ECLI:NL:RBDHA:2026:7848

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
23 maart 2026
Publicatiedatum
3 april 2026
Zaaknummer
NL26.10424
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:12 AwbArt. 8:54 AwbArtikel 8 EVRM
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken ingebrekestelling bij niet tijdig beslissen op aanvraag machtiging voorlopig verblijf

Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om niet tijdig te beslissen op zijn aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf met als doel “familie en gezin” op grond van artikel 8 EVRM Pro. Nadat de minister op 5 december 2025 een besluit had genomen, stelde eiser dat de minister niet tijdig op zijn bezwaar had beslist en stelde beroep in tegen het niet tijdig beslissen.

De rechtbank overweegt dat volgens artikel 6:12, tweede lid, onder b, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) een ingebrekestelling vereist is voordat beroep kan worden ingesteld tegen het niet tijdig beslissen. In het beroepschrift ontbrak een dergelijke ingebrekestelling en ook na verzoek van de rechtbank is deze niet overgelegd. De minister bevestigde geen ingebrekestelling te hebben ontvangen.

De rechtbank concludeert dat eiser niet heeft aangetoond dat hij de minister in gebreke heeft gesteld en dat redelijkerwijs van eiser kon worden verlangd dit te doen. Hierdoor is niet voldaan aan de voorwaarden voor ontvankelijkheid van het beroep. Het beroep wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het beroep van eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een ingebrekestelling voorafgaand aan het beroep.

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL26.10424
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], V-nummer: [V-nummer] , eiser (gemachtigde: mr. F.W. Verweij),
en

de minister van Asiel en Migratie, de minister.

Procesverloop

De minister heeft op 5 december 2025 beslist op de aanvraag van eiser om een machtiging tot voorlopig verblijf met als doel “familie en gezin” in het kader van artikel 8 van Pro het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en fundamentele vrijheden. Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen dit besluit. De minister heeft volgens hem niet tijdig beslist op dit bezwaar.
Eiser heeft vervolgens beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op het bezwaar. Deze uitspraak gaat over dat beroep.

Overwegingen

1. De rechtbank vindt het in deze zaak niet nodig om partijen uit te nodigen voor een zitting.1
2. Als een bestuursorgaan niet op tijd op een bezwaar beslist, dan kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Voordat hij beroep kan instellen, moet de betrokkene schriftelijk aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog moet worden beslist op zijn bezwaar (de zogenoemde ingebrekestelling). Als er na twee weken nog steeds geen beslissing op het bezwaar is genomen, dan kan de betrokkene beroep instellen..2
Is het beroep van eiser ontvankelijk?
3. In het beroepschrift van eiser is geen mededeling gedaan van een in artikel 6:12, tweede lid, onder b, van de Awb bedoelde ingebrekestelling. Met het indienen van het beroepschrift is ook geen kopie van in artikel 6:12, tweede lid, onder b, van de Awb bedoelde ingebrekestelling meegezonden.
1. Artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
4. Op 26 februari 2026 heeft de rechtbank verzocht om alsnog een ingebrekestelling aan toe te zenden. Eiser heeft geen ingebrekestelling als processtuk ingezonden, Ook de minister heeft niet een ingebrekestelling ingezonden. De minister stelt zich in zijn verweerschrift van 10 maart 2026 op het standpunt ook geen ingebrekestelling te hebben ontvangen. Gelet hierop moet het ervoor worden gehouden dat eiser, alvorens beroep in te stellen,
geen ingebrekestelling heeft verzonden.
5. Eiser heeft niet aangetoond dat hij de minister in gebreke heeft gesteld. Het is verder niet gebleken dat redelijkerwijs niet van eiser kon worden gevergd dat hij de minister in gebreke stelde. De minister is derhalve niet in verzuim. Dit maakt dat niet is voldaan aan de voorwaarden voor het indienen van een beroep tegen het niet tijdig beslissen door de minister.3 Het beroep is daarom niet-ontvankelijk.
6. Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G.P. Loman, rechter, in aanwezigheid van
M.H.G.P. Tober, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
23 maart 2026

Documentcode: [Documentcode]

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.