ECLI:NL:RBDHA:2026:8154
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak na niet-ontvankelijkverklaring verblijfsvergunning
Verzoekster heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie is afgewezen met een besluit van 22 december 2025 wegens niet-ontvankelijkheid.
Tegen dit besluit heeft verzoekster beroep ingesteld en tevens een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend. De voorzieningenrechter heeft het verzoek samen met het beroep op 30 maart 2026 behandeld, waarbij partijen en een tolk aanwezig waren.
De rechtbank heeft bij uitspraak op 7 april 2026 het beroep ongegrond verklaard, waardoor de noodzaak voor een voorlopige voorziening verviel. De voorzieningenrechter heeft daarom het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen en geen proceskostenveroordeling opgelegd.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter M. Munsterman en griffier M.C. Drenten - Boon, en is gepseudonimiseerd gepubliceerd. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het beroep ongegrond is verklaard.