Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:7973

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
6 maart 2026
Publicatiedatum
6 april 2026
Zaaknummer
C/09/694552 / FA RK 25-8583
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:253a BWArt. 1:377e BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Wijziging zorgregeling en vervangende toestemming schoolmaatschappelijk werktraject

Partijen, ouders van een minderjarige geboren in 2017, hebben gezamenlijk gezag en een ouderschapsplan waarin de zorgregeling om de dag wisselen is vastgelegd. De vader verzoekt wijziging naar een week-op-week-af regeling met duidelijke wisselmomenten en een regeling voor vakanties, feestdagen en Joodse feestdagen. De moeder stemt in met wijziging maar verzet zich tegen de week-op-week-af regeling vanwege de impact op het kind en de gebrekkige communicatie tussen ouders.

De rechtbank overweegt dat een regeling met minder wisselmomenten en meer structuur in beginsel passend is, maar dat het belang van het kind vraagt om wekelijks contact met beide ouders. Daarom wordt een zorgregeling vastgesteld waarbij het kind van zondag 09.00 uur tot woensdag bij de vader verblijft en van woensdag na school tot zondag 09.00 uur bij de moeder. De vader krijgt het recht op drie uur aanwezigheid bij Joodse feestdagen indien het kind conform de regeling bij de moeder is.

De rechtbank wijst het verzoek van de moeder tot vervangende toestemming voor het schoolmaatschappelijk werktraject af wegens gebrek aan belang, nu de vader heeft aangegeven mee te willen werken. Beide ouders worden verwezen naar het traject Gezinsvertegenwoordiger om de communicatie te verbeteren. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en partijen dragen hun eigen proceskosten.

Uitkomst: De rechtbank wijzigt de zorgregeling en wijst het verzoek tot vervangende toestemming af wegens gebrek aan belang.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige Kamer
Rekestnummer: FA RK 25-8583
Zaaknummer: C/09/694552
Datum beschikking: 6 maart 2026

Zorgregeling en vervangende toestemming schoolmaatschappelijk werktraject

Beschikking op het op 12 november 2025 ingekomen verzoek van:

[de vader] ,

de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. J.W.G. van der Wallen te Rijswijk.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de moeder] ,

de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. M.E.M. Beijersbergen te 's-Gravenhage.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
  • het verzoekschrift;
  • het verweerschrift met een zelfstandig verzoek;
  • het F9-formulier van 18 november 2025, met bijlagen, van de vader.
Op 6 februari 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
  • de vader, bijgestaan door zijn advocaat;
  • de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
  • [naam] , namens de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad).

Feiten

  • Partijen hebben een affectieve relatie gehad van 2010 tot 2023.
  • Zij zijn de ouders van het volgende nog minderjarige kind:
- [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2017 te [geboorteplaats] (hierna: [de minderjarige] ).
  • De vader heeft [de minderjarige] erkend.
  • De ouders oefenen het gezamenlijk gezag over [de minderjarige] uit.
  • In het ouderschapsplan van 23 april 2023 hebben de ouders – voor zover hier van belang – een verdeling van de zorg- en opvoedingstaken vastgelegd, inhoudende dat [de minderjarige] om de dag bij de vader en de moeder verblijft en dat de vakanties en feestdagen bij helfte worden verdeeld.

