Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker], verzoeker,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
Verzoeker werd geïnformeerd over een voorgenomen uitzetting naar Marokko gepland op 20 maart 2026. Hiertegen maakte verzoeker bezwaar en vroeg op 19 maart 2026 een voorlopige voorziening om overdracht tijdens bezwaarprocedure te voorkomen.
Verweerder diende een verweerschrift in en gaf aan dat de uitzetting was geannuleerd vanwege een nieuwe asielaanvraag van verzoeker. De voorzieningenrechter oordeelde dat door de annulering het spoedeisend belang van het verzoek verviel.
Op grond van artikel 8:83, derde lid, Awb werd het verzoek om voorlopige voorziening daarom kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd omdat de annulering los stond van de bezwaargronden.
De uitspraak is gedaan zonder zitting en is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de voorgenomen uitzetting is niet-ontvankelijk verklaard wegens vervallen spoedeisend belang na annulering van de uitzetting.