Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:7967

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
6 maart 2026
Publicatiedatum
6 april 2026
Zaaknummer
C/09/695690 / FA RK 25-9204
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:246 BWArt. 1:253q BWArt. 1:253r BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Schorsing van het ouderlijk gezag van de moeder over minderjarige wegens onbekende verblijfplaats

Partijen zijn van 2007 tot 2017 gehuwd geweest en hebben gezamenlijk het ouderlijk gezag over hun minderjarige kinderen. De hoofdverblijfplaats van de minderjarige ligt bij de vader. Na de scheiding is afgesproken dat de vader met de minderjarige naar Nederland zou verhuizen en de moeder met de andere dochter in het buitenland zou blijven wonen. Sindsdien heeft de vader geen contact meer met de moeder en weet hij niet waar zij verblijft.

De vader verzoekt de rechtbank om de moeder van rechtswege te schorsen in de uitoefening van het ouderlijk gezag over de minderjarige, zodat hij het eenhoofdig gezag kan uitoefenen en zonder haar toestemming met het kind naar het buitenland kan reizen. De moeder heeft geen verweer gevoerd.

De rechtbank oordeelt dat de situatie voldoet aan de voorwaarden van artikel 1:253r BW, omdat de verblijfplaats van de moeder onbekend is. Hierdoor is het gezag van de moeder geschorst en oefent de vader het gezag alleen uit. De rechtbank wijst het verzoek toe en verklaart voor recht dat de moeder is geschorst in het gezag en de vader het eenhoofdig gezag uitoefent. De overige verzoeken van de vader worden afgewezen.

Uitkomst: De moeder wordt geschorst in het ouderlijk gezag en de vader oefent het eenhoofdig gezag uit over de minderjarige.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige Kamer
Rekestnummer: FA RK 25-9204
Zaaknummer: C/09/695690
Datum beschikking: 6 maart 2026

Gezagsuitoefening

Beschikking op het op 5 december 2025 ingekomen verzoek van:

[de vader] ,
de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. L.F. Niemantsverdriet-Wensink te Den Haag.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de moeder] ,

de moeder,
zonder bekende woon- of verplaatsplaat.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
  • het verzoekschrift;
  • het F9-formulier van 11 december 2025 van de zijde van de vader, met bijlagen.
De minderjarige [de minderjarige 1] is in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over het verzoek.
Op 6 februari 2025 is de zaak ter terechtzitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij is de advocaat van de vader verschenen. De moeder is, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.

Feiten

- Partijen zijn gehuwd geweest van 2007 tot 2017.
- Zij zijn de ouders van de volgende thans nog minderjarige kinderen:
- [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2010 te [geboorteplaats] ( [land] ),
- [de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2008 te [geboorteplaats] ( [land] ).
- De minderjarige [de minderjarige 1] heeft de hoofdverblijfplaats bij de vader.
- Partijen oefenen het gezamenlijk gezag over de minderjarige uit.
- De vader heeft de Nederlandse nationaliteit en de moeder heeft de Egyptische nationaliteit

Verzoek en verweer

De vader verzoekt:
  • een verklaring voor recht af te geven dat dat de moeder van rechtswege in het ouderlijk gezag over de minderjarige [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2010 te [geboorteplaats] ( [land] ) wordt geschorst;
  • een verklaring voor recht te geven dat de vader, zolang het gezag van de moeder is geschorst, het eenhoofdig ouderlijk gezag over de minderjarige [de minderjarige 1] uitoefent;
alsmede primair, bij wijze van voorwaardelijk verzoek:
- aan de vader vervangende toestemming te verlenen, welke de toestemming van de vmoeder vervangt, om met de minderjarige [de minderjarige 1] naar het buitenland te reizen.
alsmede subsidiar, bij wijze van voorwaardelijk verzoek
- aan de vader vervangende toestemming te verlenen, welke de toestemming van de moeder vervangt, om met de minderjarige [de minderjarige 1] naar [land] te reizen.
ten aanzien van alle verzoeken, zowel primair als subsidiair:
- de ten deze te geven beschikking waar mogelijk uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
De moeder heeft geen verweer gevoerd
.

