Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:7614

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
2 april 2026
Publicatiedatum
2 april 2026
Zaaknummer
05/182090-22
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 33 SrArt. 33a SrArt. 56 SrArt. 57 SrArt. 226 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor skimming en diefstal van tankpassen bij Ministerie van Defensie

De rechtbank Den Haag heeft op 2 april 2026 uitspraak gedaan in een strafzaak tegen een verdachte die werd verdacht van diefstal en skimming van tankpassen die toebehoren aan het Ministerie van Defensie. Het onderzoek startte na een aangifte in maart 2022 vanwege afwijkend tankgedrag met defensietankpassen bij diverse tankstations.

Uit het onderzoek bleek dat de verdachte een tankpas had gestolen, meerdere tankpassen valselijk had opgemaakt met behulp van skimapparatuur die bij hem thuis werd aangetroffen, en deze passen gebruikte en overdroeg. De verdachte tankte met deze valse passen voor een bedrag van €13.185,25, waarbij het Ministerie van Defensie de kosten droeg. De rechtbank achtte de feiten wettig en overtuigend bewezen, met uitzondering van medeplegen en enkele specifieke locaties.

De rechtbank oordeelde dat de verdachte bewust het Ministerie van Defensie financieel benadeelde en dat de ernst van de feiten een onvoorwaardelijke gevangenisstraf rechtvaardigt. Gezien de overschrijding van de redelijke termijn met één jaar matigde de rechtbank de straf tot tien maanden en vijftien dagen gevangenisstraf, met aftrek van voorarrest. Tevens werden de inbeslaggenomen skimapparatuur en andere voorwerpen verbeurdverklaard.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot tien maanden en vijftien dagen gevangenisstraf met aftrek van voorarrest en verbeurdverklaring van skimapparatuur.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Strafrecht
Meervoudige kamer
Parketnummer: 05/182090-22
Datum uitspraak: 2 april 2026
Tegenspraak
De rechtbank Den Haag heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:
[de verdachte],
geboren op [geboortedatum] 1963 te [geboorteplaats] ,
BRP-adres: [adres] .

1.Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek is gehouden op de terechtzitting van 12 maart 2026 en gesloten op de terechtzitting van 23 maart 2026.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. C. Vermeulen en van hetgeen door de verdachte en zijn raadsman mr. J.F. van Duin naar voren is gebracht.

2.De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als
bijlage Iaan dit vonnis gehecht.

