Partijen zijn gehuwd geweest van 1991 tot 2014 en bij beschikking van 10 april 2014 is partneralimentatie vastgesteld van €210,40 per maand. De man heeft een verzoek ingediend tot wijziging van deze alimentatie en de vrouw stemt hiermee in. Tijdens de procedure is tussen partijen een vaststellingsovereenkomst bereikt waarin zij afspraken hebben gemaakt over de alimentatie en een eenmalige betaling.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de ingediende stukken en constateert dat de zitting van 16 februari 2026 niet heeft plaatsgevonden vanwege de overeenstemming. De man verzoekt de alimentatie per 1 januari 2025 op nihil te stellen en een bedrag van €1.000,- ineens te betalen voor achterstallige bijdragen tot en met december 2024.
De rechtbank neemt de vaststellingsovereenkomst op in de beschikking en wijst de afzonderlijke verzoeken af wegens gebrek aan belang, aangezien deze reeds in de overeenkomst zijn geregeld. De beschikking wijzigt de eerdere beschikking van 10 april 2014 en verklaart de regeling uitvoerbaar bij voorraad.