ECLI:NL:RBDHA:2026:7831
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens te vroege ingebrekestelling bij niet tijdig beslissen asielaanvraag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen door de minister op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister ontving de aanvraag op 25 oktober 2024 en moest uiterlijk binnen zes maanden beslissen. Vanwege een besluitmoratorium voor Syrië is de beslistermijn met één jaar verlengd tot maximaal 21 maanden, waardoor de uiterste beslisdatum op 25 juli 2026 ligt.
Eiser stelde de minister op 16 januari 2026 schriftelijk in gebreke, maar op dat moment was de beslistermijn nog niet verstreken. Hierdoor is de ingebrekestelling te vroeg ingediend en is het beroep kennelijk niet-ontvankelijk. De rechtbank ziet daarom geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling of het vaststellen van een bestuurlijke dwangsom.
De rechtbank heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard en is niet toegekomen aan de inhoudelijke beoordeling van de aanvraag of het al dan niet verbeuren van een bestuurlijke dwangsom. De uitspraak is gedaan door rechter R.J.A. Schaaf en griffier J.B. Thépass op 26 maart 2026.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de ingebrekestelling te vroeg is ingediend.