3.De bewijsbeslissing

3.1.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het onder 1 en 3 tenlastegelegde, met dien verstande dat deze feiten niet in vereniging met (een) ander(en) zijn begaan en dat het onder 3 tenlastegelegde in Zoetermeer heeft plaatsgevonden. Verder heeft zij gerekwireerd tot bewezenverklaring van het onder 2 tenlastegelegde feit, met dien verstande dat het totaal aantal liters niet alleen door de verdachte is getankt, maar het totaalbedrag aan hem toe te rekenen is, en tot slot tot bewezenverklaring van het onder 4 en 5 tenlastegelegde.
3.2.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft zich namens de verdachte met betrekking tot het onder 1, 2, 3, 4 en 5 tenlastegelegde op het standpunt gesteld dat dit kan worden bewezen verklaard, met dien verstande dat de onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde feiten niet in vereniging met (een) ander(en) zijn begaan en dat ten aanzien van het onder 2 tenlastegelegde enkel de diefstal van een ‘aanzienlijke hoeveelheid’ brandstof kan worden bewezenverklaard. Tot slot heeft de verdediging bepleit dat de tenlastegelegde diefstal van ‘meerdere geldbedragen’ niet bewezen kan worden verklaard.
Op specifieke standpunten wordt hierna – voor zover van belang – nader ingegaan.
3.3.
Gebruikte bewijsmiddelen
De rechtbank heeft – omwille van de leesbaarheid – de wettige bewijsmiddelen met de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden in
bijlage IIbij dit vonnis opgenomen.
3.4.
Bewijsoverwegingen
3.4.1.
Inleiding en vaststelling ten aanzien van alle ten laste gelegde feiten
Aanleiding voor het onderzoek in deze zaak is een aangifte van diefstal/verduistering namens het Ministerie van Defensie op 15 maart 2022. Er is aangifte gedaan omdat met drie tankpassen die behoorden bij defensievoertuigen stelselmatig veel meer diesel werden getankt dan feitelijk kon gezien de tankinhoud van die voertuigen. Op basis van de transactiegegevens van deze tankpassen heeft de politie zich een beeld gevormd van regulier en afwijkend tankgedrag. Daaruit kon worden vastgesteld dat afwijkend getankt werd bij zes verschillende onbemande tankstations in Utrecht, Rijswijk, De Meern, Benthuizen en Leidschendam.
Er is vervolgonderzoek verricht, waaronder ook onderzoek naar de historische gegevens van andere tankpassen die behoorden bij defensievoertuigen. Tientallen tankbeurten konden worden aangemerkt als afwijkend. Ook bleek uit het verrichte onderzoek dat het afwijkende tankgedrag nog altijd voortduurde. Er is beeldmateriaal van beveiligingscamera’s van diverse locaties uitgekeken en er zijn kentekens nagetrokken en observaties uitgevoerd. Uit dit alles bleek dat er in meerdere periodes vanaf 1 januari 2022 afwijkende tankmomenten hadden plaatsgevonden. Na 22 december 2022 is het afwijkende tankgedrag gestopt.
De uit voornoemde onderzoeken voortvloeiende bevindingen, leverden verdenkingen jegens de verdachte (en sommige ook jegens anderen) op in verband met (het medeplegen) van diefstal van tankpassen, het skimmen van die passen, het (onder meer) overdragen en gebruiken van die geskimde passen, het voorhanden hebben en plaatsen van skimapparatuur en diefstal van brandstof dan wel gelden door middel van een valse sleutel, te weten met de geskimde tankpassen.
Op basis van de in de bijlage vervatte bewijsmiddelen en het verhandelde ter terechtzitting stelt de rechtbank vast dat het de verdachte is geweest die één tankpas heeft gestolen, meerdere tankpassen valselijk heeft opgemaakt daarvoor ook de apparatuur in huis had, die tankpassen heeft overgedragen en ook zelf heeft gebruikt door daarmee te tanken,
terwijl het Ministerie van Defensie voor de brandstof heeft betaald.
Hieronder zal de rechtbank de overwegingen die zij (verder) per feit ten grondslag legt aan haar oordeel bespreken.
3.4.2.
Ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde
De rechtbank stelt op basis van de bewijsmiddelen vast dat medeverdachte [medeverdachte] één keer een voertuigboekje van een dienstvoertuig met bijbehorende tankpas, die toebehoorden aan het Ministerie van Defensie en in gebruik waren bij de Koninklijke Marechaussee, na een dienst heeft meegenomen naar het huis van (zijn vriendin en) de verdachte (waar [medeverdachte] destijds verbleef). Het voertuigboekje en de tankpas zaten op dat moment in zijn tas.
De verdachte heeft verklaard dat hij op enig moment, zonder dat medeverdachte [medeverdachte] hiervan op de hoogte was, de tankpas uit de tas van medeverdachte [medeverdachte] heeft weggenomen om deze te kunnen skimmen.
De rechtbank kan niet vaststellen wanneer precies (welke datum) de verdachte de tankpas heeft weggenomen en die pas geskimd heeft. Zij stelt – gelet op de verklaringen van medeverdachte [medeverdachte] en de verdachte – vast dat dit in de periode van 1 januari 2022 tot 23 december 2022 moet hebben plaatsgevonden. Daarnaast stelt de rechtbank vast dat de verdachte destijds woonachtig was in Zoetermeer, waardoor de rechtbank ‘Nederland’ als pleegplaats bewezen acht.
