Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister ontving de aanvraag op 5 augustus 2025 en had zes maanden om te beslissen, maar heeft dit niet gedaan. Eiseres stelde de minister op 6 februari 2026 tijdig in gebreke en diende daarna beroep in.
De rechtbank oordeelt dat het beroep ontvankelijk en gegrond is omdat de minister niet binnen de wettelijke beslistermijn heeft beslist. De rechtbank bepaalt dat de minister binnen zestien weken na verzending van de uitspraak alsnog een besluit moet nemen, waarbij eerst binnen acht weken een nader gehoor over de asielmotieven moet plaatsvinden.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van € 100,- per dag met een maximum van € 15.000,- voor elke dag dat de minister de termijn overschrijdt. Ook wordt de minister veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiseres van € 467,- vanwege de inschakeling van professionele juridische hulp.