Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
tussenuitspraak van de enkelvoudige kamer van 7 april 2026 in de zaak tussen
[eiser] e.a., uit [plaats 1] , eisers
het college van burgemeester en wethouders van Alphen aan den Rijn,
[derde-partij], uit [plaats 2] (vergunninghouder)
Samenvatting
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
Het bevoegd gezag kan pas een omgevingsvergunning verlenen voor de activiteiten bouwen en/of het gebruiken van gronden en/of de activiteit handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening, met inachtneming van het volgende:
in het geval van nieuwbouw, uitbreiding of functiewijziging van gebouwen en/of voorzieningen, dient op eigen terrein te worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid en laad- en losvoorzieningen;
er is sprake van voldoende parkeergelegenheid en laad- en losvoorzieningen, indien:
voldaan wordt aan de normen in de beleidsregels die zijn neergelegd in de door het bevoegd gezag vastgestelde beleidsregels met betrekking tot het parkeren en laden en lossen, zoals die gelden op het tijdstip van indiening van de aanvraag omgevingsvergunning;
de parkeerplaatsen voldoen aan de verdere eisen (maatvoering en ontwerp) die zijn neergelegd in de door het bevoegd gezag vastgestelde beleidsregels met betrekking tot het parkeren, zoals die gelden op het tijdstip van indiening van de aanvraag omgevingsvergunning.”
5.2. Ook in het adresbesluit ziet de rechtbank geen aanwijzing voor met het bestemmingsplan strijdig gebruik. Het college heeft toegelicht dat het adresbesluit ambtshalve is genomen. Op zitting heeft het college desgevraagd geen verklaring kunnen geven voor het toekennen van huisnummers aan de hotelkamers. Voor de rechtmatigheid van het bestreden besluit is deze besluitvorming echter niet van betekenis. Het adresbesluit kan geen wijziging brengen in wat op grond van het bestemmingsplan en de omgevingsvergunning is toegestaan en vast staat dat wonen binnen de bestemming “Horeca” niet is toegestaan en dat dit ook niet wordt vergund. Omdat het adresbesluit ambtshalve is genomen, ziet de rechtbank ook geen grond voor het oordeel dat het college in dat besluit aanleiding had moeten zien om aan te nemen dat het bouwwerk zou worden gebruikt voor andere doeleinden dan die waarin de bestemming voorziet.