Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:8263

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
9 april 2026
Publicatiedatum
8 april 2026
Zaaknummer
25_2002 en 25_2204
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1 WokArt. 34c WokArt. 35 WokArt. 3.1 WooArt. 3.3 Woo
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling invordering dwangsommen en openbaarmaking bij overtreding online kansspelen zonder vergunning

Eiseres bood online kansspelen aan zonder vergunning, wat een overtreding is van artikel 1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wet op de kansspelen (Wok). Na een last onder dwangsom opgelegd te hebben gekregen, werd vastgesteld dat eiseres opnieuw de last had overtreden via de website www.yuqibet.com, waarna dwangsommen werden verbeurd en ingevorderd.

Eiseres voerde aan dat zij technische maatregelen had getroffen om deelname vanuit Nederland te voorkomen en dat het gebruik van VPN door de toezichthouder de overtreding niet rechtsgeldig kon aantonen. Ook stelde zij dat de openbaarmaking van het invorderingsbesluit onrechtmatig was en in strijd met het vertrouwensbeginsel en zorgvuldigheidsbeginsel.

De rechtbank oordeelde dat eiseres onvoldoende had voorkomen dat vanuit Nederland kon worden deelgenomen, ook via VPN-gebruikers. Het gebruik van VPN door de toezichthouder was toegestaan en noodzakelijk voor toezicht. De dwangsommen waren terecht verbeurd en invordering was proportioneel. De openbaarmaking van het invorderingsbesluit was gerechtvaardigd vanwege het belang van transparantie en informatieverstrekking.

De beroepen van eiseres werden ongegrond verklaard, zij kreeg geen griffierecht terug en geen proceskostenvergoeding. De uitspraak bevestigt de strenge handhaving van de Wok en het belang van effectieve maatregelen door kansspelaanbieders om deelname vanuit Nederland te voorkomen.

Uitkomst: De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond en bevestigt de invordering van dwangsommen en de openbaarmaking.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummers: SGR 25/2002 en 25/2204

uitspraak van de meervoudige kamer van 9 april 2026 in de zaken tussen

[eiseres] , uit [vestigingsplaats] ( [land] ), eiseres

(gemachtigden: mr. M. van Weeren en mr. G.J.S. Pannekoek),
en

de raad van bestuur van de Kansspelautoriteit, verweerder

(gemachtigden: mr. K. Hollemans en mr. M.J. Reitsema).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank de beroepen van eiseres tegen een invorderingsbesluit en de openbaarmaking hiervan.
1.1.
Verweerder heeft bij besluit van 2 mei 2024 verbeurde dwangsommen ingevorderd (het invorderingsbesluit). Bij een afzonderlijk besluit van 2 mei 2024 heeft verweerder beslist tot openbaarmaking van het invorderingsbesluit (openbaarmakingsbesluit 1). Met het besluit van 4 maart 2025 (bestreden besluit 1) heeft verweerder beslist op de bezwaren van eiseres. Het beroep van eiseres tegen bestreden besluit 1 is geregistreerd onder nummer SGR 25/2002.
1.2.
Bij afzonderlijk besluit van 4 maart 2025 (bestreden besluit 2) heeft verweerder beslist tot openbaarmaking van bestreden besluit 1. Het bezwaar van eiseres tegen dit besluit is in behandeling genomen als een rechtstreeks beroep en geregistreerd onder nummer SGR 25/2204.
1.3.
Verweerder heeft op de beroepen gereageerd met een verweerschrift.
1.4.
De rechtbank heeft de beroepen op 20 januari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: mr. G.J.S. Pannekoek en de gemachtigden van verweerder.

