Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer op het verzet van
de minister van Asiel en Migratie (hierna: de minister).
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
9.3. De verzetsgrond dat er door de inwerkingtreding van het besluit- en vertrekmoratorium een situatie is gecreëerd waarin sprake is van rechtsongelijkheid, kan ook niet tot vernietiging van de uitspraak van 19 september 2025 leiden. De bevoegdheid om een besluitmoratorium in te stellen staat in artikel 31, vierde lid, van de Procedurerichtlijn en is geïmplementeerd in artikel 43, eerste lid van de Vreemdelingenwet (Vw) 2000. Het besluit- en vertrekmoratorium is ingesteld op grond van artikel 43, eerste lid, van de Vw 2000. In artikel 8:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb), samen met artikel 2 van Pro de Awb behorende Bevoegdheidsregeling bestuursrechtspraak, is geregeld dat tegen zo’n besluit beroep in eerste en enige aanleg kan worden ingesteld bij de hoogste bestuursrechter. De rechtbank is dus niet bevoegd een oordeel te geven over de rechtmatigheid van het besluit- en vertrekmoratorium. Gelet op het voorgaande ziet de rechtbank ook geen aanleiding voor het stellen van prejudiciële vragen over de uitleg van artikel 31 van Pro de Procedurerichtlijn.