Partijen, ouders van een minderjarige geboren in 2017, hebben gezamenlijk gezag en een ouderschapsplan waarin de zorgregeling om de dag wisselen is vastgelegd. De vader verzoekt wijziging naar een week-op-week-af regeling met duidelijke wisselmomenten en een regeling voor vakanties, feestdagen en Joodse feestdagen. De moeder stemt in met wijziging maar verzet zich tegen de week-op-week-af regeling vanwege de impact op het kind en de gebrekkige communicatie tussen ouders.
De rechtbank overweegt dat een regeling met minder wisselmomenten en meer structuur in beginsel passend is, maar dat het belang van het kind vraagt om wekelijks contact met beide ouders. Daarom wordt een zorgregeling vastgesteld waarbij het kind van zondag 09.00 uur tot woensdag bij de vader verblijft en van woensdag na school tot zondag 09.00 uur bij de moeder. De vader krijgt het recht op drie uur aanwezigheid bij Joodse feestdagen indien het kind conform de regeling bij de moeder is.
De rechtbank wijst het verzoek van de moeder tot vervangende toestemming voor het schoolmaatschappelijk werktraject af wegens gebrek aan belang, nu de vader heeft aangegeven mee te willen werken. Beide ouders worden verwezen naar het traject Gezinsvertegenwoordiger om de communicatie te verbeteren. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en partijen dragen hun eigen proceskosten.