Beoordeling door de rechtbank

Waar gaan de zaken over?
2.1
Eiseres beschikt niet over een vergunning voor het aanbieden van online kansspelen in Nederland. Op 8 maart 2022 heeft een toezichthouder van verweerder een website van eiseres (www.sons-of-slots.com) onderzocht. De toezichthouder heeft vastgesteld dat het mogelijk is om vanuit Nederland deel te nemen aan kansspelen die worden aangeboden via deze website en dat eiseres hiermee artikel 1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wet op de kansspelen (Wok) heeft overtreden. Verweerder heeft daarom op 17 augustus 2022 een last onder dwangsom aan eiseres opgelegd. De last houdt in dat eiseres binnen twee weken alle gelegenheid om vanuit Nederland deel te nemen aan kansspelen op afstand, waarvoor geen vergunning op grond van de Wok is verleend, moet beëindigen en beëindigd moet houden. Dit omvat het aanbieden van kansspelen via de door verweerder onderzochte websites en alle andere websites die in eigendom of beheer zijn bij eiseres. Doet eiseres dit niet, dan verbeurt zij een dwangsom van € 55.000,- per week tot een maximum van € 165.000,-.
2.2
Op 10 oktober 2022 is (na onderzoek van de websites www.sonsofslots.com, www.svenplay.com, www.wallacebet.com, www.lapilanders.com, www.onestepcasino.com, www.nucleonbet.com, www.bonusbet.com) vastgesteld dat eiseres aan de last heeft voldaan.
2.3
Een jaar later op 11 oktober, 25 oktober en 2 november 2023 is echter vastgesteld dat de website www.yuqibet com van eiseres vanuit een Nederlands IP-adres toegankelijk was en dat er daarnaast sprake was van meerdere kenmerken van gerichtheid op de Nederlandse markt. Daarom heeft zij volgens verweerder de last overtreden en zijn van rechtswege drie dwangsommen verbeurd ter hoogte van in totaal € 165.000,-. Omdat de verbeurde dwangsommen niet zijn betaald, is verweerder overgegaan tot invordering.
Wat zijn de regels?
3. De relevante regels zijn opgenomen in de bijlage bij deze uitspraak.
Wat vindt eiseres in beroep?
4.1
Eiseres voert aan dat zij het verbod van artikel 1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wok niet heeft overtreden. Verweerder legt dit verbod te ruim uit. Het verbod wordt pas overtreden als niet alleen kan worden deelgenomen aan kansspelen op een website, maar ook sprake is van gerichtheid op de Nederlandse markt. Daarvan is geen sprake. Verder heeft zij bij de website www.yuqibet com wel degelijk technische maatregelen getroffen om deelneming vanuit Nederland onmogelijk te maken. Zij heeft dezelfde geolocatie-technieken toegepast als bij de andere door verweerder onderzochte websites. Verweerder heeft bij zijn onderzoek echter gebruik gemaakt van een Virtual Private Network (VPN), waarmee het echte IP-adres wordt verborgen. Hiermee heeft verweerder de getroffen maatregelen geprobeerd te omzeilen en introduceert hij kunstmatige technische mazen. Met VPN-hulpmiddelen kan toegang worden verkregen, die een gemiddelde Nederlandse gebruiker, die zijn identiteit niet verbergt, niet heeft. Daarom mag niet worden verwacht dat het omzeilen van geo-blocking via anonimiseringstools wordt voorkomen. Dat, zoals verweerder stelt, de toezichthouder bij de hercontroles gebruik zou hebben gemaakt van een zelfgekozen Nederlands IP-adres met geolocatie Amsterdam staat niet vast. De geolocatietool die zij gebruikt las het gebruikte IP-adres door de toezichthouder als afkomstig uit de Verenigde Staten op het moment van het aanmaken van een account door de toezichthouder op 11 november 2023. De database van de door haar gebruikte geolocatietool moet steeds worden bijgewerkt met nieuwe “fictieve” met VPN gegenereerde IP-adressen. Bepaalde gaten in de herkenning zijn onoverkomelijk. Als de toezichthouder, met behulp van hetzelfde met VPN gegenereerde IP-adres vandaag zou proberen een account te registreren, zou dit door het systeem zijn verhinderd, omdat de database inmiddels is bijgewerkt en het gebruikte IP-adres is geregistreerd als afkomstig uit Nederland. Ook is zij ten onrechte aangemerkt als overtreder en is de overtreding haar niet te verwijten. Zij is niet de feitelijk of functioneel pleger. Het is verweerder die door het gebruik van een VPN en valse, onjuiste gegevens op de website vermeend heeft deelgenomen aan kansspelen en daarmee de “terms & conditions” van eiseres heeft geschonden. Daarbij blijkt uit de last niet duidelijk wat zij moet doen om de overtreding te beëindigen. Op 10 