Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:7866

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
4 maart 2026
Publicatiedatum
4 april 2026
Zaaknummer
C/09/695537 / FA RK 25-9121
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • G. van Zeben-de Vries
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:253a BWArt. 1:377a BWArt. 1:377e BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Wijziging voorlopige zorgregeling na succesvolle behandeling vader alcoholverslaving

De rechtbank Den Haag behandelde het verzoek van de vader om de zorgregeling voor zijn minderjarige kind te wijzigen en uit te breiden naar de regeling van 2022. De ouders zijn gescheiden en oefenen gezamenlijk gezag uit. Het kind staat ingeschreven bij de moeder en is sinds 2023 onder toezicht gesteld van een gecertificeerde instelling.

De vader heeft een behandeling voor zijn alcoholverslaving succesvol afgerond en volgt momenteel EMDR-therapie om zijn communicatie met de moeder te verbeteren. De moeder betwist de stabiliteit van de vader vanwege gebrek aan informatie over zijn behandeling, wisselende woon- en werksituatie en onbetrouwbaar gedrag.

De rechtbank acht de behandeling van de vader een positieve ontwikkeling en wijst op de noodzaak van een stabiele woonsituatie voor het kind. Er is een incident met mogelijk huiselijk geweld bij de vader thuis, maar dit heeft geen directe relatie met de zorgregeling. De rechtbank wijst een voorlopige zorgregeling toe waarbij het kind wekelijks op woensdag en in het weekend bij de vader verblijft, onder toezicht en met voorwaarden voor ophalen en terugbrengen.

De definitieve beslissing wordt aangehouden tot 1 augustus 2026. De omgang wordt niet ontzegd of opgeschort, omdat geen gronden voor ontzegging zijn vastgesteld.

Uitkomst: De rechtbank wijzigt de zorgregeling en kent de vader meer zorgtijd toe onder voorwaarden van stabiliteit en toezicht.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige Kamer
Rekestnummer: FA RK 25-9121
Zaaknummer: C/09/695537
Datum beschikking: 4 maart 2026

Zorgregeling

Beschikking op het op 2 december 2025 ingekomen verzoek van:

[de vader] ,

de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. R.R.J.A. Olie-Hallmans te Meppel.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de moeder] ,

de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. W.A. van der Stroom-Willemsen te Rotterdam.
Als informant wordt aangemerkt:

Stichting Jeugdbescherming west Zuid-Holland,

hierna te noemen: de gecertificeerde instelling.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
  • het verzoekschrift;
  • het verweerschrift tevens houdende zelfstandig verzoek;
  • het F9-formulier van 27 januari 2026 van de zijde van de vader, met bijlagen.
Op 28 januari 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld, in de vorm van een
gecombineerde behandelingvan zowel het onderhavige verzoek als het verzoek van de gecertificeerde instelling tot verlenging van de ondertoezichtstelling (C/09/696807 / JE RK 25/2203). Op het laatst genoemde verzoek wordt bij afzonderlijke beschikking beslist. Op de (gecombineerde) zitting zijn verschenen:
  • de vader, bijgestaan door zijn advocaat;
  • de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
  • [naam] , namens de gecertificeerde instelling.
Van de zijde van de moeder zijn pleitnotities overgelegd.

Feiten

- Partijen zijn gehuwd geweest van 2019 tot 2021.
- Zij zijn de ouders van het volgende minderjarige kind:
- [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2018 te [geboorteplaats] .
- De ouders oefenen het gezamenlijk gezag over [minderjarige] uit.
- [minderjarige] staat ingeschreven op het adres van de moeder.
- Bij vonnis van 30 juli 2024 van deze rechtbank is – voor zover hier van belang – bepaald dat:
  • de zorgregeling wordt gewijzigd, in die zin dat [minderjarige] voortaan bij de vader zal zijn in de ene week op woensdag uit school (of 10:00 uur als er geen school is) tot 17:00 uur en de andere week op zaterdag van 10:00 uur tot 17:00 uur (voor het eten), onder de strikte voorwaarde dat oma vaderszijde de wisselmomenten verzorgt, steeds bij de wisselmomenten aanwezig is en toezicht houdt op [minderjarige] ;
  • de vakantie- en feestdagenregeling wordt gewijzigd, in die zin dat de (bovenstaande) zorgregeling doorloopt gedurende de helft van de vakanties en feestdagen waarop [minderjarige] bij de vader verblijft, met uitzondering van de periodes tijdens vakanties en feestdagen als [minderjarige] bij de moeder verblijft.
- [minderjarige] is sinds 6 februari 2023 onder toezicht gesteld van de gecertificeerde instelling. Die ondertoezichtstelling is steeds verlengd, laatstelijk bij beschikking van deze rechtbank van 11 februari 2026 tot 1 augustus 2026.

