Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:8268

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
8 april 2026
Publicatiedatum
8 april 2026
Zaaknummer
NL25.48050
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in vreemdelingenrechtelijke verblijfszaak

De zaak betreft een geschil over het rechtmatig verblijf van verzoeker als gemeenschapsonderdaan in Nederland. De minister van Asiel en Migratie heeft op 28 maart 2025 vastgesteld dat verzoeker geen rechtmatig verblijf heeft sinds zijn hervestiging. Dit besluit is op 4 september 2025 bevestigd na bezwaar.

Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen dit besluit en tegelijkertijd een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend om het besluit tijdelijk te schorsen. De voorzieningenrechter heeft dit verzoek op 2 maart 2026 behandeld, waarbij ook de gemachtigde van de minister aanwezig was.

Op 8 april 2026 heeft de rechtbank uitspraak gedaan in de hoofdzaak (zaaknummer NL25.48049). Gezien deze uitspraak is een voorlopige voorziening niet meer noodzakelijk. Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek af en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.48050

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam], V-nummer: [nummer], verzoeker,

(gemachtigde: mr. H.A. Limonard),
en

de minister van Asiel en Migratie, de minister,

(gemachtigde: mr. J. Veendorp).

Procesverloop

1. Met het primaire besluit van 28 maart 2025 heeft de minister vastgesteld dat eiser sinds zijn hervestiging in Nederland geen rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan heeft gehad. Met het bestreden besluit van 4 september 2025 op het bezwaar van eiser is de minister hierbij gebleven. Eiser is het hier niet mee eens. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
1.1.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 2 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan heeft de gemachtigde van de minister deelgenomen.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL25.48049, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
2.1.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. F. Sijens, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van
mr.M. Veenstra - van der Veen, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
Openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.