oktober 2022 heeft verweerder haar geïnformeerd dat zij de websites voldoende heeft aangepast. Dat zij opnieuw de Wok zou hebben overtreden heeft zij bij brief van 28 december 2022 betwist. Het had op de weg van verweerder gelegen om haar naar aanleiding van deze brief te voorzien van een nadere toelichting hoe zij de vermeende overtreding kon beëindigen. Gelet op de brief van verweerder van 10 oktober 2022 mocht zij erop vertrouwen dat de getroffen maatregelen afdoende waren. De invordering is daarom in strijd met het vertrouwensbeginsel. Verder is de handelwijze van verweerder bij het onderzoek naar de website in strijd met het zorgvuldigheidbeginsel en het beginsel van fair play. De bevoegdheid zoals opgenomen in artikel 34c van de Wok, waarbij de toezichthouder onder verstrekking van onjuiste of onvolledige gegevens met betrekking tot hun identiteit kan deelnemen aan kansspelen op afstand, is beperkt. Deze is niet bedoeld om door middel van een VPN een aanbieder van kansspelen op het verkeerde spoor te zetten. Door naast onjuiste en onvolledige gegevens ook nog gebruik te maken van een VPN, heeft verweerder excessief gehandeld. Volgens eiseres is de invordering ook niet evenredig. Zij heeft al hetgeen mogelijk is gedaan om overtredingen te voorkomen. Ook had verweerder haar na de eerste controle moeten informeren, zodat zij eventuele verdere verbeuring van dwangsommen had kunnen voorkomen. Verder is van belang dat zij zich vanaf de eerste berichtgevingen van verweerder welwillend heeft opgesteld om de mogelijke maatregelen te treffen. Verweerder heeft niet aangetoond dat sprake is van een ernstige overtreding en dat het invorderen van de dwangsommen van in totaal € 165.000,- proportioneel is.
4.2
Eiseres stelt zich daarnaast op het standpunt dat openbaarmaking in strijd is met de Wet open overheid (Woo), specifiek artikel 3.3, tweede lid, sub k, onder 5 en onder 6, van de Woo. Ondanks dat deze bepaling nog niet in werking is getreden, druist de openbaarmaking van het invorderingsbesluit in tegen de Wijzigingswet Woo en de bedoeling van de wetgever in het kader van het openbaar maken van beschikkingen houdende bestuursrechtelijke bestraffende sancties en herstelsancties. Het openbaar maken van het invorderingsbesluit valt niet binnen de taak van het betrokken bestuursorgaan. Verder voorziet het openbaarmakingsbeleid van verweerder niet in het openbaar maken van invorderingsbesluiten. Met openbaarmaking is ook geen enkel maatschappelijk belang gediend.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
Zijn de dwangsommen verbeurd?
5. Het besluit waarbij verweerder aan eiseres de last onder dwangsom heeft opgelegd staat in rechte vast. Alleen in uitzonderlijke gevallen kunnen in de procedure tegen de invorderingsbeschikking met succes gronden naar voren worden gebracht die tegen de last onder dwangsom naar voren gebracht hadden kunnen worden. Een uitzonderlijk geval kan bijvoorbeeld worden aangenomen als evident is dat er geen overtreding is gepleegd of betrokkene geen overtreder is. [1] Ter beoordeling staat of de dwangsommen van rechtswege zijn verbeurd.
5.1
De rechtbank overweegt dat eiseres in een bezwaarprocedure tegen de last had kunnen aanvoeren dat geen sprake is van gerichtheid op de Nederlandse markt en dat daarom artikel 1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wok niet is overtreden. Niet evident is dat eiseres geen overtreding heeft gepleegd. Overigens heeft verweerder zich naar het oordeel van de rechtbank terecht op het standpunt gesteld dat sprake was van meerdere kenmerken van gerichtheid op de Nederlandse markt, zoals het rechtstreeks vanaf een Nederlandse bankrekening kunnen betalen met iDEAL en met de valuta Euro.
5.2
Aangezien de last vermeldt dat eiseres alle gelegenheid moet beëindigen en dat dit geldt voor al haar websites, was het voldoende duidelijk dat zij ervoor moest zorgen dat het niet mogelijk was om vanuit Nederland deel te nemen aan kansspelen op afstand, ook op de niet eerder gecontroleerde websites. Voor zover het voor eiseres niet duidelijk was hoe zij precies aan de last moest voldoen en welke maatregelen zij daarvoor moest nemen, had zij dat kunnen aanvoeren in een bezwaarprocedure tegen het besluit waarbij de last onder dwangsom is opgelegd. De stelling van eiseres dat het op de weg van verweerder ligt om haar te voorzien van een nadere toelichting hoe zij de vermeende overtreding kon beëindigen, slaagt reeds daarom niet.
