ECLI:NL:RBDHA:2026:8232
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.R. van der Winkel
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen maatregel van bewaring wegens onvoldoende voortvarendheid uitzetting afgewezen
Eiser, van Algerijnse nationaliteit, werd op 10 maart 2026 de maatregel van bewaring opgelegd door de minister van Asiel en Migratie op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Eiser stelde dat de minister onvoldoende voortvarend handelde bij zijn uitzetting, mede omdat er geen tijdige communicatie met de Algerijnse autoriteiten zou zijn geweest en hij geen documenten bezit.
De rechtbank oordeelt dat de minister wel degelijk voldoende voortvarend heeft gehandeld. Er is op 13 augustus 2025 een laissez-passer-aanvraag gestart en sindsdien wordt maandelijks gerappelleerd, ook tijdens de strafrechtelijke detentie van eiser. Daarnaast zijn meerdere vertrekgesprekken gevoerd, hetgeen door eiser niet is betwist.
De rechtbank ziet geen aanleiding om de maatregel van bewaring onrechtmatig te achten en verklaart het beroep ongegrond. Tevens wordt het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.