Beoordeling

Schorsing gezag
Ter toelichting op het verzoek is namens de vader naar voren gebracht dat partijen bij hun scheiding hebben afgesproken dat de vader met de minderjarige [de minderjarige 1] naar Nederland zou verhuizen en dat de moeder met hun gezamenlijke dochter in [land] zou blijven wonen. De moeder is inmiddels hertrouwd. Sinds de scheiding heeft de vader geen contact meer gehad met de moeder en ook niet met zijn dochter. De vader weet op dit moment niet waar de moeder verblijft.
Beide ouders zijn belast met het ouderlijke gezag, maar doordat de vader geen contact meer heeft met de moeder, loopt hij in de praktijk tegen problemen aan. Zo kan de vader bijvoorbeeld niet met [de minderjarige 1] naar het buitenland reizen en ervaart hij belemmeringen bij het nemen van beslissingen waarvoor toestemming van beide ouders nodig is.
Volgens de vader doet zich de situatie voor als omschreven in artikel 1:253q juncto 1:253r van het Burgerlijk Wetboek (BW) op grond waarvan hij verzoekt voor recht te verklaren dat de moeder van rechtswege is geschorst in de uitoefening van het ouderlijk gezag over de minderjarige.
De rechtbank overweegt als volgt. Uit artikel 1:253q van het BW blijkt dat, wanneer één van de ouders die gezamenlijk het gezag over hun minderjarige kind uitoefent, op één der in artikel 1:246 BW Pro genoemde gronden daartoe onbevoegd is, de andere ouder alleen het gezag over het kind uitoefent. Conform artikel 1:253r BW is het bepaalde in artikel 1:253q BW van overeenkomstige toepassing, indien één van de ouders al dan niet tijdelijk in de onmogelijkheid verkeert het gezag uit te oefenen of het bestaan of de verblijfplaats van deze ouder onbekend is. Gedurende de tijd waarin één van voornoemde omstandigheden zich voordoet, is het gezag van die ouder geschorst, zo blijkt uit artikel 1:253r BW, en wordt het gezag door de andere ouder alleen uitgeoefend.
Mede gelet op de door de vader omschreven situatie constateert de rechtbank dat de verblijfplaats van de moeder onbekend is. De rechtbank stelt vast dat is voldaan aan de voorwaarde van artikel 1:253r, eerste lid, onderdeel b, BW. Daarmee is op de voet van het bepaalde in artikel 1:253r, tweede lid, BW het gezag van de moeder over de minderjarige [de minderjarige 1] geschorst.
Uit het voorgaande volgt dat de vader het gezag over de minderjarige van rechtswege alleen uitoefent en dat hij zonder vervangende toestemming van de moeder gezagsbeslissingen kan nemen en met [de minderjarige 1] naar het buitenland mag reizen.
De schorsing van de moeder in de uitoefening van het ouderlijk gezag vloeit rechtstreeks voort uit de wet. Nu de vader daarbij belang heeft, zal de rechtbank een daartoe strekkende verklaring voor recht geven.
Nu het verzoek omtrent de schorsing van het gezag is toegewezen, komt de rechtbank niet meer toe aan de subsidiaire voorwaardelijke verzoeken van de vader.

Beslissing

De rechtbank:
verklaart voor recht dat de moeder, [de moeder] , is geschorst in de uitoefening van het ouderlijk gezag en dat de vader [de vader] zolang het gezag van de moeder geschorst is het éénhoofdig gezag uitoefent over de minderjarige:
- [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2010 te [geboorteplaats] ( [land] ).
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. J. Visser, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. L.E. Visser als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 6 maart 2026.