5.3
De rechtbank overweegt dat van eiseres mag worden verwacht dat zij voorkomt dat spelers met een Nederlands IP-adres, ongeacht of zij gebruik maken van een VPN, kunnen deelnemen aan de door haar aangeboden kansspelen. Daargelaten of het gebruik van VPN verder gaat dan het gedrag van een gemiddelde Nederlandse gebruiker, zijn er in de wet of de jurisprudentie geen aanwijzingen te vinden voor de conclusie dat eiseres niet verplicht zou zijn om de spelers uit te sluiten die zich in Nederland bevinden en gebruik maken van een VPN. De stelling van eiseres dat het technisch niet mogelijk is om te achterhalen dat iemand uit Nederland afkomstig is als diegene bij het inloggen een VPN gebruikt, volgt de rechtbank niet. Er bestaat software die kan herkennen dat een VPN wordt gebruikt en niet is komen vast te staan dat het in dat geval onmogelijk is om te achterhalen of sprake is van een Nederlands IP-adres. Zo zou er, als er niet direct wordt herkend dat het om een Nederlands IP-adres gaat, nader onderzoek kunnen worden gedaan of extra controles kunnen worden uitgevoerd. Op het moment dat wordt gesignaleerd dat iemand inlogt met een VPN moet in elk geval worden gekeken wat voor gegevens er verder zijn ingevuld. Ook wijst de rechtbank erop dat eiseres ervoor zou kunnen kiezen om helemaal niet toe te staan dat iemand met behulp van een VPN inlogt om zo te voorkomen dat er vanuit Nederland aan kansspelen op afstand wordt deelgenomen via haar websites.
5.4
Wat er ook zij van het voorgaande, de toezichthouder heeft in dit geval gekozen voor Nederlandse IP-adressen met locatie Amsterdam. Ook is bij het inloggen een adres in Den Haag vermeld. Eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat het voor haar desondanks niet mogelijk was te herkennen dat de toezichthouder gebruik maakte van een Nederlands IP-adres. Eiseres heeft niet onderbouwd dat de door middel van VPN gegenereerde IP-adressen op het moment van de hercontroles andere locaties zouden aantonen dan Nederland en pas later toebehoorden aan Nederland. Zoals hiervoor reeds overwogen, moet eiseres er als professionele aanbieder van online kansspelen voor zorgen dat zij gebruik maakt van effectieve software
.Eiseres heeft weliswaar gesteld dat bepaalde gaten in de herkenning van de herkomst van IP-adressen onoverkomelijk zijn, maar heeft dit niet onderbouwd. Daar komt bij dat de betaaldienstverlener waar eiseres gebruik van heeft gemaakt de door de toezichthouder gebruikte IP-adressen wel als afkomstig uit Nederland herkende en haar dienst gedeeltelijk in de Nederlandse taal heeft aangeboden. Het komt dan ook voor haar eigen rekening en risico dat de door haar gebruikte software het gebruikte IP-adres niet als afkomstig uit Nederland zou hebben herkend, omdat de database nog niet zou zijn bijgewerkt.
5.5
Er bestaat geen grond voor het oordeel dat het gebruik van een VPN door de toezichthouder in strijd is met artikel 34c, eerste lid, van de Wok. Een toezichthouder van de Kansspelautoriteit mag op grond van deze bepaling onjuiste of onvolledige gegevens met betrekking tot zijn identiteit verstrekken, voor zover dat voor de vervulling van zijn taken redelijkerwijs noodzakelijk is. De rechtbank acht het redelijkerwijs noodzakelijk dat een toezichthouder zijn IP-adres verhult om te controleren of een website toegankelijk is vanuit Nederland. Als bekend is welk IP-adres de toezichthouder gebruikt kan dit immers automatisch worden geblokkeerd. Aangezien de toezichthouder een IP-adres in Nederland heeft gekozen en een adres in Nederland heeft ingevuld, was van het bewust omzeilen van de door eiseres getroffen maatregelen geen sprake. Het gebruik van de valse gegevens ging niet verder dan noodzakelijk.
5.6
Nu de toezichthouder met een Nederlands IP-adres een spelersaccount heeft kunnen aanmaken, een storting heeft kunnen verrichten en deel heeft kunnen nemen aan kansspelen op de website yugibet.com is de last op 11 oktober, 25 oktober en 2 november 2023 overtreden.
5.7
Het betoog van eiseres dat zij niet kan worden aangemerkt als overtreder, slaagt niet. Eiseres heeft de overtredingen zelf feitelijk begaan doordat zij niet heeft verhinderd dat vanuit Nederland kon worden deelgenomen aan de door haar aangeboden kansspelen op www.yugibet.com.
5.8
De rechtbank komt dan ook tot de conclusie dat de dwangsommen zijn verbeurd.
Mocht verweerder overgaan tot invordering van de verbeurde dwangsommen?
