Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:8087

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
3 april 2026
Publicatiedatum
7 april 2026
Zaaknummer
NL26.2952
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 30a Vw 2000Art. 3.106a Vreemdelingenbesluit 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring asielaanvraag wegens veilig derde land Zuid-Afrika

Eiseres, een Zimbabwaanse vrouw die zich identificeert als lesbisch, diende een asielaanvraag in met het argument dat zij in Zimbabwe niet veilig is vanwege haar seksuele geaardheid. De minister van Asiel en Migratie verklaarde haar aanvraag niet-ontvankelijk op grond van het bestaan van een veilig derde land, Zuid-Afrika, waar eiseres eerder heeft gewoond en gewerkt.

De rechtbank oordeelt dat eiseres een voldoende sterke band heeft met Zuid-Afrika vanwege haar langdurig verblijf en werk daar, ondanks het beëindigen van haar relatie. Tevens is vastgesteld dat zij in beginsel toegang tot Zuid-Afrika kan verkrijgen, mede gebaseerd op paspoortstempels en eerdere legale verblijven. Eiseres slaagde er niet in te bewijzen dat toegang onmogelijk is.

Verder concludeert de rechtbank dat Zuid-Afrika als veilig land kan worden beschouwd, met adequate bescherming van LHBTI-rechten en naleving van het non-refoulementbeginsel. De door eiseres aangevoerde rapporten over xenofobie en discriminatie wegen niet zwaarder dan de positieve elementen in het besluit. De rechtbank bevestigt daarom de niet-ontvankelijkverklaring van de asielaanvraag.

Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat Zuid-Afrika als veilig derde land geldt, waardoor de asielaanvraag niet-ontvankelijk is.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.2952

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres], [v-nummer], eiseres

(gemachtigde: mr. R. Deniz),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de niet-ontvankelijkverklaring van haar asielaanvraag. Eiseres heeft op 4 april 2023 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Verweerder heeft met het bestreden besluit van 14 januari 2026 deze aanvraag niet-ontvankelijk verklaard. [1]
1.1.
De rechtbank heeft het beroep op 31 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres en A.K. Umar als tolk. Namens verweerder is met voorafgaand bericht geen gemachtigde verschenen.

