Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:7730

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
31 maart 2026
Publicatiedatum
3 april 2026
Zaaknummer
11800854 / RL EXPL 25 - 13343
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:119 BWArt. 5 lid 3 EU-verordening 261/2004
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Passagier ontvangt gedeeltelijke vergoeding voor vertraagde vlucht van Bonaire naar Amsterdam

De kantonrechter behandelde de zaak van een passagier die een vergoeding vorderde van TUI Airlines wegens een vertraging van vlucht OR 377 van Bonaire naar Amsterdam op 6 juli 2023. De vlucht arriveerde met een vertraging van 3 uur en 13 minuten. De passagier baseerde haar vordering op EU-verordening 261/2004 en relevante jurisprudentie, waaronder het Wallentin-Hermann-arrest.

TUI voerde verweer dat de vertraging het gevolg was van buitengewone omstandigheden, namelijk de storm Poly op Schiphol op 5 juli 2023, waardoor eerdere vluchten vertraagd waren. De kantonrechter oordeelde echter dat deze omstandigheden niet meer van toepassing waren op de dag van de vlucht zelf en dat TUI tijd had om maatregelen te nemen, zoals het inzetten van een vervangend vliegtuig.

De kantonrechter verwierp de stelling dat vlucht OR 377 was geannuleerd en stelde vast dat de passagier daadwerkelijk op de vlucht was vervoerd, zij het met vertraging. De vergoeding werd toegekend, maar gehalveerd vanwege de vertraging van minder dan vier uur. De vordering voor de minderjarige kinderen werd afgewezen wegens het ontbreken van een akte van cessie.

De kantonrechter veroordeelde TUI tot betaling van €345, bestaande uit €300 vergoeding en €45 buitengerechtelijke kosten, vermeerderd met wettelijke rente. De proceskosten werden ieder voor eigen rekening genomen.

Uitkomst: TUI wordt veroordeeld tot betaling van een gedeeltelijke vertragingsvergoeding van €345 plus wettelijke rente, proceskosten ieder voor eigen rekening.

Uitspraak

RECHTBANKDEN HAAG
Kantonrechter, zittingsplaats 's-Gravenhage
Rolnummer: 11800854 / RL EXPL 25 - 13343
31 maart 2026 (bij vervroeging)
CB/c
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
[eiseres], wonende te [woonplaats] ,
eisende partij,
hierna gezamenlijk te noemen: [eiseres] of de passagier,
gemachtigde: E. Schooneman (ProBe-ASP B.V.),
tegen
de besloten vennootschap
TUI Airlines Nederland B.V.,
(statutair) gevestigd te Rijswijk,
gedaagde partij,
hierna te noemen: TUI,
gemachtigden: mr. M. Lustenhouwer (AKD).

1.Het procesverloop

1.1
De kantonrechter heeft kennisgenomen van de volgende stukken:
  • de dagvaarding van 19 juni 2025 met zes producties (nrs. 1 tot en met 5);
  • de conclusie van antwoord van 17 september 2025 met vier producties (nrs. 1 tot en met 4);
  • de conclusie van repliek van 11 november 2025;
  • de conclusie van dupliek van 3 februari 2026.
1.2
Bij brief van 12 februari 2026 heeft de griffie partijen op de hoogte gesteld dat de kantonrechter op 28 april 2026 vonnis zou wijzen. Partijen hebben zich daarop niet gemeld met het verzoek tot het houden van een mondelinge behandeling, zodat op basis van de gewisselde processtukken vonnis zal worden gewezen.
1.3
Het vonnis wordt vandaag bij vervroeging uitgesproken.

2.De feiten

2.1
[eiseres] en haar minderjarige kinderen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hadden een boeking voor TUI-vlucht OR 377 van Flamingo International Airport (Bonaire) naar Amsterdam-Schiphol Airport op 6 juli 2023.
2.2
De oorspronkelijke vluchttijden van vlucht OR 377 op 6 juli 2023 waren:
Vertrek uit Bonaire: 21:45 uur op 6 juli 2023,
Aankomst in Amsterdam: 13:35 uur op 7 juli 2023.
2.3
Vlucht OR 377 betrof een rotatievlucht Amsterdam – Curaçao – Bonaire – Amsterdam.
2.4
Vlucht OR 377 is met een vertraging van 3:13 uur om 16:48 uur in Amsterdam gearriveerd.