6. Bij een besluit omtrent invordering van een verbeurde dwangsom moet aan het belang van de invordering een zwaarwegend gewicht worden toegekend. Een andere opvatting zou afdoen aan het gezag dat behoort uit te gaan van de oplegging van een last onder dwangsom. Alleen in bijzondere omstandigheden kan geheel of gedeeltelijk van invordering worden afgezien. [2]
6.1
De rechtbank acht de invordering van de dwangsommen niet onevenredig. De overtreding is eiseres te verwijten. Zij heeft er, zoals reeds besproken, niet alles aan gedaan om te voorkomen dat er vanuit Nederland werd deelgenomen aan de kansspelen die zij aanbiedt. Zij hoort er als professioneel kansspelaanbieder voor te zorgen dat het op geen enkele manier mogelijk is om vanuit Nederland deel te nemen aan kansspelen op afstand. Aan de brief van 10 oktober 2022 kon eiseres niet het gerechtvaardigd vertrouwen ontlenen dat zij - nu en in de toekomst - met al haar websites aan de last voldeed. Deze brief zag bovendien niet op de website www.yugibet.com. Verweerder heeft in de brief duidelijk meegedeeld dat de last zou blijven gelden. Verweerder heeft ter zitting toegelicht dat door werkdruk een tijd later pas hercontroles hebben plaatsgevonden. Ook heeft hij naar voren gebracht dat het gebruikelijk is dat, als wordt geconstateerd dat een website deelname aan kansspelen op afstand vanuit Nederland mogelijk maakt, er vervolgens op korte termijn nadere hercontroles plaatsvinden. Dat eiseres als gevolg van de snelle hercontroles pas na het verbeuren van alle dwangsommen op de hoogte is gesteld van de eerste verbeurde dwangsom leidt niet tot de conclusie dat verweerder in redelijkheid niet alle dwangsommen mocht innen. Eiseres had kunnen voorkomen dat zij dwangsommen zou verbeuren door aan de last te voldoen. Zij was hiervoor zelf verantwoordelijk.
Mocht verweerder het invorderingsbesluit openbaar maken?
7. Artikel 3.3, tweede lid, onderdeel k, onder 5o, van de Woo, dat sanctiebesluiten uitzondert van de actieve openbaarmakingsplicht voor bestuursorganen, is nog niet in werking getreden. Daarom moet worden beoordeeld of verweerder met toepassing van artikel 3.1 van de Woo mocht overgaan tot een spontane openbaarmaking van het invorderingsbesluit.
7.1
Het besluit tot het opleggen van een last onder dwangsom is genomen in het kader van een aan verweerder door de wetgever toegekende taak om toezicht te houden op de naleving van regelgeving en de daarmee samenhangende bevoegdheid om handhavend op te treden tegen overtreding van die regelgeving. Het past in het kader van deze toezichthoudende taak dat dwangsombesluiten worden gepubliceerd, zodat bekendheid wordt gegeven aan de wijze van uitvoering van deze taak en de consument wordt gewaarschuwd. Verweerder publiceert naast lasten onder dwangsom standaard ook de daarmee samenhangende invorderingsbesluiten. De rechtbank acht dat niet onredelijk. Dat invorderingsbesluiten niet specifiek genoemd worden in het openbaarmakingsbeleid, doet daar niet aan af.
7.2
In het geval van een voorgenomen spontane openbaarmaking op grond van artikel 3.1, eerste lid, van de Woo, is naast de beoordeling of de artikelen 5.1, eerste, tweede en vijfde lid, en 5.2 aan openbaarmaking in de weg staan en of met de openbaarmaking een redelijk belang wordt gediend, een nadere afweging van belangen geboden.
7.3
Er bestaat geen grond voor het oordeel dat de wetgever iedere actieve openbaarmaking van een bestuurlijke (bestraffende) sanctie bij voorbaat onevenredig benadelend acht. De uitzondering die in het nog niet geldende artikel 3.3, tweede lid, onderdeel k, onder 5o, van de Woo is opgenomen, leidt er na inwerkingtreding van deze bepaling namelijk alleen toe dat er geen algemene plicht bestaat voor het bestuursorgaan besluiten inzake de oplegging van een bestuurlijke sanctie actief openbaar te maken. Dat neemt niet weg dat het bestuursorgaan bevoegd blijft op grond van artikel 3.1 van de Woo om hier uit eigen beweging toe te besluiten. [3]
7.4
Eiseres heeft gesteld dat zij schade heeft geleden, maar heeft dit niet met concrete gegevens onderbouwd. De rechtbank is dan ook van oordeel dat verweerder het belang van transparantie en het verstrekken van informatie in redelijkheid zwaarder heeft kunnen laten wegen dan het belang van eiseres bij het voorkomen van schade. Verweerder mocht het invorderingsbesluit en de beslissing op bezwaar tegen dat besluit daarom publiceren op zijn website.

