ECLI:NL:RBDHA:2026:8159
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijk verklaring asielaanvraag wegens internationale bescherming in Roemenië
Eiseres diende op 2 april 2024 een asielaanvraag in, die door de minister op 22 december 2025 niet-ontvankelijk werd verklaard omdat zij internationale bescherming geniet in Roemenië sinds 11 juli. Eiseres betwistte deze beslissing en stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag.
Tijdens de zitting op 30 maart 2026 werden eiseres, haar familieleden, een tolk en de gemachtigden gehoord. De rechtbank oordeelde dat de minister voldoende heeft gemotiveerd dat eiseres bij terugkeer naar Roemenië geen reëel risico loopt op een behandeling in strijd met artikel 3 van Pro het EVRM of artikel 4 van Pro het EU-Handvest. Eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat Roemenië haar internationale verplichtingen niet nakomt.
De rechtbank verwees naar de uitspraak in de beroepen van de ouders van eiseres, die identieke beroepsgronden hadden, en verklaarde het beroep van eiseres ongegrond. Het bestreden besluit blijft daarmee in stand en eiseres krijgt geen proceskostenvergoeding.
De uitspraak is gepseudonimiseerd gepubliceerd en partijen zijn geïnformeerd over de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen een week na bekendmaking.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijk verklaring van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.