ECLI:NL:RBDHA:2026:7848
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken ingebrekestelling bij niet tijdig beslissen op aanvraag machtiging voorlopig verblijf
Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om niet tijdig te beslissen op zijn aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf met als doel “familie en gezin” op grond van artikel 8 EVRM Pro. Nadat de minister op 5 december 2025 een besluit had genomen, stelde eiser dat de minister niet tijdig op zijn bezwaar had beslist en stelde beroep in tegen het niet tijdig beslissen.
De rechtbank overweegt dat volgens artikel 6:12, tweede lid, onder b, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) een ingebrekestelling vereist is voordat beroep kan worden ingesteld tegen het niet tijdig beslissen. In het beroepschrift ontbrak een dergelijke ingebrekestelling en ook na verzoek van de rechtbank is deze niet overgelegd. De minister bevestigde geen ingebrekestelling te hebben ontvangen.
De rechtbank concludeert dat eiser niet heeft aangetoond dat hij de minister in gebreke heeft gesteld en dat redelijkerwijs van eiser kon worden verlangd dit te doen. Hierdoor is niet voldaan aan de voorwaarden voor ontvankelijkheid van het beroep. Het beroep wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een ingebrekestelling voorafgaand aan het beroep.