Naar het oordeel van de rechtbank bevat het dossier geen aanknopingspunten waaruit buiten redelijke twijfel, derhalve met voldoende mate van zekerheid, kan worden geconcludeerd dat de verdachte meer tankpassen dan alleen de hiervoor bedoelde tankpas heeft weggenomen en/of dat de verdachte dit in vereniging met één (of meer) ander(en) zou hebben gedaan.
Gelet op het voorgaande, acht de rechtbank het onder 1 ten laste gelegde feit in zoverre, wettig en overtuigend bewezen.
3.4.3.
Ten aanzien van het onder 2 tenlastegelegde
De verdachte heeft bekend één tankpas te hebben geskimd en meerdere tankpassen valselijk te hebben opgemaakt (met behulp van (de in de tenlastelegging onder feit 3 genoemde) skimapparatuur) en dat hij op meerdere momenten degene is geweest die met behulp van die geskimde en valselijk opgemaakte tankpassen heeft getankt. De verklaring van de verdachte vindt ten eerste steun in de geanalyseerde printlijsten en mastlocaties van de telefoon van de verdachte. Hieruit volgt immers dat de verdachte zich op de betreffende tankmomenten in de periode van 1 januari 2022 tot en met 23 december 2022 bij tankstations in de gemeenten Leidschendam, Utrecht, Benthuizen, De Meern en Rijswijk bevond binnen het theoretische bereik van de zendmasten waarin ook de betreffende tankstations zijn gelegen. Ook is de verdachte (en/of zijn auto) op meerdere van die tankmomenten te zien op de daarvan veiliggestelde camerabeelden.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft de verdachte in ieder geval de beschikking gehad over de gegevens van de tankpassen [kenteken 1] met tankpasnummer [nummer 1] en [kenteken 2] met tankpasnummer [nummer 2] en heeft hij daarmee stelselmatig getankt. Het onderzoek naar deze tankpassen heeft uitgewezen dat de verdachte met de gegevens van voornoemde passen in totaal 6.860,24 liter diesel heeft getankt, waarvoor in totaal € 13.185,25 bij het Ministerie van Defensie in rekening werd gebracht.
Anders dan de officier van justitie, is de rechtbank van oordeel dat niet alle in het dossier onderzochte tankmomenten aan de verdachte kunnen worden toegerekend. De rechtbank kan op basis van het dossier immers niet vaststellen dat het de verdachte is geweest die op al die andere dan de hiervoor genoemde tankmomenten heeft getankt met gebruikmaking van valse tankpassen en derhalve of hij degene is geweest die de voor die brandstof betaalde geldbedragen van het Ministerie van Defensie heeft weggenomen. De verdachte heeft dit ook ontkend.
Ook komt de rechtbank niet tot het oordeel dat er sprake is van medeplegen, nu het dossier daarvoor onvoldoende aanknopingspunten bevat.
Het voorgaande leidt de rechtbank tot de conclusie dat de verdachte het oogmerk heeft gehad op het zich wederrechtelijk toe-eigenen van een bedrag van € 13.185,25 en dat niet bewezen kan worden verklaard dat hij dat ook had op het meerdere daarvan.
Gelet hierop acht de rechtbank het onder 2 ten laste gelegde feit, met uitzondering van het meerdere van € 13.185,25 en het medeplegen, wettig en overtuigend bewezen.
3.4.4.
Ten aanzien van het onder 3 tenlastegelegde
De rechtbank stelt vast dat er is getankt met meerdere geskimde/valselijk opgemaakte tankpassen en dat de verdachte bij de politie heeft verklaard dat ‘het zou kunnen’ dat hij meerdere van deze tankpassen met behulp van de daarvoor benodigde apparatuur heeft geskimd/opgemaakt. Deze apparatuur is ook bij de verdachte thuis aangetroffen.
Tijdens het onderzoek ter terechtzitting heeft de verdachte verklaard dat het zou kunnen dat hij de beschikking heeft gehad over de data van de tankpassen die in het onderzoek naar voren zijn gekomen, althans dat hij deze heeft gekopieerd dan wel heeft kunnen achterhalen. De verdachte verklaarde dat hij dit heeft gedaan door de gegevens van de door hem gestolen pas – die waren verwerkt in de op de pas aanwezige magneetstrip – uit te lezen en te kopiëren naar een andere pas. Vervolgens kon hij, nadat hij (door observatie bij bepaalde tankstations waar vaker dienstvoertuigen van de Koninklijke Marechaussee tankten) de kentekens van meerdere dienstvoertuigen van de Koninklijke Marechaussee had verzameld, met behulp van bepaalde software de gegevens van de magneetstrip van de bij de betreffende dienstvoertuigen behorende tankpassen genereren en de daarbij behorende pincodes ontrafelen. De rechtbank vat de verklaringen van de verdachte op als een bekennende verklaring. Hij heeft immers ook verklaard dat ‘het kan zijn’ dat hij ‘vaker eens’ een tankpas heeft gekopieerd om iemand een plezier te doen.
Niet wettig en overtuigend bewezen is dat de verdachte skimapparatuur heeft aangebracht bij tankstation Argos Rotterdam. Hoewel het dossier aanwijzingen bevat dat deze locatie als mogelijke skimlocatie kan worden aangemerkt, bevat het dossier onvoldoende aanknopingspunten om aan te nemen dat de verdachte degene is geweest die daar skimapparatuur heeft geplaatst.
Daarnaast ziet de rechtbank onvoldoende aanknopingspunten om aan te nemen dat de verdachte dit feit voor zover bewezen verklaard in vereniging met een (of meerdere) ander(en) heeft begaan.
Gelet op het bovenstaande, acht de rechtbank het onder 3 ten laste gelegde feit, met uitzondering van het medeplegen en de onderdelen die zien op het plaatsen van skimapparatuur, wettig en overtuigend bewezen.