Beoordeling door de rechtbank

Waar gaat deze zaak over?
2. Eiseres heeft de Zimbabwaanse nationaliteit en is geboren op [geboortedatum] 1989. Eiseres legt aan haar asielaanvraag ten grondslag dat zij lesbisch is en daarom niet veilig is in Zimbabwe. Verweerder heeft de asielaanvraag van eiseres niet-ontvankelijk verklaard omdat Zuid-Afrika voor haar kan worden aangemerkt als veilig derde land. Zij heeft daar namelijk in het verleden gewoond met haar (ex-)partner en gewerkt.
Wat vindt eiseres in beroep?
3. Eiseres is het niet eens met het bestreden besluit en voert – kort samengevat – het volgende aan. Verweerder heeft onvoldoende onderbouwd dat eiseres toegang heeft tot Zuid-Afrika. Ook heeft eiseres geen band meer met Zuid-Afrika omdat haar relatie is verbroken en zij daar geen werk meer heeft. Daarbij is Zuid-Afrika niet veilig voor eiseres, omdat er een hoge mate van xenofobie is en de positie van LHBTI-personen niet goed is. Eiseres verwijst ter onderbouwing naar verschillende rapporten.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
4. De rechtbank geeft eiseres geen gelijk. De rechtbank zal dit oordeel hieronder uitleggen.
5. Op grond van artikel 30a, eerste lid, aanhef en onder c, van de Vw kan een asielaanvraag niet-ontvankelijk worden verklaard als een derde land voor de vreemdeling als veilig derde land kan worden beschouwd. Om te beoordelen of van een vreemdeling verwacht kan worden dat hij of zij terugkeert naar een veilig derde land, moet er aan de volgende drie vereisten worden getoetst: de vreemdeling wordt behandeld volgens de beginselen genoemd in artikel 3.106a van het Vreemdelingenbesluit 2000 (Vb), de vreemdeling heeft banden met dat land die maken dat het redelijk is om van hem of haar te verlangen daarnaar terug te keren en de vreemdeling kan daadwerkelijk terugkeren naar het derde land.
Heeft eiseres een band met Zuid-Afrika?
6. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder zich op het standpunt kunnen stellen dat eiseres een zodanige band heeft met Zuid-Afrika dat het voor haar redelijk is om terug te gaan. Verweerder heeft van belang mogen vinden dat eiseres in de periode 2016 tot 2020 en 2020 tot januari 2023 in Zuid-Afrika heeft gewoond. Eiseres kon daarnaast voorzien in haar levensonderhoud door te werken als ober en schoonmaker. Dat de relatie van eiseres inmiddels uit is, doet er niet aan af dat verweerder mocht concluderen dat eiseres vanwege haar meerjarige verblijf in Zuid-Afrika een band heeft met dat land.
Heeft eiseres toegang tot Zuid-Afrika?
7. Verder is de rechtbank van oordeel dat verweerder voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat toegang voor eiser tot Zuid-Afrika in beginsel mogelijk moet zijn. Verweerder heeft dat mogen baseren op de stempels in het paspoort van eiseres en haar verklaringen, waaruit volgt dat zij Zuid-Afrika in het verleden legaal is in- en uitgereisd en daar gedurende een lange periode rechtmatig heeft verbleven. Nu verweerder voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat toegang in beginsel mogelijk moet zijn, is het aan eiseres om aan te tonen dat die toegangsmogelijkheden in haar geval niet aanwezig zijn. [2] Naar het oordeel van de rechtbank is eiseres hier niet in geslaagd. Niet is gebleken dat eiseres niet opnieuw een (werk)visum kan verkrijgen. Dat Zuid-Afrika daar eisen aan verbindt, maakt niet dat het voor eiseres niet mogelijk is weer toegang te krijgen tot het land. Ter zitting heeft de gemachtigde van eiseres aangegeven dat zij de Zuid-Afrikaanse autoriteiten heeft benaderd om te vragen of zij voor een verblijfsvergunning in aanmerking zou komen. Dat op die mail (nog) niet gereageerd is, is naar het oordeel van de rechtbank niet voldoende om te concluderen dat eiseres geen toegang kan krijgen tot Zuid-Afrika.
Is Zuid-Afrika veilig voor eiseres?
8. Naar het oordeel van de rechtbank mocht verweerder ook vinden dat Zuid-Afrika in algemene zin veilig is voor eiseres. In de besluitvorming is voldoende aannemelijk gemaakt dat eiseres in Zuid-Afrika volgens de beginselen genoemd in artikel 3.106a, eerste lid, van het Vb 2000 behandeld zal worden. Verweerder heeft van belang kunnen achten dat Zuid-Afrika partij is bij het Vluchtelingenverdrag en andere relevante mensenrechtenverdragen en dat niet is gebleken dat het land het non-refoulementbeginsel niet respecteert. Daarnaast kent het land een asielprocedure waarbij asielzoekers mogen werken en recht hebben op sociale voorzieningen, onderwijs en gezondheidszorg. Dat er een politiek voorstel is gedaan om Zuid-Afrika terug te trekken uit het Vluchtelingenverdrag (en deze onder voorbehoud opnieuw te aanvaarden) doet er niet aan af dat asielbescherming op dit moment te verkrijgen is.
9. Verweerder heeft zich verder op het standpunt kunnen stellen dat Zuid-Afrika voor eiseres persoonlijk een veilig derde land is. Verweerder heeft de door eiseres aangevoerde landeninformatie – waaronder rapporten van Human Rights Watch, Freedom House en de US Department of State – voldoende meegenomen in het bestreden besluit. Tegenover de door eiseres aangevoerde landeninformatie heeft verweerder mogen zetten dat homoseksualiteit in Zuid-Afrika legaal is, dat discriminatie van LHBTI-personen verboden is en dat de autoriteiten in Zuid-zich actiever inzetten om discriminatie van onder andere LHBTI-personen en discriminerend geweld te bestrijden. Verweerder wijst in dat kader op de herziene nationale interventiestrategie, die ook ziet op verruiming van toegang tot alle mensenrechten voor LHBTI-personen en de daarvoor opgerichte Rapid Response Team. Ook heeft verweerder erop mogen wijzen dat er geen restricties zijn op LHBTI-gerelateerde uitingen. Nu er geen aanwijzingen zijn dat de autoriteiten eiseres geen bescherming willen of kunnen bieden, mocht verweerder van eiseres verwachten dat zij asielbescherming probeerde te verkrijgen, juist ook nu zij eerder de intentie had voor een langere termijn in Zuid-Afrika te blijven. Hoewel eiseres heeft verklaard dat zij het sentiment tegenover LHBTI’ers en buitenlanders door de jaren heen heeft zien veranderen in Zuid-Afrika en dat zij eens is uitgescholden vanwege haar gerichtheid, is dit onvoldoende om te concluderen dat eiseres er niet veilig is. De rechtbank acht hiertoe van belang dat niet is gebleken dat de autoriteiten eiseres niet kunnen en willen beschermen en dat eiseres zich ook niet heeft ingespannen bescherming te verkrijgen.

Conclusie en gevolgen

10. De rechtbank komt tot de conclusie dat verweerder Zuid-Afrika als veilig derde land heeft kunnen beschouwen voor eiseres. Verweerder heeft de aanvraag van eiseres daarom terecht niet-ontvankelijk verklaard. Het beroep is ongegrond.
10.1.
Eiseres krijgt geen vergoeding van haar proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B. van Dokkum, rechter, in aanwezigheid van mr. H.S. van Wessel, griffier.
De beslissing is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen een week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Op basis van artikel 30a, eerste lid, aanhef en onder c van de Vreemdelingwet 2000 (Vw 2000).
2.Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 13 december 2017 (ECLI:NL:RVS:2017:3380).