ECLI:NL:RBDHA:2026:8031
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens te vroege ingebrekestelling bij asielaanvraag Syrië
Eiser, afkomstig uit Syrië, heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de minister op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister ontving de aanvraag op 30 december 2024 en moest uiterlijk binnen zes maanden beslissen. Vanwege een besluitmoratorium voor Syrië is de beslistermijn verlengd met één jaar, waardoor de uiterste beslisdatum op 30 juni 2026 lag.
Eiser stelde de minister op 15 januari 2026 schriftelijk in gebreke, maar op dat moment was de beslistermijn nog niet verstreken. Volgens de Algemene wet bestuursrecht moet een ingebrekestelling pas worden gedaan nadat de beslistermijn is verstreken. Hierdoor is het beroep van eiser kennelijk niet-ontvankelijk verklaard.
De rechtbank zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en hoefde niet te oordelen over een eventuele bestuurlijke dwangsom. De uitspraak werd gedaan door rechter R.J.A. Schaaf en griffier C.A.A.W. van der Heijden op 1 april 2026 in Utrecht.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de ingebrekestelling te vroeg is ingediend.