3.4.5.
Ten aanzien van het onder 4 tenlastegelegde
Op basis van de bewijsmiddelen komt de rechtbank tot het oordeel dat de verdachte meerdere vervalste tankpassen opzettelijk heeft overgedragen aan anderen en dat hij daarvan gebruik heeft gemaakt.
Evenwel acht de rechtbank niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte dit feit in vereniging met een (of meerdere) ander(en) heeft gepleegd, nu daarvoor onvoldoende aanknopingspunten in het dossier aanwezig zijn.
Gelet op het voormelde acht de rechtbank het onder 4 ten laste gelegde feit, met uitzondering van het medeplegen, wettig en overtuigend bewezen.
3.5.
De bewezenverklaring
De rechtbank is met betrekking tot de onder 1, 2, 3, 4 en 5 ten laste gelegde feiten van oordeel dat dit deze feiten wettig en overtuigend zijn bewezen.
De rechtbank verklaart ten laste van de verdachte bewezen dat:
ten aanzien van feit 1:
hij op één tijdstip in de periode van 01 januari 2022 tot 23 december 2022 in Nederland, een
tankpas, toebehorende aan het Ministerie van Defensie en in gebruik bij de Koninklijke Marechaussee brigade Zuid-Holland, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
ten aanzien van feit 2:
hij op meer tijdstip(pen) in de periode van 01 januari 2022 tot 23 december 2022 in de gemeente(n) Leidschendam en Utrecht en Benthuizen en De Meern en Rijswijk, meermalen, telkens met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen meerdere geldbedragen (ter waarde van
intotaal
€ 13.185,25), toebehorende aan het Ministerie van Defensie, waarbij verdachte de weg te nemen geldbedragen telkens onder zijn bereik heeft gebracht door middel van onbevoegd gebruik en zonder toestemming gebruik te maken van geskimde en valse tankpassen, in elk geval door middel van een valse sleutel tot het gebruik waarvan hij, verdachte niet was gerechtigd;
ten aanzien van feit 3:
hij op meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 01 januari 2022 tot
23 december 2022 in Nederland, meermalen, (telkens) opzettelijk tankpassen (met bijhorende pincode(s)), zijnde een niet-contant betaalinstrument, bestemd voor het verrichten van betalingen, valselijk heeft opgemaakt of door met een NFC reader/writer (type ACR122u met USB aansluiting), valselijk de oorspronkelijke (magneetstrip)gegevens van originele tankpassen heeft gekopieerd/geladen op betaalpas
sen, welke zijn voorzien van een magneetstrip (ten gevolge waarvan met die laatstgenoemde valse betaalpassen en elektronische betalingen ten laste van de rechtmatige eigen
aar van die originele tankpassen mogelijk worden) (telkens) met het oogmerk zichzelf en/of een ander te bevoordelen;
ten aanzien van feit 4:
hij op meer tijdstip(pen) in de periode van 01 januari 2022 tot
en met 23 december 2022 in Nederland, meermalen, (telkens) opzettelijk één of meer door misdrijf verkregen vals niet-contant betaalinstrument(en), te weten een aantal, althans een of meer, valse, tankpassen, bedoeld voor het verrichten van betalingen langs geautomatiseerde weg, als ware die tankpassen echt en onvervalst, (telkens) heeft overgedragen en voorhanden heeft gehad, zulks (telkens) terwijl hij, verdachte wist dat die tankpassen (telkens) bestemd waren voor zodanig gebruik en (vervolgens) (telkens) opzettelijk gebruik heeft gemaakt van door misdrijf verkregen vals
eniet-contant
ebetaalinstrumenten, te weten een aantal, valse tankpassen, bedoeld voor het verrichten van betalingen langs geautomatiseerde weg, als ware die tankpassen echt en onvervalst, door met voornoemde tankpassen bij (onbemande) tankstations (vestigingen: OK Utrecht en Argos Rijswijk en Hooijmans Leidschendam en Elan De Meern/Utrecht en Tamoil Benthuizen en Total Energies De Meern/Utrecht) betalingen middels geautomatiseerde weg voor de getankte of afgenomen brandstof (diesel) te verrichten;
ten aanzien van feit 5:
hij op 14 maart 2023 in Nederland, voorwerpen (te weten een NFC reader/writer (type ACR122u) met USB-aansluiting en bewegingsdetectoren
voorzien van accu en een simkaart en verschillende camera’s met detectie en
wififunctie en een pinhole camera en directionele bi-quad antenne en
andere elektronica en apparatuur en toebehoren voor skimming)
voorhanden heeft gehad, waarvan verdachte wist dat die bestemd waren voor het opzettelijk valselijk opmaken van tankpassen) en/of (een) betaalpas(sen) en/of (een)
waardekaart(en) en/of enige andere voor het publiek beschikbare kaart(en) en/of
voor het publiek beschikbare drager(s) van identiteitsgegevens, bestemd voor het verrichten van betalingen langs geautomatiseerde weg, zulks met het oogmerk om zichzelf te bevoordelen, in elk geval een der in de artikelen 226, eerste lid, onderdelen 2° tot en met 5°, 231, eerste lid, 231a, eerste lid, 231b en 232, eerste lid, omschreven misdrijven dan wel
een der misdrijven omschreven in de artikelen 310, 311, 312, 317, 321 en 326 van het
Wetboek van Strafrecht terwijl dit feit betrekking had op de verkrijging van een
niet-contant betaalinstrument;
Voor zover in de tenlastelegging type- en taalfouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd en gecursiveerd weergegeven, zonder dat de verdachte daardoor in de verdediging is geschaad.

