Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV om haar Ziektewetuitkering per 25 maart 2025 te beëindigen. Nadat het UWV niet tijdig op het bezwaar had beslist, stelde eiseres beroep in wegens het uitblijven van een besluit. De rechtbank constateert dat het UWV de beslistermijn heeft overschreden en dat het beroep gegrond is.
De rechtbank verwijst naar eerdere uitspraken waarin is bepaald dat het UWV in medische zaken een termijn van zes weken krijgt om een medische beoordeling door een verzekeringsarts te verrichten, gevolgd door drie weken om een besluit te nemen, met een maximum van negen weken na verzending van de uitspraak. Gezien de structurele tekorten aan verzekeringsartsen en de noodzaak van een medisch advies, wordt dit als een bijzonder geval aangemerkt.
Het UWV heeft geen concrete datum voor de medische beoordeling kunnen geven, waardoor de volledige termijn van negen weken geldt. De rechtbank legt een dwangsom van €100 per dag op bij overschrijding, met een maximum van €15.000. Tevens wordt het UWV veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht en proceskosten van eiseres.
De uitspraak is gedaan zonder zitting en vernietigt het niet tijdig genomen besluit, met de opdracht aan het UWV om binnen de gestelde termijn alsnog een besluit op bezwaar te nemen.