Verzoek en verweer

De vader verzoekt:
- het vonnis van de rechtbank in kort geding van 30 juli 2024 te wijzigen in die zin dat de zorgregeling weer wordt hersteld in de zorgregeling, zoals vastgesteld in de beschikking van de rechtbank van 12 juli 2022, inhoudende dat [minderjarige] bij de vader zal zijn conform de volgende tweeweekse regeling:
[minderjarige] verblijft bij zijn vader van maandagochtend tot donderdagochtend (vader haalt hem uit school maandagmiddag, brengt hem naar school dinsdag en woensdag en donderdag en moeder haalt hem donderdag uit school);
[minderjarige] verblijft dan van donderdagochtend tot zaterdagochtend bij moeder (moeder brengt en haalt hem van school);
[minderjarige] verblijft hierna van zaterdagochtend tot woensdagochtend bij vader (moeder haalt hem woensdagmiddag uit school);
Daarna verblijft [minderjarige] van woensdagochtend tot maandagochtend bij moeder en zo verder;
- waarbij de overdracht zolang er spanning bestaat zoveel mogelijk op neutraal terrein dient plaats te vinden zonder aanwezigheid van derden;
- waarbij de volgende regeling ten aanzien van de vakanties en feestdagen heeft te gelden:
 zomervakantie bij helfte (even jaren: vader eerste drie weken en oneven jaren tweede drie weken);
 herfstvakantie: even jaren bij vader en oneven jaren bij moeder;
 krokusvakantie: even jaren bij moeder en oneven jaren bij vader;
 meivakantie: bij helfte (even jaren vader eerste week en oneven jaren moeder);
 kerstvakantie: bij helfte in onderling overleg;
 Pasen/Pinksteren/Hemelvaart: in aansluiting op de weekendregeling / lopende regeling;
 Koningsdag: oneven jaren bij vader en even jaren bij moeder;
 Sinterklaas: oneven jaren bij vader en even jaren bij moeder;
 verjaardagen ouders: bij de ouder die jarig is;
 verjaardag [minderjarige] : volgens reguliere regeling, waarbij de andere ouder de gelegenheid krijgt om [minderjarige] te feliciteren. Ouders geven hier in onderling overleg vorm aan;
een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De moeder heeft verweer gevoerd, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken. Daarnaast heeft de moeder zelfstandig verzocht dat de huidige zorgregeling tussen de vader en [minderjarige] wordt opgeschort vanaf 4 februari 2026 tot de situatie bij de vader thuis voor [minderjarige] stabiel genoeg is om weer invulling te geven aan uitvoering van de huidige zorgregeling, zulks op geleide van de gecertificeerde instelling te bepalen, een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.

Beoordeling

Zorgregeling
Wettelijk kader
Op grond van artikel 1:253a, vierde lid, BW juncto artikel 1:377e BW kan de rechtbank op verzoek van de ouders of van een van hen een beslissing inzake de zorgregeling alsmede een door de ouders onderling getroffen zorgregeling wijzigen op grond dat nadien de omstandigheden zijn gewijzigd. Met betrekking tot de vraag of een ouder het recht op contact kan worden ontzegd, verklaart artikel 1:253a, tweede lid, BW het derde lid van artikel 1:377a BW van overeenkomstige toepassing. In artikel 1:377a, derde lid, BW staan de gronden opgesomd voor ontzegging van het recht op contact.
Standpunten vader
De vader verzoekt de huidige zorgregeling te wijzigen in de zorgregeling, zoals vastgelegd bij beschikking van deze rechtbank van 12 juli 2022. Daartoe voert de vader – kort samengevat – het volgende aan. Hij heeft een traject gevolgd bij [hulpverlener] voor zijn alcoholverslaving en daarmee samenhangende (onderliggende) problematiek. De vader heeft dit traject succesvol afgerond en zijn situatie is al geruime tijd stabiel. Gelet daarop is de vader van mening dat hij voldoet aan de gewenste omstandigheden, zoals beschreven in het vonnis van 30 juli 2024 van deze rechtbank, om de zorgregeling (weer) uit te breiden. De vader heeft in onderling overleg tot uitbreiding van de zorgregeling willen komen, maar de moeder wil hier niet aan meewerken.
Standpunten moeder
De moeder stelt dat het op dit moment niet in het belang van [minderjarige] is om de huidige zorgregeling te continueren, laat staan om deze uit te breiden. Daartoe voert de moeder – kort samengevat – het volgende aan. De moeder heeft geen inhoudelijke informatie van de vader, dan wel van de behandelaar van de vader ontvangen over het verloop van zijn traject bij [hulpverlener] . Het is de moeder dan ook niet bekend welke (onderliggende) problematiek tijdens het traject aan de orde is gekomen en of er is gewerkt aan terugvalpreventie. Daarnaast is zowel de werksituatie als de woonsituatie van de vader instabiel: de vader heeft de afgelopen tijd verschillende banen gehad en wordt uit zijn huis gezet vanwege een substantiële huurachterstand. Tot slot laat de vader wisselend gedrag zien, waarbij hij afspraken over – onder meer – de huidige zorgregeling niet nakomt. Gelet op het voorgaande is de moeder van mening dat de vader op dit moment geen stabiel en voorspelbaar opvoedklimaat kan bieden aan [minderjarige] . Daarom dient de huidige zorgregeling (tijdelijk) te worden opgeschort.
Inhoudelijke beoordeling
Uit de stukken en hetgeen op de zitting is besproken, is de rechtbank het volgende duidelijk geworden. De vader is bereid en in staat geweest om een behandeling voor zijn alcoholverslaving te voltooien. Hij heeft daarover zelf weinig of geen informatie verstrekt aan de moeder of de gecertificeerde instelling, wat wel geadviseerd was in het vonnis van de voorzieningenrechter van 30 juli 2024. De informatie is wel met instemming van de vader door de behandelaar verstrekt. De voorzieningenrechter heeft het voltooien van een behandeling voor de alcoholverslaving genoemd als een belangrijke aanleiding om weer tot uitbreiding van de zorgregeling te komen.
Op de zitting zijn vervolgens de volgende omstandigheden naar voren gebracht.
De vader heeft aangegeven dat hij op dit moment EMDR-therapie volgt. Het doel hiervan is – zo begrijpt de rechtbank – om zijn boosheid richting de moeder te leren reguleren en zo de communicatie met de moeder te verbeteren. De rechtbank acht dit eveneens een positieve ontwikkeling en spreekt de verwachting uit dat de vader serieus werk maakt van deze therapie en dat hij aanvullende therapie volgt als dat naar het oordeel van zijn psycholoog gewenst is. De rechtbank acht de omstandigheid dat de vader deze therapie is gaan volgen geen beletsel voor uitbreiding in een voorlopige vorm van de zorgregeling.
Er bestaat onduidelijkheid over de huisvesting van de vader. Hij moet zijn huidige woning op korte termijn verlaten en geeft aan een tijdelijke woning te hebben gevonden in [plaats 1] . Vanwege de reisafstand naar zijn werk wil hij echter het liefst naar [plaats 2] verhuizen. In dat kader heeft de vader twee bezichtigingen gepland staan. De rechtbank acht deze omstandigheid in die zin van belang dat de uitbreiding van de zorgregeling die zij zal bepalen in deze beschikking pas ingaat vanaf het moment dat de vader weer een stabiele woonsituatie heeft met een adequate overnachtingsmogelijkheid voor [minderjarige] , één en ander ter beoordeling van de gecertificeerde instelling.
Tot slot is op de zitting gebleken dat er een incident heeft plaatsgevonden bij de ouders van de vader thuis, waarbij mogelijk sprake is geweest van huiselijk geweld van de vader en oma vaderszijde richting de dementerende opa vaderszijde. De rechtbank constateert dat de feiten van dit incident op de zitting niet beschikbaar waren. Veilig Thuis zal hier onderzoek naar doen. De gecertificeerde instelling heeft, onder verwijzing naar het incident bij de ouders van de vader thuis, aangegeven dat zij op dit moment geen zicht heeft op de veiligheid van [minderjarige] . Indien sprake blijkt van geweld wil zij mogelijk de zorgregeling (tijdelijk) begeleid laten plaatsvinden. De rechtbank ziet vooralsnog in dit incident onvoldoende relatie met de mogelijke uitbreiding van de zorgregeling voor [minderjarige] . Dementie -en de ter zitting niet weersproken noodzaak tot opname van opa vaderszijde- kunnen immers leiden tot stress bij huisgenoten en ook tot fysieke incidenten. Vast staat dat [minderjarige] niet bij het incident aanwezig was. Niet is onderbouwd hoe het incident gevolgen zou moeten hebben voor de veiligheid van [minderjarige] bij de vader. Ook is van belang dat door de voltooide behandeling van de vader het toezicht en de aanwezigheid van oma vaderszijde tijdens de aanwezigheid van [minderjarige] bij de vader is vervallen.
De rechtbank ziet aanleiding – gelet op het voltooien van de behandeling van de vader van zijn alcoholverslaving – om de zorgregeling uit te breiden. Zij zal dit doen in een
voorlopigevorm nu er nog diverse trajecten lopen. Ook is niet uitgesloten dat het resultaat van het Veilig Thuis onderzoek tot een beperking van de regeling door de gecertificeerde instelling leidt bijvoorbeeld omdat de vader toch weer alcohol gebruikt.
Alles overwegende zal de rechtbank bepalen dat [minderjarige] de ene week op woensdag uit school (of 10.00 uur als er geen school is) tot 17.00 uur en de andere week van vrijdag uit school (of 16.00 uur als er geen school is) tot zondag 17.00 uur bij de vader verblijft. Voor de ingang van deze voorlopige regeling verwijst de rechtbank naar wat zij hiervoor daarover heeft overwogen. De rechtbank bepaalt dat het ophalen of terugbrengen bij de moeder vooralsnog gebeurt door of in aanwezigheid van oma vaderszijde of een andere in overleg tussen partijen en de gecertificeerde instelling te bepalen derde. Dit geldt niet voor het ophalen op school. De vader kan dit zelfstandig doen. De vakantieregeling wordt bij eindbeschikking vastgesteld. Voor nu geldt de regeling zoals die was vastgesteld in het vonnis van 30 juli 2024 van deze rechtbank.
De rechtbank ziet geen aanleiding om de omgang te ontzeggen of op te schorten, zoals door de moeder gevraagd, nu niet gebleken is dat één van de gronden van artikel 377a, derde lid, BW zich hier voordoet.
De rechtbank zal de definitieve beslissingen ten aanzien van de zorgregeling pro forma aanhouden tot 1 augustus 2026.

Beslissing

De rechtbank:
*
bepaalt een voorlopige zorgregeling, in die zin dat [minderjarige] de ene week op woensdag uit school (of 10:00 uur als er geen school is) tot 17:00 uur en de andere week van vrijdag uit school (of 16:00 uur als er geen school is) tot zondag 17:00 uur bij de vader verblijft, onder die voorwaarde dat de vader een stabiele woonsituatie heeft met een adequate overnachtingsmogelijkheid voor [minderjarige] , één en ander ter beoordeling van de gecertificeerde instelling;
*
bepaalt dat het ophalen of terugbrengen van [minderjarige] bij de moeder vooralsnog gebeurt door of in aanwezigheid van oma vaderszijde of een andere in overleg tussen partijen en de gecertificeerde instelling te bepalen derde, met uitzondering van het ophalen op school, wat de vader zelfstandig kan doen;
*
houdt iedere verdere beslissing ten aanzien van
de zorgregelingaan tot
1 augustus 2026 pro forma.
Deze beschikking is gegeven door mr. G. van Zeben-de Vries, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. F.M. Wijvekate als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 4 maart 2026.