ECLI:NL:RBDHA:2026:8160
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toekenning proceskostenvergoeding wegens vertraagde besluitvorming machtiging voorlopig verblijf
Verzoeker diende beroep in tegen het niet tijdig beslissen van de minister op zijn aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf. Op 7 oktober 2025 nam de minister alsnog een besluit, waarna verzoeker zijn beroep introk en proceskostenvergoeding vorderde.
De rechtbank oordeelt dat de minister tegemoet is gekomen aan het beroep door alsnog te beslissen. Op grond van de Algemene wet bestuursrecht en het Besluit Proceskosten bestuursrecht kan de rechtbank in dat geval proceskosten toewijzen.
Gezien de lichte aard van de zaak en het inschakelen van een professionele hulpverlener, wordt een vast bedrag toegekend met een wegingsfactor van 0,5. De minister wordt veroordeeld tot vergoeding van €467,- aan proceskosten en het griffierecht.
De uitspraak is gedaan door rechter R.J.A. Schaaf en griffier C.A.A.W. van der Heijden op 6 maart 2026.
Uitkomst: De minister wordt veroordeeld tot vergoeding van €467,- aan proceskosten en het griffierecht wegens vertraagde besluitvorming.