Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:7609

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
2 april 2026
Publicatiedatum
2 april 2026
Zaaknummer
NL25.42374
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen terugkeerbesluit minister van Asiel en Migratie

Verzoeker, van Nigeriaanse nationaliteit, heeft op 6 augustus 2025 een terugkeerbesluit ontvangen van de minister van Asiel en Migratie. Dit besluit meldde het einde van zijn recht op tijdelijke bescherming per 4 maart 2024 en het stoppen van de tijdelijke bevriezingsmaatregel per 4 september 2025, waarna hij niet meer mag werken en binnen vier weken Nederland moet verlaten.

Verzoeker heeft tegen dit besluit beroep ingesteld en tegelijkertijd een voorlopige voorziening gevraagd om uitstel van vertrek te verkrijgen. De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening op 31 maart 2026 behandeld, waarbij verzoeker en zijn gemachtigde niet zijn verschenen.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek afgewezen omdat de rechtbank op dezelfde dag uitspraak heeft gedaan op het beroep zelf, waardoor een voorlopige voorziening niet meer noodzakelijk is. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het terugkeerbesluit wordt afgewezen omdat het beroep inmiddels is behandeld.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.42374

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam], verzoeker,

geboren op [geboortedatum],
van Nigeriaanse nationaliteit,
V-nummer: [v-nummer]
(gemachtigde: mr. A.S. Sewman),
en

de minister van Asiel en Migratie, de minister

(gemachtigde: mr. H.R. Nobel).

Samenvatting

1. Deze uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening gaat over de oplegging van een terugkeerbesluit. Verzoeker is het hier niet mee eens. Hij verzoekt daarom om een voorlopige voorziening en voert daartoe een aantal gronden aan.
1.1.
De voorzieningenrechter wijst in deze uitspraak het verzoek af. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Op 6 augustus 2025 heeft de minister aan eiser een terugkeerbesluit opgelegd. Daarin is eiser bericht dat zijn recht op tijdelijke bescherming op 4 maart 2024 is geëindigd en dat op 4 september 2025 de tijdelijke bevriezingsmaatregel stopt. Eiser mag vanaf 4 september 2025 niet meer werken en heeft vanaf deze datum vier weken de tijd om te vertrekken uit de opvang en Nederland. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
3. De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 31 maart 2026, samen met het beroep (NL25.42371), op zitting behandeld. Hieraan heeft de gemachtigde van de minister deelgenomen. Verzoeker en zijn gemachtigde zijn, met bericht van verhindering, niet op de zitting verschenen. De rechtbank heeft het onderzoek op de zitting gesloten.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

4. Bij uitspraak van vandaag heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
4.1.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
5.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R. Tesfai, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van ‘
mr. V. Vegter, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.