Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:7809

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
3 april 2026
Publicatiedatum
3 april 2026
Zaaknummer
12088637 \ CV EXPL 26-439
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:219 BWArt. 3 lid 1 IVRK
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing ontruimingsvordering wegens illegaal vuurwerk in gehuurde woning

Portaal vordert in kort geding de ontruiming van een woning die zij verhuurt aan [gedaagde], nadat illegaal vuurwerk in het gehuurde was aangetroffen. De politie rapporteerde de vondst van zwaar illegaal vuurwerk in de kledingkast van de minderjarige zoon van [gedaagde]. Portaal stelt dat [gedaagde] ernstig tekort is geschoten als huurder en wil met de ontruiming een krachtig signaal afgeven tegen het opslaan van vuurwerk.

De kantonrechter oordeelt dat ontruiming een ingrijpende maatregel is die diep ingrijpt in het gebruiksrecht van de huurder en dat in kort geding grote terughoudendheid geboden is. Hoewel Portaal een spoedeisend belang heeft, is niet met voldoende mate van waarschijnlijkheid te verwachten dat de bodemrechter de ontbinding van de huurovereenkomst zal toewijzen. Daarbij weegt mee dat [gedaagde] en haar minderjarige zoon in een kwetsbare situatie verkeren en geen vervangende woonruimte beschikbaar is.

De kantonrechter erkent het belang van Portaal bij veiligheid en leefbaarheid, maar acht de hoeveelheid aangetroffen vuurwerk en de genomen maatregelen voldoende om het gevaar te mitigeren. De belangen van de minderjarige zoon worden zwaar meegewogen. Daarom wordt de vordering tot ontruiming afgewezen en moet Portaal de proceskosten betalen.

Uitkomst: De vordering tot ontruiming wordt afgewezen omdat niet met voldoende waarschijnlijkheid kan worden verwacht dat ontbinding in een bodemprocedure wordt toegewezen.

Uitspraak

RECHTBANKDEN HAAG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Leiden
LH (B)
Zaaknummer: 12088637 \ CV EXPL 26-439
Vonnis in kort geding van 3 april 2026
in de zaak van
de stichting STICHTING PORTAAL,
gevestigd te Utrecht,
eisende partij,
hierna te noemen: Portaal,
gemachtigde: mr. K.J. van Bergenhenegouwen,
tegen
[gedaagde],
wondende in de gemeente [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
gemachtigde: mr. L.M.J. Pelswijk.

1.De zaak in het kort

1.1.
[gedaagde] huurt een woning van Portaal. In het gehuurde is illegaal vuurwerk aangetroffen. Portaal eist daarom in kort geding een veroordeling tot ontruiming van het gehuurde.
1.2.
De kantonrechter komt tot het oordeel dat in kort geding niet met voldoende mate van waarschijnlijkheid valt te verwachten dat de ontbinding en ontruiming in een eventuele bodemprocedure zal worden toegewezen. De kantonrechter wijst de vordering van Portaal tot ontruiming daarom af.

2.De procedure

2.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 18 februari 2026, met producties,
- de e-mail met producties van mr. Pelswijk van 17 maart 2026,
- de mondelinge behandeling van 20 maart 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt,
- de pleitaantekeningen van mr. Pelswijk.

3.De feiten

3.1.
Portaal verhuurt aan [gedaagde] de woning aan de [adres] (hierna: het gehuurde).
3.2.
Op de huurovereenkomst zijn algemene huurvoorwaarden van toepassing. In artikel 8 lid 9 van Pro deze algemene voorwaarden is het volgende opgenomen:
“Het is huurder niet toegestaan in of bij het gehuurde chemicaliën, benzine of andere aardoliederivaten, vuurwerk of anderszins gevaarlijke stoffen op te slaan.”
3.3.
Portaal is bij brief van 23 december 2025 door de burgemeester van Leiden op de hoogte gesteld van een vuurwerkvondst in het gehuurde.
3.4.
De politie heeft een bestuurlijke rapportage opgemaakt over het gehuurde. Uit de informatie van de politie volgt dat er op 4 december 2025 illegaal vuurwerk, namelijk twee stuks Cobra 6 (categorie F4) en 16 stuks Single shot (categorie F2) is aangetroffen op het adres van het gehuurde. Het vuurwerk is aangetroffen in de kledingkast op de slaapkamer van de zoon van [gedaagde] .
3.5.
Portaal heeft [gedaagde] bij brief van 23 januari 2026 laten weten dat zij vanwege deze vondst de huurovereenkomst met haar niet wil voortzetten.

