Eiseres maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om haar Ziektewetuitkering te beëindigen per 1 mei 2025. Nadat het UWV niet tijdig op het bezwaar had beslist, stelde eiseres beroep in bij de rechtbank Den Haag wegens het uitblijven van een beslissing.
De rechtbank constateerde dat het UWV de beslistermijn had overschreden en stelde vast dat in medische zaken waarbij een verzekeringsarts een beoordeling moet verrichten, een termijn van zes weken voor de medische beoordeling en drie weken voor het nemen van een besluit passend is, in totaal maximaal negen weken na verzending van de uitspraak.
De rechtbank legde het UWV op binnen deze termijn alsnog een beslissing te nemen en stelde een dwangsom vast van €100 per dag met een maximum van €15.000 bij overschrijding. Tevens werd het griffierecht en proceskosten aan eiseres toegekend. De uitspraak werd gedaan zonder zitting omdat het beroep kennelijk gegrond was.