ECLI:NL:RBDHA:2026:8102
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens te vroege ingebrekestelling bij asielaanvraag Syrië
Eiser, afkomstig uit Syrië, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op 10 oktober 2024. De minister van Asiel en Migratie moest binnen zes maanden beslissen, maar vanwege een besluitmoratorium voor Syrië, dat liep van 14 december 2024 tot 13 juni 2025, werd de beslistermijn verlengd met één jaar tot maximaal 21 maanden.
Eiser stelde de minister op 14 januari 2026 schriftelijk in gebreke om alsnog binnen twee weken te beslissen. De rechtbank oordeelt dat deze ingebrekestelling te vroeg was, omdat de verlengde beslistermijn pas op 10 april 2026 zou aflopen. Hierdoor is het beroep van eiser kennelijk niet-ontvankelijk verklaard.
De rechtbank vond het niet nodig om partijen te horen in een zitting en wees het beroep af zonder proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter G.P. Loman en griffier M.H.G.P. Tober op 30 maart 2026 te Utrecht.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de ingebrekestelling te vroeg is ingediend.