ECLI:NL:RBDHA:2026:794
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortduren maatregel van vreemdelingenbewaring en voortvarendheid minister
De minister heeft op 11 november 2025 een maatregel van vreemdelingenbewaring opgelegd aan eiser, die van Marokkaanse nationaliteit is. Eiser stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel. De rechtbank had deze maatregel al eerder getoetst en oordeelde toen dat deze rechtmatig was tot het sluiten van het onderzoek op 21 november 2025.
In deze procedure stond centraal of de maatregel sinds dat moment nog steeds rechtmatig is. Eiser voerde aan dat er geen zicht is op uitzetting binnen een redelijke termijn, mede omdat het lp-traject bij het Algerijnse consulaat was afgesloten en de minister onvoldoende voortvarend zou handelen. Ook stelde eiser dat een lichter middel dan bewaring mogelijk is, omdat hij medewerking verleent.
De rechtbank oordeelde dat het afgesloten lp-traject bij Algerije niet betekent dat het zicht op uitzetting is vervallen, omdat er nog een lopende lp-procedure bij de Marokkaanse autoriteiten is. De minister heeft voldoende voortvarend gehandeld door herhaaldelijk te rappelleren bij de Marokkaanse autoriteiten en vertrekgesprekken te voeren met eiser. Eiser heeft onvoldoende medewerking getoond, bijvoorbeeld door het niet overleggen van zijn paspoort. Daarom is geen reden om de maatregel van bewaring te beëindigen of te vervangen door een lichter middel.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard.