Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:7860

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
3 april 2026
Publicatiedatum
3 april 2026
Zaaknummer
NL25.46664
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot wijziging verblijfsvergunning van humanitair tijdelijk naar niet-tijdelijk

Verzoekster had een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met de beperking 'humanitair tijdelijk' en verzocht om wijziging naar 'humanitair niet-tijdelijk'. De minister weigerde dit, en na verschillende procedures verklaarde de minister het bezwaarschrift ongegrond. Verzoekster stelde beroep in en vroeg om een voorlopige voorziening.

De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op 24 februari 2026 in aanwezigheid van verzoekster, haar gemachtigde, een tolk en de gemachtigde van de minister. Omdat de rechtbank bij uitspraak van dezelfde dag het beroep gegrond verklaarde, achtte de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer nodig en wees het verzoek af.

Daarnaast veroordeelde de rechtbank de minister tot betaling van de proceskosten van verzoekster, vastgesteld op € 934,-, voor de kosten die verzoekster maakte met het indienen van haar verzoekschrift. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de minister wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.46664

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam], V-nummer: [v-nummer], verzoekster,

(gemachtigde: mr. F.J.M. Schonkeren),
en

de minister van Asiel en Migratie.

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag om verzoekster haar verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te wijzigen. Verzoekster had een vergunning onder de beperking 'humanitair tijdelijk' en zij wil deze beperking laten wijzigen in 'humanitair niet-tijdelijk'. De minister heeft dit geweigerd en, na verschillende procedures, het bezwaarschrift van verzoekster tegen deze weigering ongegrond verklaard. Verzoekster heeft hiertegen beroep ingesteld en daarbij verzocht om een voorlopige voorziening.
1.1.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 24 februari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoekster, de gemachtigde van verzoekster, een tolk en de gemachtigde van de minister.
1.2.
De voorzieningenrechter wijst in deze uitspraak het verzoek af. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL25.46660, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
2.1.
De rechtbank ziet, gelet op de gegrondverklaring van het beroep, aanleiding om de minister ook in deze procedure te veroordelen in de proceskosten die verzoekster in dit verband heeft gemaakt met het indienen van haar verzoekschrift. De rechtbank stelt de proceskosten vast op € 934,-. [1]

Beslissing

De voorzieningenrechter:
- wijst het verzoek om voorlopige voorziening af;
- veroordeelt de minister in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 934,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Sibma, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. D.G. van den Berg, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht. 1 punt voor het indienen van het verzoekschrift.