Verzoek en verweer

De vader verzoekt de navolgende zorgregeling vast te leggen – met wijziging van de regeling zoals neergelegd in het ouderschapsplan – :
- [de minderjarige] verblijft in de even weken bij de vader en in de oneven weken bij de moeder, waarbij het wisselmoment op zondagavond om 20.00 uur na het eten plaatsvindt en waarbij de ouders bij wie [de minderjarige] verblijft hem op zondag naar de andere ouder brengt,
en ten aanzien van de feestdagen en de vakanties als volgt te bepalen:
  • Kerst: in de even jaren de eerste Kerstdag bij de moeder en de tweede Kerstdag bij de vader en in de oneven jaren andersom;
  • Oudejaarsavond (verjaardag [de minderjarige] ) en de aansluitende nacht: in de even jaren bij de moeder en in de oneven jaren bij de vader;
  • Nieuwjaarsdag: in de even jaren bij de vader en in de oneven jaren bij de moeder;
  • Pasen: in de even jaren de eerste Paasdag bij de moeder en de tweede Paasdag bij de vader en in oneven jaren andersom;
  • Vaderdag: bij de vader;
  • Moederdag: bij de moeder;
  • verjaardag [de minderjarige] : bij de ouder bij wie hij conform de feestdagenregeling verblijft;
  • zomervakantie: in even jaren in de eerste drie weken bij de moeder en de laatste drie weken bij de vader en in oneven jaren andersom;
  • herfstvakantie: in even jaren bij de moeder, in oneven jaren bij de vader;
  • voorjaarsvakantie: in even jaren bij de vader, in oneven jaren bij de moeder;
en te bepalen dat [de minderjarige] tijdens de navolgende dagen tenminste drie uur aanwezig is bij de vader:
  • bij de viering van een huwelijk/geboorte/overlijden van directe familieleden;
  • bij de viering van de Joodse feestdagen: Rosh Hashanah, Yom Kippur, Sukkot, Chanoeka en Poerim;
  • bij de viering van Islamitische feestdagen: Eid al-Fitr (Suikerfeest) en Eid al-Adha (Offerfeest);
een en ander voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad en kosten rechtens.
De moeder voert verweer, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken, en verzoekt zelfstandig:
- de zorgregeling uit het ouderschapsplan te wijzigen, in die zin dat [de minderjarige] :
  • in de ene week van maandag tot donderdag naar school bij de moeder verblijft en vanaf donderdag uit school tot zondag 17.00 uur bij de vader;
  • in de andere week van zondag 17.00 uur tot dinsdag naar school bij de moeder verblijft en vanaf dinsdag uit school tot vrijdag naar school bij de vader, en vanaf vrijdag uit school tot donderdag (van de daaropvolgende week) naar school bij de moeder;
- de moeder vervangende toestemming te verlenen – welke strekt tot vervanging van de vereiste toestemming van de vader, voor deelname van [de minderjarige] aan het schoolmaatschappelijk werktraject,
een en ander voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad.

