ECLI:NL:RBDHA:2026:7588
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen vrijheidsbeperkende maatregel vreemdeling
De minister heeft op 6 februari 2026 een vrijheidsbeperkende maatregel opgelegd aan eiser, een vreemdeling zonder rechtmatig verblijf, op grond van artikel 56 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Deze maatregel hield in dat eiser zich moest bevinden in de gemeente Westerwolde en zich moest melden op de vrijheidsbeperkende locatie te Ter Apel. De maatregel was bedoeld om de openbare orde te beschermen en het vertrek van de vreemdeling uit Nederland voor te bereiden.
Eiser stelde dat de maatregel onzorgvuldig tot stand was gekomen en dat hij niet voldoende was geïnformeerd over de inhoud ervan. De rechtbank oordeelde echter dat eiser voldoende gelegenheid had gekregen om zijn zienswijze te geven en dat de minister de maatregel rechtmatig had opgelegd. De maatregel werd op 25 februari 2026 opgeheven omdat eiser niet langer onder de doelgroep viel waarvoor de maatregel bedoeld is, aangezien er geen zicht meer was op uitzetting.
De rechtbank concludeerde dat de maatregel tot het moment van opheffing rechtmatig was en dat er geen aanleiding was voor schadevergoeding. Het beroep van eiser werd daarom ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de vrijheidsbeperkende maatregel is ongegrond verklaard omdat de maatregel rechtmatig was opgelegd en terecht is opgeheven.