3.De vordering

3.1
[eiseres] vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, (I) TUI te veroordelen tot betaling van het bedrag ad € 1.800,00 te vermeerderen met de wettelijke rente ex art. 6:119 BW Pro te rekenen vanaf de dag van annulering, althans vanaf de datum van de ingebrekestelling dan wel vanaf de datum van betekening van de dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening; (II.) TUI te veroordelen tot betaling van de buitengerechtelijke kosten begroot op € 270,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over de buitengerechtelijke incassokosten, te rekenen vanaf de datum van de ingebrekestelling dan wel vanaf de datum van betekening van de dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening; (III.) TUI te veroordelen in de kosten van het geding, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 14 dagen na de betekening van het te wijzen vonnis tot aan de dag der algehele voldoening; (IV.) TUI te veroordelen in de nakosten van het te wijzen vonnis.
3.2
Aan haar vordering legt [eiseres] ten grondslag dat Europese regelgeving en jurisprudentie, meer in het bijzonder de EU-verordening 261/2004 (hierna; ‘de Verordening’) en (onder meer) de arresten van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 22 december 2008 (C-549/07, Wallentin-Hermann-arrest), van 19 november 2009 (C-402/07, Sturgeon-arrest) haar recht geven op een vergoeding van € 600,00 per persoon in verband met de vertraging van haar vlucht van Flamingo International Airport (Bonaire) naar Amsterdam-Schiphol Airport op 6 juli 2023.

4.Het verweer

4.1
TUI voert gemotiveerd verweer tegen de vordering van [eiseres] . Het verweer houdt in dat bij de uitvoering van de vlucht een vertraging is ontstaan als gevolg van buitengewone omstandigheden, die ondanks het treffen van redelijke maatregelen niet voorkomen had kunnen worden in de zin van artikel 5 lid 3 van Pro de Verordening. Hierdoor is TUI niet gehouden de passagiers een vergoeding te betalen.

