ECLI:NL:RBDHA:2026:7619
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardigheid homoseksualiteit en kennelijk ongegrondheid
Eiser, een Algerijnse nationaliteit dragende man, diende een tweede asielaanvraag in op basis van zijn homoseksuele geaardheid. De minister van Asiel en Migratie wees deze aanvraag af als kennelijk ongegrond, omdat eiser zijn homoseksualiteit niet geloofwaardig had gemaakt en geen reëel risico op ernstige schade bij terugkeer naar Algerije aannemelijk had gemaakt.
De rechtbank oordeelde dat de minister terecht de homoseksualiteit van eiser ongeloofwaardig mocht vinden, omdat zijn verklaringen niet samenhangend waren en onvoldoende inzicht gaven in zijn gevoelens en ervaringen. Ook de tegenstrijdigheden in zijn verklaringen en het ontbreken van een verschoonbare reden voor het late indienen van de aanvraag speelden een rol.
Verder concludeerde de rechtbank dat de minister voldoende gemotiveerd had dat eiser geen reëel risico op ernstige schade loopt bij terugkeer naar Algerije. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen omdat het beroep inhoudelijk was beslist.
De rechtbank wees het beroep ongegrond en gaf geen proceskostenvergoeding. Eiser kan tegen deze uitspraak hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.