Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de minister op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister ontving de aanvraag op 17 mei 2025 en moest binnen zes maanden beslissen. Eiser stelde de minister op 10 december 2025 in gebreke en diende daarna beroep in.
De rechtbank oordeelt dat de minister niet tijdig heeft beslist en dat het beroep gegrond is. De minister wordt opgedragen binnen zestien weken alsnog een besluit te nemen, waarbij eerst binnen acht weken na verzending van het vonnis een nader gehoor over de asielmotieven moet plaatsvinden, gevolgd door een besluit binnen acht weken daarna.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van € 100,- per dag dat de minister de termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-. Ook wordt de minister veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiser van € 467,- vanwege de inschakeling van juridische hulp. De uitspraak is gedaan zonder zitting en in het openbaar bekendgemaakt op 20 maart 2026.