4.Het geschil

4.1.
Portaal vordert samengevat - ontruiming van het gehuurde aan de [adres] , binnen zeven dagen na betekening van het vonnis.
4.2.
Portaal legt aan de vordering het volgende ten grondslag. [gedaagde] is ernstig tekortgeschoten in haar verplichting om zich als goed huurder te gedragen, door illegaal en zwaar vuurwerk in het gehuurde te bewaren. [gedaagde] handelt daarmee niet alleen in strijd met de wettelijke bepalingen maar ook in strijd met de algemene huurvoorwaarden. Portaal heeft een spoedeisend belang bij deze procedure, nu zij een krachtig signaal wil afgeven naar haar huurders en zij [gedaagde] vóór de komende jaarwisseling het gehuurde uit wil hebben om herhaling te voorkomen. Verder moet Portaal waken voor de leefbaarheid in haar wijken en moet zij zorgen voor een veilige woonomgeving voor haar huurders.
4.3.
[gedaagde] voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen van Portaal.
4.4.
[gedaagde] voert het volgende aan. Van spoedeisend belang van Portaal is geen sprake nu het vuurwerk uit het gehuurde is verwijderd en het nog zeven maanden duurt voordat de volgende jaarwisseling plaatsvindt. [gedaagde] heeft groot belang bij het behoud van het gehuurde, nu zij een inwonende minderjarige zoon heeft. [gedaagde] en haar zoon komen uit een onstabiele thuissituatie en kunnen geen aanspraak maken op maatschappelijke opvang, zodat ontruiming van het gehuurde desastreuze gevolgen met zich mee brengt. [gedaagde] was op de hoogte van de aanwezigheid van vuurwerk in het gehuurde, echter wist zij niet dat het ging om zwaar illegaal vuurwerk. Gelet op de omstandigheden van [gedaagde] en dat er ‘slechts’ twee cobra’s zijn aangetroffen in het gehuurde, is ontruiming van het gehuurde niet gerechtvaardigd.
4.5.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

