ECLI:NL:RBDHA:2026:794
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bewaring van een Marokkaanse vreemdeling en het zicht op uitzetting
In deze zaak heeft de rechtbank Den Haag op 20 januari 2026 uitspraak gedaan in een beroep tegen de maatregel van bewaring van een Marokkaanse vreemdeling. De maatregel van bewaring was op 11 november 2025 opgelegd door de minister van Asiel en Migratie. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van deze maatregel, maar is niet verschenen op de zitting. De rechtbank heeft het beroep behandeld en het onderzoek gesloten. De rechtbank heeft eerder de rechtmatigheid van de maatregel van bewaring getoetst en vastgesteld dat deze tot het sluiten van het vorige onderzoek rechtmatig was. De huidige beoordeling richt zich op de periode na het sluiten van dat onderzoek op 21 november 2025. Eiser betoogt dat er geen zicht op uitzetting is en dat de minister onvoldoende voortvarend heeft gehandeld. De rechtbank oordeelt echter dat er nog steeds zicht op uitzetting naar Marokko is, aangezien er een lopende lp-procedure bij de Marokkaanse autoriteiten is. De rechtbank concludeert dat de minister voldoende voortvarend heeft gehandeld en dat er geen aanleiding is om een lichter middel dan bewaring op te leggen. Uiteindelijk verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en zijn er geen proceskosten aan de orde.