ECLI:NL:RBDHA:2026:7566
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrondverklaring beroep tegen niet tijdig besluit mvv-aanvraag nareis
Eiseres heeft op 20 februari 2025 beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis voor verblijf bij haar referent. De rechtbank heeft op 30 juli 2025 het beroep gegrond verklaard en verweerder opgedragen binnen acht weken een besluit te nemen, met een verlengde termijn van twintig weken bij nader onderzoek.
Op 20 oktober 2025 stelde eiseres opnieuw beroep in wegens het uitblijven van een besluit. Verweerder voerde aan dat de aanvraag volgens het fifo-principe pas in januari 2027 in behandeling wordt genomen en verzocht om een ruime beslistermijn en een lagere dwangsom. De rechtbank oordeelt dat de eerder gestelde termijn en dwangsom gehandhaafd blijven, omdat het bestuursorgaan nog steeds geen besluit heeft genomen.
De rechtbank draagt verweerder op binnen twee weken na deze uitspraak alsnog een besluit te nemen en legt een dwangsom van € 200 per dag op, met een maximum van € 15.000. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten van eiseres.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt de minister op binnen twee weken een besluit te nemen onder oplegging van een dwangsom.