Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het uitblijven van een tijdige beslissing op haar aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister ontving de aanvraag op 26 juli 2025 en had een beslistermijn van zes maanden, maar heeft niet binnen deze termijn beslist. Eiseres stelde de minister tijdig schriftelijk in gebreke op 26 januari 2026.
De rechtbank oordeelt dat het beroep ontvankelijk en gegrond is omdat de minister niet binnen de wettelijke beslistermijn heeft beslist. De rechtbank legt een nadere beslistermijn van zestien weken op, waarbij de minister binnen acht weken na verzending van het vonnis een nader gehoor moet afnemen en binnen acht weken daarna een besluit moet nemen.
Daarnaast wordt een dwangsom van € 100,- per dag opgelegd voor elke dag dat de minister de termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-. De minister wordt tevens veroordeeld tot betaling van de proceskosten van eiseres, vastgesteld op € 467,- vanwege de inschakeling van professionele juridische hulp.