Partijen zijn gehuwd in algehele gemeenschap van goederen sinds 1997 en zijn feitelijk uit elkaar sinds april 2023. De vrouw verzoekt echtscheiding met nevenvoorzieningen waaronder partneralimentatie, verdeling van de huwelijksgemeenschap en pensioenrechten. De man verzet zich deels tegen de hoogte van de alimentatie en de verdeling.
De rechtbank stelt vast dat het huwelijk duurzaam is ontwricht en wijst de echtscheiding toe. Het huurrecht van de echtelijke woning wordt aan de man toegewezen, aangezien de vrouw de woning heeft verlaten en geen bezwaar maakt. De partneralimentatie wordt vastgesteld op €1.129 bruto per maand, gebaseerd op een gematigde behoeftetoets waarbij rekening is gehouden met de feitelijke woonsituatie van de vrouw bij haar ouders en haar uitkeringen.
De verdeling van de huwelijksgemeenschap vindt plaats conform wettelijke regels voor huwelijken gesloten voor 2018, met een peildatum van 13 januari 2025. De vrouw ontvangt een bedrag wegens overbedeling en haar inboedel, de man krijgt zijn persoonlijke zaken terug indien aanwezig, en de bankrekeningen worden bij helfte verdeeld. De schuld bij Santander wordt gelijkelijk gedragen. Het tijdens het huwelijk opgebouwde Surinaamse pensioen wordt bij helfte verdeeld, waarbij de man verplicht wordt informatie te verstrekken en betalingen te doen op een rekening van de vader van de vrouw.
Beide partijen dragen hun eigen proceskosten. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en uitgesproken op 6 maart 2026.