4.De strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde is volgens de wet strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

5.De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is eveneens strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6.De strafoplegging

6.1.
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte – gelet op de overschrijding van de redelijke termijn met één jaar – wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van tieneneenhalve maand.
6.2.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft zich namens de verdachte op het standpunt gesteld dat aan de verdachte
de maximale taakstraf dient te worden opgelegd, zo nodig in combinatie met een voorwaardelijke gevangenisstraf. Daartoe heeft de raadsman aangevoerd dat de redelijke termijn met één jaar is overschreden en dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van meer dan een paar weken tot ontslag van de verdachte bij zijn werkgever zal leiden, hetgeen ook in de weg zou staan aan het treffen van een financiële regeling met het ministerie van Defensie. Verder heeft de verdediging betoogd dat een optelling van straffen niet aan de orde kan zijn, omdat alle handelingen (die nu afzonderlijk tenlastegelegd worden) in feite neerkomen op één feit, te weten één of meer tankpassen vervalsen om daarmee brandstof te tanken.
6.3.
Het oordeel van de rechtbank
Na te melden straf is in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek op de terechtzitting is gebleken.
De rechtbank neemt hierbij in het bijzonder het volgende in aanmerking.
Ernst van de feiten
De verdachte heeft één tankpas gestolen uit de tas van zijn toenmalige schoonzoon die destijds werkzaam was bij de Koninklijke Marechaussee. Vervolgens heeft hij deze pas en daarna nog een aantal andere passen dan wel de gegevens daarvan geskimd, althans gekopieerd. De software en apparatuur daarvoor heeft de verdachte thuis voorhanden gehad. De door zijn handelen verkregen tankpassen heeft de verdachte gebruikt en overgedragen om er een ander een plezier mee te doen. De verdachte tankte stelselmatig met behulp van de geskimde en valselijk opgemaakte tankpassen, terwijl het Ministerie van Defensie voor de kosten daarvan opdraaide. Hierdoor is het Ministerie van Defensie voor een aanzienlijk bedrag benadeeld.
De verdachte heeft te kennen gegeven dat hij bewust het ministerie van Defensie benadeelde en dat hij dit, kort gezegd, deed omdat hij daartoe de kans had. Hij kan niet goed verklaren waarom hij daartoe is overgegaan. Volgens de verdachte hebben de verouderde systemen waarvan het Ministerie van Defensie gebruik zou maken een rol gespeeld. De rechtbank kent zwaarwegende betekenis toe aan het ‘gemak’ waarmee de verdachte is overgegaan tot het plegen van ernstige strafbare feiten en benadeling van een overheidsorganisatie die is belast met de bescherming en verdediging van mede de verdachte zelf als inwoner van Nederland. Hij heeft het Ministerie van Defensie niet alleen financieel benadeeld, maar heeft ook geen oog gehad voor mogelijke andere dan financiële gevolgen. Blijkens het dossier leverden de door de verdachte gepleegde feiten het risico op dat de (dag)limieten van de geskimde tankpassen werden overschreden, waardoor operationele inzetten van het Ministerie van Defensie in gevaar dreigden te komen.
Strafblad
De rechtbank heeft kennisgenomen van het strafblad van de verdachte van 27 januari 2026, waaruit blijkt dat de verdachte in de afgelopen vijf jaren niet is veroordeeld voor soortgelijke feiten.
Persoonlijke omstandigheden
De rechtbank heeft kennisgenomen van de persoonlijke omstandigheden van de verdachte zoals die tijdens het onderzoek ter terechtzitting aan de orde zijn gekomen.
De verdachte heeft ter terechtzitting spijt van zijn handelen betuigd.
Hij heeft ook verklaard dat hij met een gevangenisstraf vreest zijn werk en inkomen te verliezen, waardoor hij niet meer in staat zal zijn om de door het Ministerie van Defensie geleden schade terug te betalen. De verdachte hoopt dat dit met een taakstraf zou kunnen worden voorkomen.
De rechtbank neemt de verklaringen van de verdachte in aanmerking bij haar strafoplegging. Zij onderkent ook dat de verdachte van meet af aan (deels) bekennende verklaringen heeft afgelegd. Dit correspondeert met het ter zitting gevoerde strafmaatverweer. Tegelijkertijd stelt de rechtbank vast dat de verdachte gelet op de informatie uit het dossier geen volledige openheid van zaken lijkt te hebben gegeven, terwijl haar ook niet duidelijk is geworden wat de verdachte tot zijn spijtbetuiging heeft gebracht. Besef of inzicht in de verwijtbaarheid van zijn handelen, is de rechtbank niet gebleken.
De rechtbank neemt het voorgaande in aanmerking bij de strafoplegging.
Uitgangspunt