5.De beoordeling

5.1.
De kantonrechter stelt voorop dat een bij voorlopige voorziening bevolen ontruiming een maatregel is, die diep ingrijpt in het gebruiksrecht en de daarmee verbonden huurbescherming van de huurder. Bij de beoordeling van een dergelijke vordering moet - volgens vaste jurisprudentie - grote terughoudendheid worden betracht, gelet op de omstandigheid dat in een kortgedingprocedure geen plaats is voor een - diepgaand - onderzoek naar bestreden feiten en gezien de vergaande, veelal onomkeerbare gevolgen van een ontruiming in kort geding, zoals in deze zaak aan de orde is. Daarnaast is een voorwaarde voor toewijsbaarheid van de ontruiming in kort geding dat met een grote mate van waarschijnlijkheid te verwachten moet zijn dat de bodemrechter een vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst zal toewijzen op grond van het nu voorliggende feitencomplex. Toewijzing van een ontruimingsvordering in kort geding zal in de praktijk immers vaak een definitief karakter hebben.
Spoedeisend belang
5.2.
Allereerst moet de kantonrechter beoordelen of Portaal een spoedeisend belang heeft bij de gevorderde ontruiming. Van een spoedeisend belang is sprake als, gelet op de belangen van partijen, een onverwijlde voorziening is geboden en de uitkomst van een eventuele bodemprocedure niet kan worden afgewacht.
5.3.
Het spoedeisend belang is volgens Portaal erin gelegen dat zij wil voorkomen dat [gedaagde] de volgende jaarwisseling nog in het gehuurde woont. Ook draagt een spoedige ontruiming bij aan een krachtig signaal dat Portaal geen woningen verhuurt aan huurders die daar illegaal vuurwerk opslaan. Daar voegt Portaal aan toe dat zij verplicht is een veilige woonomgeving voor haar huurders te creëren, voor zover dat binnen haar mogelijkheden ligt.
5.4.
Onder deze omstandigheden kan naar het oordeel van de kantonrechter in redelijkheid niet van Portaal gevergd worden dat zij de uitkomst van een bodemprocedure afwacht. Daarmee heeft Portaal een spoedeisend belang bij haar vordering.
[gedaagde] heeft zich niet als goed huurder gedragen
5.5.
Voor de beantwoording van de vraag of de bodemrechter de vordering tot (ontbinding en) ontruiming zal toewijzen, moet worden nagegaan of [gedaagde] zich als goed huurder heeft gedragen. Dit betekent dat zij zich moet houden aan de verplichtingen die voortvloeien uit de wet, de huurovereenkomst en de daarbij behorende algemene voorwaarden. Als de huurverplichtingen worden geschonden, moet vervolgens worden beoordeeld of de tekortkoming, gelet op alle omstandigheden van het geval, waaronder het concrete belang van de huurder bij het voortduren van de huurovereenkomst, van voldoende gewicht is om de huurovereenkomst in een eventuele bodemprocedure te ontbinden. [1]
5.6.
Het in het gehuurde aanwezig hebben van illegaal vuurwerk is in strijd met de huurovereenkomst en daarmee een tekortkoming. De kantonrechter overweegt dat – een deel van – het door de politie aangetroffen vuurwerk volgens de bestuurlijke rapportage van 11 december 2025 van de politie tot de zwaarste categorie vuurwerk behoort, namelijk categorie F4 van het Vuurwerkbesluit. Dit vuurwerk is enkel bestemd voor gebruik door personen met gespecialiseerde kennis. Het aanwezig hebben van dergelijk vuurwerk in het gehuurde is niet alleen een overtreding van diverse wettelijke voorschriften, de huurovereenkomst en de algemene voorwaarden, maar brengt ook een reëel gevaar met zich mee voor [gedaagde] , haar zoon en de omwonenden van het gehuurde. Het gehuurde is gelegen in een flatgebouw. Ontploffing van het vuurwerk had tot grote gevolgen kunnen leiden.
5.7.
Gelet op het voorgaande heeft [gedaagde] zich naar het oordeel van de kantonrechter niet als goed huurder gedragen. De stelling van [gedaagde] , dat zij niet wist dat haar zoon zwaar illegaal vuurwerk in het gehuurde bewaarde maakt dit niet anders. [gedaagde] is als huurder immers op grond van artikel 7:219 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW) ook verantwoordelijk voor de gedragingen van haar inwonende zoon in het gehuurde. Dat er zwaar illegaal vuurwerk in het gehuurde is opgeslagen komt in beginsel dus voor rekening en risico van [gedaagde] , ook als zij geen weet had van de categorie van het vuurwerk.
De belangen van Portaal tegenover die van [gedaagde]
5.8.
De vraag is of de tekortkoming van [gedaagde] , gelet op de omstandigheden van het geval, waaronder het concrete belang van [gedaagde] bij het voortduren van de huurovereenkomst, van voldoende gewicht is om de ontruiming van het gehuurde te rechtvaardigen. Bij beoordeling van deze vraag zal de kantonrechter de belangen van beide partijen afwegen.
5.9.
Portaal heeft, als sociale woningbouwvereniging, de taak om de veiligheid van haar huurders en de leefbaarheid van de gebieden waarin haar woningen zijn gelegen, te bevorderen. Zoals eerder overwogen betreft het gehuurde een flat in een flatgebouw. [gedaagde] heeft door zwaar illegaal vuurwerk in het gehuurde te houden, een risico veroorzaakt dat het gehuurde beschadigd raakt dan wel omliggende woningen. Ook heeft zij daarmee een risico veroorzaakt voor zichzelf, haar zoon en omwonenden. Portaal hoeft niet toe te staan dat een dergelijke gevaarlijke situatie wordt gecreëerd. De kantonrechter acht het op zichzelf redelijk dat Portaal een signaal wil afgeven naar al haar huurders dat het hebben van (zwaar illegaal) vuurwerk niet wordt getolereerd en wordt gesanctioneerd.