Conclusie en gevolgen

8. De beroepen zijn ongegrond. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Ook krijgt zij geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.M. de Wit, voorzitter, en mr. C.I.H. Kerstens-Fockens en mr. A.G.J. van Ouwerkerk, leden, in aanwezigheid van mr. M. de Graaf, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 9 april 2026.
griffier
voorzitter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Bijlage

Algemene wet bestuursrecht (Awb)
Artikel 5:32
1. Een bestuursorgaan dat bevoegd is een last onder bestuursdwang op te leggen, kan in plaats daarvan aan de overtreder een last onder dwangsom opleggen.
Artikel 5:33
Een verbeurde dwangsom wordt betaald binnen zes weken nadat zij van rechtswege is verbeurd.
Artikel 5:37
1. Alvorens aan te manen tot betaling van de dwangsom, beslist het bestuursorgaan bij beschikking omtrent de invordering van een dwangsom.
Wet op de kansspelen
Artikel 1
1. Behoudens het in Titel Va van deze wet bepaalde is het verboden:
a. gelegenheid te geven om mede te dingen naar prijzen of premies, indien de aanwijzing der winnaars geschiedt door enige kansbepaling waarop de deelnemers in het algemeen geen overwegende invloed kunnen uitoefenen, tenzij daarvoor ingevolge deze wet vergunning is verleend;
(…).
Artikel 34c
1. De ambtenaren en personen, bedoeld in artikel 34, eerste lid, zijn bevoegd tot deelname aan kansspelen op afstand als bedoeld in artikel 31, onder verstrekking van onjuiste of onvolledige gegevens met betrekking tot hun identiteit, voor zover dat voor de vervulling van hun taken redelijkerwijs noodzakelijk is. Zij brengen de organisator van die kansspelen daarbij niet tot andere overtredingen dan waarop diens opzet reeds was gericht.
Artikel 35
De raad van bestuur kan een last onder bestuursdwang opleggen wegens overtreding van de voorschriften vastgesteld bij of krachtens deze wet, met uitzondering van titel VA., paragraaf 2.
Wet open overheid
Artikel 3.1
1. Het bestuursorgaan dat het rechtstreeks aangaat, maakt bij de uitvoering van zijn taak uit eigen beweging de bij het bestuursorgaan berustende informatie neergelegd in documenten voor eenieder openbaar, indien dit zonder onevenredige inspanning of kosten redelijkerwijs mogelijk is, behoudens voor zover de artikelen 5.1, eerste, tweede en vijfde lid, en 5.2 aan openbaarmaking in de weg staan of met de openbaarmaking geen redelijk belang wordt gediend. Deze informatie betreft in ieder geval informatie over het beleid, inclusief de voorbereiding, uitvoering, naleving, handhaving en evaluatie.

Voetnoten

1.Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling), 24 september 2025, ECLI:NL:RVS:2025:4553.
2.Afdeling, 24 september 2025, ECLI:NL:RVS:2025:4553.
3.Afdeling, 18 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1532.