5.De beoordeling

5.1
De Verordening en de daarop gebaseerde jurisprudentie beoogt de passagier als consument van door een luchtvaartmaatschappij aangeboden diensten bescherming te bieden tegen annulering van vluchten en de met annulering gelijkgestelde vertragingen, die een bepaalde tijdsduur overschrijden. Deze bescherming vertaalt zich in bepaalde gefixeerde schadevergoedingen en andere verplichtingen, zoals verzorging en, indien aan de orde, overnachtingen. Als uitgangspunt is de luchtvaartmaatschappij gehouden een bepaalde aan de vluchtafstand gerelateerde vergoeding aan de passagier te betalen in geval van een annulering van een vlucht of een vertraging van meer dan drie uur. Deze verplichting lijdt uitzondering, indien de luchtvaartmaatschappij zich met succes op een bijzondere omstandigheid kan beroepen, die als oorzaak voor de vertraging heeft te gelden.
5.2
De achtergrond van de vertraging van vlucht OR 377 is de volgende. Op 5 juli 2023 werd Schiphol geteisterd door de storm Poly, die de start- en landingscapaciteit van de start- en landingsbanen op Schiphol ernstig beperkte en tot de annulering van veel vluchten noodzaakte. Het vliegtuig (met registratie PH-TFM), waarmee vlucht OR 377 uitgevoerd zou worden, zou voorafgaand aan deze vlucht onder vluchtnummer OR 703 een rotatievlucht uitvoeren Amsterdam – Punta Cana – Bonaire – Amsterdam. Vanwege de storm heeft TUI besloten vlucht OR 703 te laten aanvangen vanaf Brussel. Daartoe moesten de passagiers van die vlucht over de weg vervoerd worden van Amsterdam naar Brussel. Het vliegtuig is daardoor met een vertraging van 4:21 uur uit Brussel vertrokken. Vanwege de nachtsluiting van de luchthaven van Bonaire is de vlucht in omgekeerde volgorde uitgevoerd, dus eerst naar Bonaire, daarna naar Punta Cana en vandaar retour naar Amsterdam. Uiteindelijk is vlucht OR 703 met een vertraging van 3:45 uur in Amsterdam teruggekeerd.
5.3
De late terugkeer van het vliegtuig was ook de oorzaak van een verlaat vertrek van vlucht OR 377. Eveneens vanwege de nachtsluiting van de luchthaven van Bonaire is het vliegtuig eerst naar Bonaire gevlogen, vandaar naar Curaçao en daarna retour naar Amsterdam, in plaats van eerst naar Curaçao en daarna naar Bonaire. Tussen partijen staat vast dat vlucht OR 377 op 7 juli 2023 om 16:48 uur in Amsterdam is aangekomen.
5.4
De kantonrechter verwerpt allereerst de stelling van [eiseres] dat vlucht OR 377 is geannuleerd, omdat het niet langer een rechtstreekse vlucht van Bonaire naar Amsterdam was, maar een vlucht met een tussenlanding in Curaçao. Dat TUI ervoor koos om de vlucht in omgekeerde volgorde uit te voeren, maakt niet dat (een deel van) de vlucht als geannuleerd kan worden aangemerkt. Waar het om gaat is of de passagiers van die vlucht onder hetzelfde vluchtnummer van hun vertrekpunt naar hun eindpunt zijn vervoerd op de betreffende dag. [eiseres] is met vlucht OR 377 op 6/7 juli 2023 van haar vertrekpunt Bonaire naar haar eindpunt Amsterdam vervoerd. Van annulering van vlucht OR 377 is dus geen sprake. Wel is die vlucht met vertraging in Amsterdam gearriveerd. Overigens heeft [eiseres] in haar conclusie van repliek ook niet langer de stelling ingenomen dat vlucht OR 377 was geannuleerd.
5.5
De vraag ligt dus voor of TUI een beroep kan doen op buitengewone omstandigheden. De kantonrechter is van oordeel dat dat niet het geval is. TUI heeft duidelijk gemaakt dat de voorafgaande vlucht met het betreffende vliegtuig met vertraging is vertrokken vanaf de vervangende luchthaven Brussel als gevolg van storm Poly die het vliegverkeer op Schiphol op 5 juli 2023 ernstig verstoorde. Door TUI is niet gesteld dat het luchtverkeer op de dag van vertrek van de onderhavige rotatievlucht, 6 juli 2023, nog steeds verstoord was als gevolg van de storm. Dat betekent dat TUI geen beroep kan doen op buitengewone omstandigheden die de vlucht in kwestie belemmerden. TUI doet een beroep op buitengewone omstandigheden omdat buitengewone omstandigheden de
voorafgaanderotatievlucht had vertraagd.
5.6
In het geval van rotatievluchten met een vliegtuig op een en dezelfde dag vloeit uit de jurisprudentie van het Europese Hof van Justitie voort dat buitengewone omstandigheden op eerdere vluchten doorwerken op latere vluchten op die dag. De ratio daarvan is dat het nagenoeg onmogelijk is om gedurende een dag een vervangend vliegtuig in te zetten. Dat is anders bij vluchten die zich over meerdere dagen uitstrekken, zoals TUI-vluchten OR 703 en OR 377. Reeds bij vertrek van een voorgaande rotatievlucht valt een redelijke inschatting te maken of het vliegtuig op tijd terug zal zijn, zodat de opvolgende vlucht op tijd zal kunnen vertrekken, in het voorliggende geval zo’n 24 uur voor vertrek. In die tijdspanne moet de luchtvaartmaatschappij geacht worden maatregelen zoals het inzetten van een vervangend vliegtuig of het wijzigen van de vluchtplannen van meerdere vliegtuigen te kunnen nemen om vertraging te voorkomen. Dat betekent voor het voorliggende geval dat TUI reeds in de middag van 5 juli 2023 een redelijke inschatting kon maken dat het vliegtuig met registratie PH-TFM niet op tijd terug zou zijn om vlucht OR 377 op 6 juli 2023 op tijd om 14:30 te kunnen laten vertrekken.
5.7
Omdat TUI voor de vlucht van [eiseres] geen beroep kan doen op buitengewone omstandigheden heeft [eiseres] in beginsel recht op vertragingsvergoeding. De kantonrechter is het wel met TUI eens dat de vergoeding gehalveerd dient te worden, omdat de vertraging minder dan vier uur bedroeg. [eiseres] heeft die stelling ook niet in haar conclusie van repliek betwist.
5.8
In haar conclusie van antwoord heeft TUI nog gesteld dat een deugdelijke akte van cessie van de twee minderjarige kinderen van [eiseres] ontbreekt. Om op eigen naam te kunnen procederen voor een vordering van de twee minderjarige kinderen op TUI is een akte van cessie vereist. Bij gebreke daarvan dienen de wettelijke vertegenwoordiger(s) van de minderjarige(n), na verkregen toestemming van de kantonrechter, op naam van de minderjarige(n) zelf te procederen. Na het verweer van TUI heeft [eiseres] geen akte van cessie overgelegd, zij is zelfs in het geheel niet meer ingegaan op het verweer van TUI. Daardoor komt niet vast te staan dat [eiseres] ook voor haar twee minderjarige kinderen een vordering op TUI heeft en in zoverre zal haar vordering worden afgewezen.
5.9
De slotsom van het voorgaande is dat [eiseres] alleen wat haarzelf betreft een vordering heeft op TUI voor de helft van de vertragingsvergoeding van € 600,-, dus voor € 300,-. Dat bedrag dient nog vermeerderd te worden met de wettelijke rente.
5.1
Omdat voldoende aannemelijk is geworden dat (de gemachtigde van) [eiseres] pogingen heeft gedaan om een en ander buiten rechte te beslechten heeft [eiseres] ook recht op de buitengerechtelijke incassokosten, die passen bij het toe te wijzen bedrag van € 300,-, oftewel een bedrag van € 45,-, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van de dagvaarding.
5.11
Omdat [eiseres] maar gedeeltelijk in het gelijk wordt gesteld zal de kantonrechter bepalen dat de proceskosten zodanig tussen partijen worden verdeeld, dat elke partij de eigen proceskosten draagt.

5.De beslissing

De kantonrechter:
- veroordeelt TUI tot betaling van het bedrag ad € 345,-, te vermeerderen met de wettelijke rente ex art. 6:119 BW Pro over een bedrag van € 300,- te rekenen vanaf de dag van annulering en over een bedrag van € 45,- te rekenen vanaf de dag van de dagvaarding, in beide gevallen tot aan de dag der algehele voldoening;
- verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
- verdeelt de proceskosten zodanig tussen partijen dat elke partij de eigen proceskosten draagt;
- wijst het meer of andere gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. C.W.D. Bom en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 31 maart 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.