Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 maart 2026 in de zaak tussen
[eiseres] B.V., wonende te [vestigingsplaats], eiseres
de inspecteur van de Belastingdienst, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
negatievehandelsinkoopwaarde volgt van € 10.102. De rechtbank acht dit zeer verwerpelijk; een negatieve handelsinkoopwaarde is onjuist en in strijd met de werkelijkheid. Nu eiseres op basis van een volstrekt ondeugdelijk taxatierapport procedeert dat overduidelijk niet als bewijs voor de afschrijving van de auto kan dienen, trekt de rechtbank de conclusie dat (de gemachtigde van) eiseres tegen beter weten in procedeert. Het financiële effect van standpunten gebaseerd op dit taxatierapport wordt daarom buiten beschouwing gelaten. [2] Bovendien heeft verweerder onweersproken gesteld dat de auto rechtstreeks uit Amerika is geïmporteerd, wat ook volgt uit pagina 2 van het taxatierapport van eiseres, zodat artikel 110 VWEU Pro toepassing mist. [3] Ook de stelling met betrekking tot de herleidingsmethode geeft dus reeds daarom geen reëel financieel procesbelang. Er bestaat dan ook geen aanleiding om eiseres een vergoeding van immateriële schade toe te kennen. De rechtbank wijst het verzoek om immateriële schadevergoeding af en volstaat met de constatering dat sprake is van overschrijding van de redelijke termijn.