5.10.
Daartegenover staat het belang van [gedaagde] en haar minderjarige zoon bij behoud van het gehuurde. [gedaagde] heeft aangevoerd dat zij geen vervangende woonruimte heeft als het aankomt op ontruiming van het gehuurde en dat zij niet in aanmerking komt voor maatschappelijke opvang. Als het gehuurde wordt ontruimd wordt het gezin dakloos.
5.11.
Omdat er een minderjarig kind in de te ontruimen woning woont, brengt artikel 3 lid 1 van Pro het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK) mee dat de belangen van deze minderjarige in kaart moeten worden gebracht en bij de beoordeling of de tekortkoming van de huurder ontbinding van de huurovereenkomst rechtvaardigt, als ‘eerste overweging’ in aanmerking moeten worden genomen. Dat betekent niet dat, indien het in het belang van de minderjarige is dat hij in het gehuurde kan blijven wonen, een ontruimingsvordering steeds moet worden afgewezen, maar wel dat die belangen bijzonder gewicht in de schaal leggen.
5.12.
De kantonrechter acht het aannemelijk dat ontruiming van de woning niet alleen voor [gedaagde] , maar ook voor haar minderjarige zoon negatieve gevolgen zal hebben. Een vordering tot ontruiming zal niet kunnen worden toegewezen als de ontruiming tot een acute noodtoestand voor de minderjarige zou leiden. De kantonrechter is van oordeel dat sprake zal zijn van een acute noodtoestand voor de minderjarige als de gevorderde ontruiming wordt toegewezen. [gedaagde] heeft namelijk gemotiveerd aangevoerd dat zij geen vervangende woonruimte heeft en ook geen aanspraak kan maken op maatschappelijke opvang. Portaal heeft naar voren gebracht dat zij het gezin heeft aangemeld bij Meldpunt Zorg en Overlast en dat de situatie daarmee voor haar verder uit handen is gegeven. De kantonrechter kan Portaal in zoverre volgen dat het niet aan haar is om het gezin te voorzien van een vervangende woonruimte, maar dit neemt de hiervoor genoemde noodtoestand voor [gedaagde] en haar minderjarige zoon niet weg. De stelling van Portaal dat zij slechts zal ontruimen als er vervangende woonruimte beschikbaar is gevonden voor de minderjarige, legt in dit kader naar het oordeel van de kantonrechter onvoldoende gewicht in de schaal, omdat de belangen van het kind ook meebrengen dat hij niet van zijn ouder(s) wordt gescheiden.
5.13.
De kantonrechter betrekt bij zijn oordeel ook dat door [gedaagde] direct actie is ondernomen nadat zij erachter is gekomen van welke categorie het vuurwerk is dat de minderjarige in zijn slaapkamer heeft verstopt. Zo is er direct hulp ingeschakeld voor de minderjarige die zich in een kwetsbare situatie bevindt na het recentelijk overlijden van zijn vader. Met de genomen maatregelen is het gevaar voor herhaling naar het oordeel van de kantonrechter geweken. Aannemelijk is gemaakt dat de minderjarige inmiddels doordrongen is van de ernst van de situatie. De kantonrechter begrijpt het belang van Portaal dat zij met deze zaak een sterk signaal wil afgeven naar haar huurders, dat het bewaren van zwaar illegaal vuurwerk in een woning van Portaal niet wordt getolereerd en wordt gesanctioneerd. Portaal heeft niet aangegeven hoe gevaarzettend de situatie was bij de in het gehuurde aangetroffen hoeveelheid vuurwerk. Anders dan Portaal is de kantonrechter van oordeel dat de hoeveelheid aangetroffen vuurwerk en de mate van gevaarzetting wel een rol speelt bij de afweging of tot ontruiming moet worden overgegaan, dan wel kan worden volstaan met andere (minder vergaande) mogelijkheden, zoals een waarschuwing of gedragsaanwijzing. De door Portaal overgelegde brief van de burgemeester laat deze andere mogelijkheden ook open.
De ontruiming wordt afgewezen
5.14.
Gelet op het voorgaande kan de kantonrechter op dit moment niet uitsluiten dat de rechter in een eventuele bodemprocedure zal oordelen dat de ontbinding van de huurovereenkomst niet gerechtvaardigd is. Zonder nadere bewijslevering - waarvoor in kort geding geen plaats is - valt daarom niet met voldoende mate van zekerheid te verwachten dat de bodemrechter een vordering tot ontbinding zal toewijzen. Bij deze stand van zaken kan niet - vooruitlopend op een bodemprocedure - alvast de ontruiming van de woning worden toegewezen. De kantonrechter zal de vordering van Portaal tot ontruiming daarom afwijzen.
De proceskosten
5.15.
Portaal is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [gedaagde] worden begroot op:
- salaris gemachtigde
577,00
- nakosten
108,50
Totaal
685,50

6.De beslissing

De kantonrechter
6.1.
wijst de vorderingen van Portaal af,
6.2.
veroordeelt Portaal in de proceskosten van € 685,50, te vermeerderen met de kosten van betekening voor het geval het vonnis wordt betekend,
6.3.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. W.J. Nomen en in het openbaar uitgesproken op 3 april 2026.

Voetnoten

1.HR 28 september 2018, ECLI:NL:HR:2018:1810