ingebrekestelling te vroeg was omdat de verlengde beslistermijn pas op 23 januari 2026 zou aflopen. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat het moratorium generiek was en geen rechtvaardigd vertrouwen op een eerdere beslissing kon wekken.
De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk en wees een proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd gedaan door rechter R.J.A. Schaaf en griffier M.H.G.P. Tober op 2 april 2026 in Utrecht.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te vroege ingebrekestelling en toepassing van het besluitmoratorium.