Beoordeling

Wijziging zorgregeling
Standpunten ouders
De vader stelt dat de huidige zorgregeling niet langer in het belang van [de minderjarige] is. De regeling brengt veel onrust voor [de minderjarige] mee, onder andere omdat deze zeer onregelmatig is en tot gevolg heeft dat [de minderjarige] vrijwel dagelijks wisselt tussen zijn ouders. De vader acht het in een belang van [de minderjarige] om een co-ouderschapsregeling vast te leggen waarbij [de minderjarige] in de ene week bij zijn vader verblijft en in de andere week bij zijn moeder. Deze regeling zorgt voor structuur en regelmaat in de dagelijkse gang van zaken voor [de minderjarige] . Ook is de regeling duidelijk, waardoor [de minderjarige] weet waar hij aan toe is en hij zich niet telkens hoeft af te vragen bij welke ouder hij zal verblijven. Tevens verzoekt de vader een vakantie- en feestdagenregeling vast te leggen. De vader heeft ter zitting toegelicht dat zijn nieuwe partner Joods is. Hij vindt het daarom belangrijk dat [de minderjarige] ook iets meekrijgt van de Joodse cultuur en zij de door hem verzochte Joodse feestdagen als gezin kunnen vieren.
De moeder is eveneens van mening dat de overeengekomen regeling gewijzigd moet worden, omdat het om de dag wisselen van ouder niet goed is voor [de minderjarige] . Wel voert zij verweer tegen de door de vader verzochte regeling. De afgelopen periode is gebleken dat de vader vaak druk is met werk en andere verplichtingen, waardoor andere mensen, met name de nieuwe partner van de vader, de zorg voor [de minderjarige] overnemen op de dagen dat [de minderjarige] bij zijn vader is. De moeder verwacht dat hierin geen verandering komt als de regeling zoals door de vader verzocht wordt vastgelegd. Daarnaast vindt de moeder een week op week af regeling niet wenselijk, omdat [de minderjarige] dan gedurende een volledige week één van zijn ouders niet ziet. [de minderjarige] is al ruim 2,5 jaar gewend aan een regeling waarbij hij om de dag naar de andere ouder gaat, wat maakt dat het voor hem een te grote stap is om een week lang een ouder te moeten missen. Ook acht de moeder het voor [de minderjarige] van belang dat er minder wisselmomenten zijn dan nu het geval is, omdat [de minderjarige] hiervan spanning ervaart. Aangezien de communicatie tussen de ouders niet naar behoren is, is het voor [de minderjarige] fijn als de wisselmomenten voornamelijk via school plaatsvinden. Ten aanzien van de vakanties en feestdagen voert de moeder aan dat zij deze reeds in het ouderschapsplan bij helfte hebben verdeeld. De moeder acht het niet van toegevoegde waarde dat [de minderjarige] tevens de Joodse feestdagen viert, nu hij reeds opgroeit met zowel de christelijke als de islamitische cultuur.
Ontvankelijkheid
Op grond van artikel 1:253a vierde lid in samenhang met artikel 1:377e van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de rechter op verzoek van de ouders of een van hen een beslissing inzake de zorgregeling alsmede een door de ouders onderling getroffen zorgregeling onder meer wijzigen op grond dat nadien de omstandigheden zijn gewijzigd.
Beide ouders zijn het erover eens dat de huidige zorgregeling – zoals vastgelegd in het ouderschapsplan – niet meer in het belang van [de minderjarige] is en wijziging behoeft. De rechtbank zal de vader en de moeder daarom ontvangen in verzoeken.
Inhoudelijke beoordeling
De rechtbank overweegt als volgt. De ouders zijn het er over eens dat zij een gelijkwaardige rol blijven vervullen in de verzorging en opvoeding van [de minderjarige] . Zij verschillen echter van mening over hoe de zorgregeling moet worden vormgegeven. Beide ouders benadrukken het belang van een gestructureerde, regelmatige en duidelijke regeling voor [de minderjarige] , waarbij het aantal wisselmomenten wordt beperkt. De rechtbank is van oordeel dat de regeling zoals de vader die verzoekt daar in beginsel het meest aan tegemoet komt. In dat voorstel is er slechts één keer per week een wisselmoment en verblijft [de minderjarige] meerdere dagen achtereen bij zijn vader dan wel bij zijn moeder. Echter, de afgelopen jaren hebben de ouders uitvoering gegeven aan een regeling waarbij [de minderjarige] beide ouders meerdere keren per week zag. De regeling zoals de vader die voorstelt brengt echter ook mee dat [de minderjarige] de ene week niet bij zijn moeder is en de andere week geen omgang met zijn vader heeft en dat acht de rechtbank niet in zijn belang. Bovendien heeft [de minderjarige] nog niet de leeftijd dat hij zelf even naar de andere ouder kan gaan als hij daar behoefte aan heeft. De vader heeft op de zitting aangegeven dat [de minderjarige] , indien hij behoefte heeft aan contact met de ouder bij wie hij op dat moment niet verblijft, altijd de ruimte zal krijgen om contact met die ouder te hebben. Het faciliteren van dergelijk tussentijds contact vergt echter afstemming en communicatie tussen de ouders. Gelet op de huidige gebrekkige communicatie tussen hen voorziet de rechtbank dat dit tussentijdse contact in de praktijk tot problemen zal leiden. De door de moeder verzochte regeling houdt echter eveneens in dat [de minderjarige] eens per twee weken gedurende een periode van zes dagen geen omgang heeft met de vader. De rechtbank acht het in het belang van [de minderjarige] om een gestructureerde en duidelijke regeling vast te leggen, waarbij hij (nagenoeg) evenveel tijd bij beide ouders verblijft en ieder van hen wekelijks ziet. De rechtbank zal daarom een zorgregeling vastleggen inhoudende dat [de minderjarige] wekelijks van zondagochtend 09.00 uur tot woensdag naar school bij de vader verblijft, en van woensdag na school tot zondagochtend 09.00 uur bij de moeder. Ten aanzien van het wisselmoment op zondag heeft de rechtbank aangesloten bij de huidige regeling in het ouderschapsplan. Ook heeft de rechtbank er rekening mee gehouden dat de moeder op de woensdagmiddag vrij is en dat op deze manier het voetbalteam van [de minderjarige] kan blijven begeleiden op de woensdagavond en zaterdagochtend zoals zij nu ook doet. Deze regeling brengt meer duidelijkheid voor [de minderjarige] , zorgt voor aanzienlijk minder wisselmomenten terwijl er voor het overige zo min mogelijk voor [de minderjarige] verandert.
Op de zitting is vastgesteld dat de rechtbank geen beslissing meer hoeft te nemen op het verzoek van de vader met betrekking tot de vakanties en feestdagen, nu de door de hem verzochte regeling reeds is vastgelegd in het ouderschapsplan, met uitzondering van het verzoek ten aanzien van de Joodse feestdagen. De rechtbank acht het – evenals de Raad – in het belang van [de minderjarige] dat deze feestdagen die binnen het gezin van vader belangrijk zijn kan meevieren. Voorkomen moet worden dat [de minderjarige] zich buitengesloten voelt in het nieuwe gezin bij de vader. De rechtbank zal het verzoek van de vader daarom in zoverre toewijzen, in die zin dat zal worden bepaald dat [de minderjarige] bij de viering van de Joodse feestdagen Rosh Hashanah, Yom Kippur, Sukkot, Chanoeka en Poerim gedurende drie uur bij de vader zal zijn, indien [de minderjarige] op deze dagen conform de zorgregeling bij zijn moeder is.
Ter zitting is uitgebreid besproken dat de onderlinge communicatie en de verstandhouding tussen de ouders op dit moment te wensen overlaten. Beide ouders hebben op de zitting de bereidheid uitgesproken om deel te nemen aan het traject ‘Gezinsvertegenwoordiger’. De rechtbank zal de ouders in de gelegenheid stellen deel te nemen aan dit traject, zoals blijkt uit het proces-verbaal van doorverwijzing dat aan deze beschikking is gehecht. Dit proces-verbaal is al per e-mail verzonden naar het Kenniscentrum Kind en Scheiding voor deelname aan voornoemde traject en aanmelding bij de betreffende uitvoerende hulpverleningsinstantie. De rechtbank zal deze beschikking per post zenden aan het Kenniscentrum Kind en Scheiding.
Vervangende toestemming schoolmaatschappelijk werktraject
Op de zitting is ook gesproken over het al dan niet verlenen van toestemming voor deelname van [de minderjarige] aan een schoolmaatschappelijkwerktraject. De vader heeft aangegeven dat hij in beginsel achter hulpverleningstrajecten voor [de minderjarige] staat indien professionele instanties en/of school dit adviseren en de hulpverlening in zijn ogen juist is voor [de minderjarige] . In dit geval, zo heeft de vader aangegeven, ontbrak het bij de vader aan informatie over het traject om te kunnen beoordelen of het traject voor [de minderjarige] juist is en is om die reden nog geen toestemming gegeven. De vader heeft tijdens de zitting aangegeven dat hij wil meewerken aan dit voorgestelde traject. De rechtbank gaat er gelet op het voorgaande vanuit dat vervangende toestemming niet langer nodig is. Gelet hierop, zal de rechtbank het verzoek van de moeder bij gebrek aan belang afwijzen.
Proceskosten
Gelet op het feit dat het hier een procedure van familierechtelijke aard betreft, zal de rechtbank de proceskosten compenseren als hierna vermeld.

