Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:8017

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
2 april 2026
Publicatiedatum
7 april 2026
Zaaknummer
NL26.5897
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:83 AwbAlgemene wet bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen terugkeerbesluit vreemdeling

Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen de beëindiging van een bevriezingsmaatregel en het daaropvolgende terugkeerbesluit van de minister van Asiel en Migratie. Nadat de rechtbank al uitspraak had gedaan op het hoofdberoep, verzocht verzoeker om een voorlopige voorziening.

De voorzieningenrechter oordeelt dat nu het hoofdberoep is behandeld, een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is. Daarom wordt het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen.

Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan zonder zitting en is definitief, aangezien tegen deze uitspraak geen hoger beroep of verzet openstaat.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het terugkeerbesluit wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
Zaaknummer: NL26.5897

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker], verzoeker,

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. M.S. Yap)
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Procesverloop

Bij brief van 18 juli 2025 heeft verweerder verzoeker laten weten dat de bevriezingsmaatregel eindigt per 4 september 2025.
Verzoeker heeft hiertegen op 13 augustus 2025 beroep ingesteld.
Bij besluit van 28 januari 2026 heeft verweerder aan verzoeker een terugkeerbesluit opgelegd.
Op 3 maart 2025 heeft verzoeker de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De rechtbank doet uitspraak buiten zitting op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Awb. [1]

Overwegingen

1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL25.37976, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan op 2 april 2026 door mr. M.L. Weerkamp, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. P. Lukanika, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Algemene wet bestuursrecht.