De rechtbank heeft bij de bepaling van de strafmodaliteit en strafmaat aansluiting gezocht de landelijke oriëntatiepunten voor straftoemeting (LOVS). Daarin is als uitgangspunt voor het gebruik maken van een valse pas met geskimde gegevens een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van drie maanden vermeld. Als uitgangspunt voor het voorhanden hebben van skimapparatuur is een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van negen maanden vermeld.
De rechtbank stelt vast dat sprake is van meerdaadse samenloop van vijf begane strafbare feiten. De eerdergenoemde twee bewezenverklaarde feiten tellen op tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van twaalf maanden als uitgangspunt volgens de LOVS. Hierin zijn de diefstallen en het voorhanden hebben en overdragen van de (gegevens van) de tankpassen, dus nog niet meegenomen.
Naar het oordeel van de rechtbank liggen die laatste drie feiten in het verlengde van de eerste twee, waardoor zij gelet op artikel 56 van Pro het Wetboek van Strafrecht de hiervoor genoemde twaalf maanden als uitgangspunt zal nemen bij de straftoemeting.
Overschrijding van de redelijke termijn
De raadsman heeft overeenkomstig zijn overgelegde pleitnota betoogd dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid, Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) is overschreden en dat deze overschrijding moet worden verdisconteerd in de strafoplegging.
De rechtbank stelt voorop dat in artikel 6, eerste lid, EVRM het recht van iedere verdachte is gewaarborgd om binnen een redelijke termijn te worden berecht. Die termijn vangt aan op het moment dat vanwege de Nederlandse staat tegenover de betrokkene een handeling is verricht waaraan de verdachte in redelijkheid de verwachting kan ontlenen dat tegen hem voor een bepaald strafbaar feit door het openbaar ministerie een strafvervolging zal worden ingesteld. Het eerste verhoor van de verdachte door de politie heeft niet steeds als een zodanige handeling te gelden. Wel moeten de inverzekeringstelling van de verdachte en de betekening van de dagvaarding als zo’n handeling worden aangemerkt.
Als uitgangspunt heeft in deze zaak te gelden dat de behandeling op zitting moet zijn afgerond met een eindvonnis binnen twee jaar nadat de redelijke termijn is aangevangen, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden, zoals de ingewikkeldheid van een zaak, de invloed van de verdachte en zijn raadsman op het procesverloop en de wijze waarop de zaak door de bevoegde autoriteiten is behandeld.
Overschrijding van de redelijke termijn wordt in beginsel gecompenseerd door vermindering van de straf die zou zijn opgelegd indien de redelijke termijn niet zou zijn overschreden. Na afweging van alle daartoe in aanmerking te nemen belangen en omstandigheden – waaronder de mate van overschrijding van de redelijke termijn – kan echter in bepaalde gevallen worden volstaan met het oordeel dat de redelijke termijn is overschreden.
De rechtbank overweegt met betrekking tot de aanvang van de redelijke termijn en het procesverloop in deze zaak dat de verdachte op 14 maart 2023 in verzekering en op 16 maart 2023 weer in vrijheid is gesteld. Vervolgens heeft het tot 12 maart 2026 geduurd alvorens de zaak van de verdachte inhoudelijk werd behandeld en dat dit vonnis op 2 april 2026 wordt gewezen.
Daarmee is de redelijke termijn met één jaar overschreden. De rechtbank is van oordeel dat deze overschrijding een matiging van anderhalve maand van de hierna te vermelden op te leggen straf tot gevolg moet hebben.
Strafoplegging
Gelet op wat hiervoor is overwogen, is de rechtbank van oordeel dat niet kan worden volstaan met een lichtere of andere sanctie dan een straf die onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming van hiervoor vermelde duur met zich brengt. Voor oplegging van een voorwaardelijk strafdeel ziet de rechtbank geen aanleiding.
De rechtbank acht, alles afwegende en gelet op de LOVS-oriëntatiepunten, in beginsel een gevangenisstraf voor de duur van twaalf maanden, passend en geboden, maar zal deze, gelet op de geconstateerde overschrijding van de redelijke termijn matigen tot een gevangenisstraf voor de duur van tien maanden en vijftien dagen, met aftrek van de tijd die door de verdachte al in verzekering is doorgebracht.
De rechtbank ziet in de verklaringen van de verdachte over de mogelijke gevolgen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf, zijn bekennende verklaringen en zijn spijtbetuiging geen reden voor strafvermindering, niet wat betreft de strafmodaliteit en evenmin wat betreft de strafduur. Hoezeer de persoonlijke gevolgen van de op te leggen straf voor de verdachte ingrijpend zullen zijn, wegen deze niet op tegen de ernst van de feiten.
Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma als bedoeld in artikel 4 van Pro de Penitentiaire beginselenwet.