Beslissing

De rechtbank – met wijziging in zoverre van het ouderschapsplan van 23 april 2023 – :
*
stelt vast dat de minderjarige [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2017 te [geboorteplaats] , wekelijks van zondagochtend 09.00 uur tot woensdag naar school bij de vader verblijft, en van woensdag na school tot zondagochtend 09.00 uur bij de moeder;
*
bepaalt dat [de minderjarige] bij de viering van de Joodse feestdagen Rosh Hashanah, Yom Kippur, Sukkot, Chanoeka en Poerim gedurende drie uur bij de vader is – indien [de minderjarige] conform de reguliere regeling bij de moeder is – ;
*
stelt vast dat partijen, te weten:
[de vader] ,
de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
en
[de moeder] ,
de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
bij (aangehecht) proces-verbaal van doorverwijzing zijn verwezen naar het Kenniscentrum Kind en Scheiding voor deelname aan het traject Gezinsvertegenwoordiger en voor aanmelding bij de uitvoerende hulpverleningsinstantie;
beveelt de griffier binnen twee dagen na heden een afschrift van (de kennisgeving van) deze beschikking te zenden naar: Kenniscentrum Kind en Scheiding, lbertus de Oudelaan 1, 2273 CW Voorburg;
*
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
*
bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt;
*
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.P. de Klerk, kinderrechter, bijgestaan door mr. S.A.L. Niemantsverdriet als griffier. De uitspraak is in het openbaar gedaan op 6 maart 2026.