ECLI:NL:RBDHA:2026:7847
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens te vroege ingebrekestelling bij asielaanvraag Syrië moratorium
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De aanvraag werd ontvangen op 21 augustus 2024. De minister moest uiterlijk binnen zes maanden beslissen, maar vanwege het besluitmoratorium voor Syrië werd de beslistermijn verlengd met één jaar tot maximaal 21 maanden.
Eiser heeft de minister op 11 februari 2026 schriftelijk in gebreke gesteld, maar op dat moment was de beslistermijn nog niet verstreken. De rechtbank oordeelt dat de ingebrekestelling te vroeg is ingediend en dat het beroep daarom kennelijk niet-ontvankelijk is.
De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter G.P. Loman en griffier M.H.G.P. Tober en is uitgesproken in het openbaar op 23 maart 2026.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te vroege ingebrekestelling.