Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:7623

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
2 april 2026
Publicatiedatum
2 april 2026
Zaaknummer
NL26.15731
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Vereenvoudigde behandeling
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:83 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorziening tegen niet-inwilliging asielverzoek wegens Dublinverantwoordelijkheid Zwitserland

Verzoeker, van Algerijnse nationaliteit, heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister van Asiel en Migratie heeft bij besluit van 19 maart 2026 deze aanvraag niet in behandeling genomen omdat Zwitserland verantwoordelijk is voor de behandeling van het asielverzoek op grond van het Dublin-verdrag.

Verzoeker heeft tegen dit besluit beroep ingesteld en tevens een voorlopige voorziening gevraagd. De voorzieningenrechter heeft op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak gedaan zonder zitting.

De rechtbank heeft in een gelijktijdige uitspraak het beroep kennelijk ongegrond verklaard, waardoor de voorlopige voorziening niet langer nodig is. De voorzieningenrechter wijst daarom het verzoek om voorlopige voorziening af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter R. Tesfai en openbaar gemaakt op 2 april 2026. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het niet-inwilligen van de asielaanvraag is afgewezen omdat Zwitserland verantwoordelijk is voor de behandeling.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.15731

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam 1] , verzoeker,

geboren op [geboortedatum 1] ,
van Algerijnse nationaliteit,
aliassen:

[naam 2] ,

geboren op [geboortedatum 1] ,
van Algerijnse nationaliteit,

[naam 2] ,

geboren op [geboortedatum 2] ,
van Libische nationaliteit,

[naam 3] ,

geboren op [geboortedatum 3] ,
van Libische nationaliteit,

[naam 4] ,

geboren op [geboortedatum 1] ,
van Belgische nationaliteit,
V-nummer: [nummer] ,
(gemachtigde: mr. D. de Vries),
en

de minister van Asiel en Migratie, de minister.

Procesverloop

1. Bij besluit van 19 maart 2026 (het bestreden besluit) heeft de minister de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen, omdat Zwitserland verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
1.1.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. [1] Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Overwegingen

2. De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Awb [2] uitspraak zonder zitting.
3. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL26.15730, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep en het beroep kennelijk ongegrond verklaard. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R. Tesfai, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van R. de Boer, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.NL26.15730.
2.Algemene wet bestuursrecht.