3.3.Gebruikte bewijsmiddelen
De rechtbank heeft hierna opgenomen de wettige bewijsmiddelen met de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden.
Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door (een) daartoe bevoegde opsporingsambtena(a)r(en). Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, betreft dit de pagina’s van het proces-verbaal met het nummer PL1500- 2025112324, van de politie eenheid Den Haag, Dienst regionale operationele samenwerking (DH), afdeling infrastructuur (DH), Team verkeer (DH), met bijlagen (doorgenummerd p. 1 t/m 39) en het proces-verbaal FO verkeer (apart genummerd, p. 1 t/m 37).
1. Het proces-verbaal van aanrijding misdrijf, opgemaakt op 9 juli 2025, voor zover inhoudende (p. 2):
De aanrijding vond plaats op de Wateringsweg, gelegen binnen de bebouwde kom van de gemeente Delft, in de woonplaats Delft.
Betrokkene 1 [verdachte] reed als bestuurder van een personenauto van het merk Citroen, type Cl, kleur Grijs en voorzien van het kenteken [kenteken 1] over de Wateringseweg, komende uit de richting van de Vrijebanselaan. Delft.
Betrokkene 2 [slachtoffer] reed als bestuurder van een Bromfiets van het merk Sym, type Fiddle voorzien van het kenteken [kenteken 2] over de Wateringseweg, komende vanaf de Lange Kleijweg, Rijswijk.
Betrokken 1 [verdachte] reed niet zo veel mogelijk rechts en sneed de bocht af. Hij reed op de rijstrook voor het tegemoet komende verkeer en raakte met de linker voorzijde van zijn voertuig betrokkene 2 [slachtoffer] welke hem tegemoet kwam. [slachtoffer] kon een aanrijding niet meer voorkomen.
Op deze locatie geldt een maximum snelheid van 50 kilometer per uur. Ten tijden van de aanrijding was de weersgesteldheid droog en er was sprake van duisternis door de aflopende nacht.
2. Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 7 april 2025, voor zover inhoudende (p. 10):
Ik, verbalisant [verbalisant] , was op maandag 7 april 2025 omstreeks 05.50 uur, ter plaatse op de Wateringseweg te Delft.
Ter plaatse zag ik de bestuurder van de snorfiets liggen op de rijstrook, rijrichting vanaf Rijswijk naar Delft. Ik zag dat op dezelfde rijstrook de scooter van hem lag. Deze lag op circa 25 meter van het slachtoffer. Vlak naast de scooter stond de personenwagen. Ik zag dat deze op de rijstrook in de rijrichting naar Rijswijk stond.
Ik liep naar het slachtoffer, welk later bleek te zijn: [slachtoffer] .
Ik hoorde hem uitschreeuwen van de pijn. Ik zag dat hij verder roerloos op de grond bleef liggen. Ik zag dat zijn linker onderbeen geheel verdraaid ten opzichte van zijn bovenbeen.
Ik vroeg aan het slachtoffer of hij mij kon vertellen wat er gebeurd was. Ik hoorde hem zeggen dat hij op zijn scooter reed in de richting van Delft. Hij verklaarde aan mij dat er plots een personenwagen door de bocht kwam en dat deze geheel op de verkeerde weghelft reed en dat hij dus recht op het slachtoffer, welk op zijn eigen weghelft reed, afgereden kwam. Hierdoor ontstond een frontale aanrijding. Slachtoffer verklaarde op zijn eigen helft gereden te hebben en dat de auto spook reed.
3. Het proces-verbaal van verhoor van slachtoffer, opgemaakt op 21 mei 2025, voor zover inhoudende (p. 19):
V: Kunt u vertellen wat er volgens u gebeurd is waardoor het ongeval is ontstaan?
A: Vanaf het moment dat ik de Wateringseweg op rij, zag ik de tegenpartij al aan komen rijden. Ik zag de koplampen. Ik hield er al rekening mee dat er automobilisten zijn die de bocht afsnijden mijn kant op. Ik hield daarom al zo veel mogelijk rechts. Ik zie hem de bocht om komen, ik zag de koplampen en ik zag dat hij al op mijn weghelft reed. Ik weet dat ik van schrik nog in hield en meer weet ik niet.