7.De inbeslaggenomen voorwerpen

7.1.
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft voorts gevorderd dat de op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen onder 1 tot en met 10 genoemde voorwerpen zullen worden verbeurdverklaard.
7.2.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft zich niet expliciet uitgelaten over het beslag en de verdachte heeft niet expliciet verbaal afstand gedaan van de op de beslaglijst genoemde goederen.
7.3.
Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank neemt bij gebrek aan een expliciete verbale afstandsverklaring van de verdachte een beslissing over de onder de verdachte in beslag genomen goederen.
De rechtbank zal de op de beslaglijst onder 1 tot en met 10 genoemde voorwerpen verbeurdverklaren. Deze voorwerpen zijn voor verbeurdverklaring vatbaar, aangezien deze voorwerpen aan verdachte toebehoren en met behulp van deze voorwerpen de onder 3 en 5 bewezenverklaarde feiten zijn begaan.

8.De toepasselijke wetsartikelen

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 33, 33a 56, 57, 232, 234, 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.
Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak rechtens gelden.

9.De beslissing

De rechtbank:
verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte de onder 1, 2, 3, 4 en 5 ten laste gelegde feiten heeft begaan, zoals hierboven onder 3.5. bewezen is verklaard;
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;
verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en dat het bewezen verklaarde uitmaakt:
ten aanzien van feit 1:
diefstal;
ten aanzien van feit 2:
diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van valse sleutels;
ten aanzien van feit 3:
opzettelijk een niet-contant betaalinstrument, valselijk opmaken met het oogmerk zichzelf of een ander te bevoordelen;
ten aanzien van feit 4:
opzettelijk gebruik maken van een vals niet-contant betaalinstrument, als bedoeld in artikel 232, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, als ware deze echt en onvervalst;
en;
opzettelijk een vals niet-contant betaalinstrument, als bedoeld in artikel 232, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, voorhanden hebben en overdragen, terwijl hij weet dat het niet-contante betaalinstrument bestemd is voor gebruik als ware deze echt en onvervalst;
ten aanzien van feit 5:
voorwerpen voorhanden hebben waarvan hij weet dat zij bestemd zijn tot het plegen van een in artikel 226, eerste lid, onderdelen 2o tot en met 5o/artikel 231, eerste lid/artikel 231a, eerste lid/artikel 231b, eerste lid/artikel 232, eerste lid van het Wetboek van Strafrecht omschreven misdrijf, dan wel een misdrijf omschreven in artikel 310/artikel 311/artikel 312/artikel 317/artikel 321/artikel 326 voor Pro zover het feit betrekking heeft op de verkrijging van een niet-contant betaalinstrument;
verklaart de verdachte daarvoor strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot:
een gevangenisstraf voor de duur van
TIEN (10) MAANDENen
VIJFTIEN (15) DAGEN;
bepaalt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;
de inbeslaggenomen goederen;
verklaart verbeurd de op de beslaglijst onder 1 tot en met 10 genoemde voorwerpen.
Dit vonnis is gewezen door
mr. M.C. Ritsema van Eck-van Drempt, voorzitter,
mr. I.C. Kranenburg, rechter,
mr. H.G. Egter van Wissekerke, rechter,
in tegenwoordigheid van mr. D.D. Jongen, griffier,
en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 2 april 2026.
Bijlage I
Tekst tenlastelegging
1
hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 01 januari 2022 tot
en met 23 december 2022 in ’s-Gravenhage, althans (elders) in Nederland, tezamen
en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, meermalen, althans
eenmaal, zes, althans een aantal, tankpassen, in elk geval enig goed, geheel of ten
dele toebehorende aan het Ministerie van Defensie en/of Leaseplan N.V en/of in
gebruik bij de Koninklijke Marechaussee brigade Zuid-Holland, in elk geval aan een
ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), heeft weggenomen
(telkens) met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
2
hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 01 januari 2022 tot
en met 23 december 2022 in de gemeente(n) Leidschendam en/of Utrecht en/of
Benthuizen en/of De Meern en/of Rijswijk, althans in Nederland, tezamen en in
vereniging met een of meer anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal,
(telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft/hebben
weggenomen (telkens) een hoeveelheid brandstof (diesel: in totaal ongeveer
17604,90 liter) en/of meerdere geldbedragen (ter waarde van totaal ongeveer
€34054,88), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan het
Ministerie van Defensie en/of Leaseplan N.V. en/of één of meer (on)bemande
tankstations (vestigingen: OK Utrecht en/of Argos Rijswijk en/of Hooijmans
Leidschendam en/of Elan De Meern/Utrecht en/of Tamoil Benthuizen en/of Total
Energies De Meern/Utrecht), in elk geval aan een ander of anderen dan aan
verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s)
de/het weg te nemen geldbedrag(en) en/of de/het weg te nemen goed(eren)
(telkens) onder zijn/hun bereik heeft gebracht door middel van onbevoegd gebruik
en/of zonder toestemming gebruik te maken van één of meer geskimde en/of
gestolen en/of verduisterde en/of valse en/of vervalste tankpas(sen), in elk geval
door middel van een valse sleutel tot het gebruik waarvan hij, verdachte en/of zijn
