ECLI:NL:RBDHA:2026:782

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
20 januari 2026
Publicatiedatum
20 januari 2026
Zaaknummer
NL25.52929
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Vereenvoudigde behandeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55d Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging niet tijdig besluit machtiging voorlopig verblijf en oplegging dwangsom

Eisers hebben een opvolgend beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen door de minister van Asiel en Migratie op hun aanvragen tot het verlenen van een machtiging tot voorlopig verblijf. De rechtbank wijst het verzoek om vrijstelling van griffierecht toe en behandelt de zaak zonder zitting.

De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State had eerder de uitspraak van deze rechtbank vernietigd en een nieuwe termijn gesteld voor het nemen van een besluit, afhankelijk van de omstandigheden. De minister heeft echter nog steeds niet beslist, waardoor het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond is.

De rechtbank bepaalt dat de minister binnen vier weken na bekendmaking van deze uitspraak alsnog een besluit moet nemen. Tevens wordt een dwangsom van € 100,- per dag opgelegd bij overschrijding van deze termijn, met een maximum van € 15.000,-. Daarnaast wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eisers, vastgesteld op € 467,-.

Uitkomst: De rechtbank vernietigt het niet tijdig nemen van een besluit en legt de minister een dwangsom op bij overschrijding van de nieuwe beslistermijn.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.52929

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam],

V-nummer: [nummer],

[naam],

V-nummer: [nummer],
gezamenlijk: eisers,
(gemachtigde: mr. H.J. Janse),
en

de minister van Asiel en Migratie, de minister.

Inleiding

1. Deze uitspraak gaat over het opvolgende beroep dat eisers hebben ingediend, omdat de minister niet op tijd zou hebben beslist op de aanvragen tot het verlenen van een machtiging tot voorlopig verblijf.
1.1.
Eisers hebben gevraagd om vrijstelling van het griffierecht. De rechtbank ziet aanleiding om dit verzoek toe te wijzen. Eisers hoeven dus geen griffierecht te betalen.
1.2.
De rechtbank doet uitspraak zonder zitting. [1]

Beoordeling door de rechtbank

2. In de procedure in hoger beroep heeft de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State, de uitspraak van deze rechtbank en zittingsplaats van 13 februari 2025 (NL24.39498) vernietigd, voor zover zij de minister heeft opgedragen om vóór
30 november 2025 alsnog een besluit bekend te maken. De Afdeling heeft deze termijn vervangen door een nadere termijn van vier weken na de dag van verzending van de uitspraak van de rechtbank, door acht weken als de minister gelegenheid tot herstel van verzuimen aanbiedt, door zestien weken als zij nader onderzoek aanbiedt en door twintig weken als zij zowel gelegenheid tot herstel van verzuimen als nader onderzoek aanbiedt. [2]
3. De minister heeft nog niet op de aanvraag beslist. Het beroep is ontvankelijk en kennelijk gegrond.
4. Het gaat in deze zaak om een opvolgend beroep tegen het niet tijdig beslissen. Mede gelet op het tijdsverloop sindsdien, bepaalt de rechtbank dat de minister binnen vier weken een beslissing op de aanvragen moet nemen. De termijn begint op de dag na het bekendmaken van deze uitspraak.
5. Eisers hebben gevraagd om een dwangsom op te leggen als de minister niet op tijd beslist. De rechtbank bepaalt dat de minister opnieuw een dwangsom van € 100,- per dag moet betalen als hij de door de rechtbank opgelegde beslistermijn overschrijdt. Hierbij geldt een maximum van € 15.000,-. [3]
6. De minister moet de door eisers gemaakte proceskosten vergoeden. Deze kosten stelt de rechtbank vast op € 467,-. [4]

Beslissing

De rechtbank:
  • verklaart het beroep gegrond;
  • vernietigt het, met een besluit gelijk te stellen, niet tijdig nemen van een besluit;
  • draagt de minister op binnen vier weken na bekendmaking van deze uitspraak alsnog een besluit op de aanvragen bekend te maken.
  • bepaalt dat de minister aan eisers een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee hij de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-;
  • veroordeelt de minister in de proceskosten van eisers tot een bedrag van € 467,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, rechter, in aanwezigheid van
A.S. van der Veen, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is bekendgemaakt op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2.Afdeling 7 oktober 2025, ECLI:NL:RVS:2025:4752.
3.Artikel 8:55d, tweede lid, van de Awb.
4.Op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door de gemachtigde verleende rechtsbijstand, waarbij 1 punt is gerekend voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 934,- en een wegingsfactor van 0,5.