V: Was er ter plaatse van het verkeersongeval openbare, of andere straatverlichting en brandde die?
A: Ja.
V: Had u verlichting aan door op het door u bestuurde voertuig?
A: Ja.
V: Met welke snelheid reed u tijdens het verkeersongeval?
A:In die bocht zit een brug dus daar ben ik alert, het zal ongeveer 25 km/u zijn geweest.
V:Wat was u plaats op de weg tijdens het verkeersongeval?
A:Dat was aan de rechtskant van mijn weghelft, tegen de belijning aan van de fietsstrook.
V: Wie is er volgens u verantwoordelijk voor het ontstaan van het verkeersongeval?
A: Hij, de tegenpartij. Toen ik de weg op reed zag ik hem al aan komen en hij moest mij ook wel zien. Hij reed met vier wielen op mijn weghelft.
4. Het proces-verbaal FO verkeer, opgemaakt op 25 juni 2025, voor zover inhoudende (apart genummerd, p. 9, 13, 35):
Wij zagen dat de Wateringseweg:
- op de plaats van het verkeersongeval een bocht naar links en naar rechts beschreef.
Wij zagen op de rijbaan van de Wateringseweg:
- Spoornummer 0: bandenspoor afgetekend door het linker voorwiel van de personenauto
De personenauto had gereden over de Wateringseweg, komende uit de richting van de Vrijenbanselaan en gaande in de richting van de Lange Kleiweg. De bromfiets had gereden over de Wateringseweg, komende uit de richting van de Lange Kleiweg en gaande in de richting van de Vrijenbanselaan. Kort voor de Kolenhavenbrug, gezien vanuit de rijrichting van de personenauto, kwam de personenauto, op de weghelft bestemd voor de bromfiets, met de linker voorzijde in botsing met de voorzijde van de bromfiets. Hierbij tekenden beide voertuigen banden- en krassporen af op het wegdek. Beide voertuigen kwamen tot stilstand op de Wateringseweg. Als gevolg van de botsing was de bestuurder van de bromfiets zwaargewond geraakt en overgebracht naar het ziekenhuis.
Uit ons onderzoek is gebleken dat de bestuurder van de personenauto zich niet op de juiste plaats op de weg bevond. Door ons kon worden uitgesloten dat beide bestuurders met hun voertuig geen verlichting voerden en daardoor slecht zichtbaar waren. Door ons kon worden uitgesloten dat een technisch defect bij beide voertuigen het verkeersongeval veroorzaakt had.
5. Het geschrift, te weten de letselbeschrijving [slachtoffer] , opgemaakt op 9 juli 2025 door [naam] , AIOS Forensische Geneeskunde, GGD Hollands Midden, voor zover inhoudende (p. 39):
Er was sprake van twee gebroken ruggenwervels (Th10 en L4), een breuk van het linker bovenbeen richting de linkerknie en rechterknie, letsel van de buitenste knieband, twee gebroken polsen, twee breuken in de linker enkel, meerdere breuken in de linker middenvoetsbeenderen, een gebroken linker grote teen en twee gebroken middenhandsbeenderen. Er zijn vijf operatieve ingrepen uitgevoerd opvier verschillende dagen (7, 11, 17 en 28 april 2025), waarbij voornamelijk botdelen van de breuken aan elkaar zijn vastgezet middels schroeven en platen. Daarnaast is de buitenste linker knieband opnieuw vastgezet en heeft amputatie plaatsgevonden van de linker grote teen. De herstelduur betreft minimaal 6 weken tot 3 maanden, met naar verwachting nog enkele weken tot maanden langer vanwege een revalidatietraject. Er zal géén volledig herstel plaatsvinden vanwege de amputatie van de linker grote teen. Bij het overige letsel bestaat een grote kans op volledig herstel. Er kan geen uitspraak worden gedaan over het volledig herstel van de breuken van de ruggenwervels. Dit is afhankelijk van de bijkomende klachten en individuele fysieke kenmerken van de betrokkene.
6. De verklaring van de verdachte, afgelegd op de terechtzitting van 23 maart 2026, voor zover inhoudende:
Ik denk dat ik te veel naar links ben uitgeweken. Ik heb de scooter niet gezien. Het ging echt in een flits van een seconde. Het enige dat ik weet is dat het gebeurde.