mededader(s) niet was/waren gerechtigd;
3
hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 01 januari 2022 tot
en met 23 december 2022 in ’s-Gravenhage, althans (elders) in Nederland, tezamen
en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, meermalen, althans
eenmaal,
(telkens) opzettelijk één of meer tankpas(sen) (met bijhorende pincode(s)), zijnde
een niet-contant betaalinstrument dan wel een voor het publiek beschikbare kaart
of een voor het publiek beschikbare drager van identificerende persoonsgegevens,
bestemd voor het verrichten of verkrijgen van betalingen of andere prestaties dan
langs geautomatiseerde weg, valselijk heeft opgemaakt of vervalst door
met een NFC reader/writer (type ACR122u met USB aansluiting), althans met
skimapparatuur,
valselijk de oorspronkelijke (magneetstrip)gegevens van (een) originele
tankpas(sen) en/of waardekaart(en) en/of enige andere voor het publiek
beschikbare kaart(en) en/of voor het publiek beschikbare drager(s) van
identiteitsgegevens van een of meer personen heeft/hebben gekopieerd/geladen
naar/op (een) betaalpas(en) en/of waardekaart(en) en/of enige andere voor het
publiek beschikbare kaart(en) en/of voor het publiek beschikbare drager(s) van
identiteitsgegevens, welke is/zijn voorzien van een magneetstrip (ten gevolge
waarvan met die laatstgenoemde (valse of vervalste) betaalpas(sen) en/of
waardekaart(en) en/of voor het publiek beschikbare drager(s) van
identiteitsgegevens elektronische betalingen ten laste van de rechtmatige
eigen(a)r(en) van die originele tankpas(sen) en/of waardekaart(en) en/of enige
andere voor het publiek beschikbare kaart(en) en/of voor het publiek beschikbare
drager(s) van identiteitsgegevens mogelijk worden)
en/of
met een of meer mededader(s) op één of meer betaalautoma(a)t(en) van één of
meer (on)bemande tankstations, in ieder geval bij tankstation Argos Rotterdam
(gevestigd aan de Airportbaan 25), een (pinhole)camera met zicht op het
toetsenbord van die betaalautoma(a)t(en) te plaatsen en/of een bewegingsdetector
(met accu en simkaart) te plaatsen en/of een NFC reader/writer (type ACR122u met
USB aansluiting) en/of een directionele bi-quad antenne te plaatsen, althans
skimapparatuur aan te brengen,
(telkens) met het oogmerk zichzelf en/of een of meer van zijn verdachtes,
mededader(s) en/of een ander te bevoordelen;
4
hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 01 januari 2022 tot
en met 23 december 2022 in ’s-Gravenhage en/of Rotterdam, althans (elders) in
Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
meermalen, althans eenmaal,
(telkens) opzettelijk één of meer door misdrijf verkregen vals en/of vervalst
niet-contant betaalinstrument(en) en/of van een door misdrijf verkregen valse of
vervalste kaart(en), te weten een aantal, althans een of meer, valse of vervalste,
tankpas(sen), bedoeld voor het verrichten van betalingen langs geautomatiseerde
weg, als ware die tankpas(sen) echt en onvervalst, (telkens) heeft/hebben afgeleverd
en/of ontvangen en/of zich verschaft en/of vervoerd en/of overgedragen en/of
voorhanden heeft/hebben gehad, zulks (telkens) terwijl hij, verdachte en/of zijn
mededader(s) wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden dat die
tankpas(sen) (telkens) bestemd waren/was voor zodanig gebruik
en/of
(vervolgens) (telkens) opzettelijk gebruik heeft/hebben gemaakt van één of meer
door misdrijf verkregen vals en/of vervalst niet-contant betaalinstrument(en) en/of
van een door misdrijf verkregen valse of vervalste kaart(en), te weten een aantal,
althans één of meer, valse of vervalste, tankpas(sen), bedoeld voor het verrichten
van betalingen langs geautomatiseerde weg, als ware die tankpas(sen) echt en onvervalst, door met voornoemde tankpassen bij één of meer (onbemande)
tankstations (vestigingen: OK Utrecht en/of Argos Rijswijk en/of Hooijmans
Leidschendam en/of Elan De Meern/Utrecht en/of Tamoil Benthuizen en/of Total
Energies De Meern/Utrecht) betalingen middels geautomatiseerde weg voor de
getankte of afgenomen brandstof(fen) (diesel) te verrichten;
5
hij op of omstreeks 14 maart 2023 in ’s-Gravenhage, althans in Nederland, één of
meer stof(fen) en/of voorwerp(en) en/of gegeven(s) (te weten een NFC
reader/writer (type ACR122u) met USB-aansluiting en/of bewegingsdetectoren
voorzien van accu en een simkaart en/of verschillende camera’s met detectie en
wififunctie en/of een pinhole camera en/of directionele bi-quad antenne en/of
andere elektronica en/of apparatuur en/of toebehoren voor skimming)
heeft vervaardigd en/of heeft ontvangen en/of zich heeft verschaft en/of heeft
verkocht en/of heeft overgedragen en/of voorhanden heeft gehad, waarvan
verdachte wist dat die bestemd was/waren voor het opzettelijk valselijk opmaken
en/of vervalsen van (een) tankpas(sen) en/of (een) betaalpas(sen) en/of (een)
waardekaart(en) en/of enige andere voor het publiek beschikbare kaart(en) en/of
voor het publiek beschikbare drager(s) van identiteitsgegevens, bestemd voor het
verrichten en/of verkrijgen van betalingen en/of andere prestaties langs
geautomatiseerde weg, zulks met het oogmerk om zichzelf of een ander te
bevoordelen,
in elk geval een der in de artikelen 226, eerste lid, onderdelen 2° tot en met 5°, 231,
eerste lid, 231a, eerste lid, 231b en 232, eerste lid, omschreven misdrijven dan wel
een der misdrijven omschreven in de artikelen 310, 311, 312, 317, 321 en 326 van het
Wetboek van Strafrecht terwijl dit feit betrekking had op de verkrijging van een
niet-contant betaalinstrument;