ECLI:NL:RBDHA:2026:8033
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens te vroege ingebrekestelling bij asielaanvraag Syrië
Eiser, afkomstig uit Syrië, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister van Asiel en Migratie ontving deze aanvraag op 18 september 2024. Volgens de Vreemdelingenwet 2000 geldt een beslistermijn van zes maanden, die vanwege een besluitmoratorium voor Syrië met één jaar is verlengd tot maximaal 21 maanden.
Eiser stelde de minister op 16 januari 2026 schriftelijk in gebreke om alsnog binnen twee weken te beslissen. De rechtbank oordeelt dat deze ingebrekestelling te vroeg is ingediend omdat de beslistermijn pas op 18 maart 2026 zou verstrijken. Hierdoor is het beroep kennelijk niet-ontvankelijk.
De rechtbank zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door rechter R.J.A. Schaaf en griffier C.A.A.W. van der Heijden op 1 april 2026. Eiser wordt gewezen op de mogelijkheid tot het indienen van een verzetschrift binnen zes weken na verzending van de uitspraak.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de ingebrekestelling te vroeg is ingediend.