ECLI:NL:RBDHA:2026:7560

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
1 april 2026
Publicatiedatum
2 april 2026
Zaaknummer
NL25.51564
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:2 AwbArt. 6:12 AwbArt. 8:54 Awb
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens vertrek met onbekende bestemming na niet tijdig beslissen op asielaanvraag

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 1 april 2024. De rechtbank beoordeelt het beroep buiten zitting op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb.

Verweerder heeft meegedeeld dat eiser met onbekende bestemming is vertrokken. De gemachtigde van eiser heeft niet gereageerd op verzoeken van de rechtbank om aan te geven of er nog contact is met eiser. Volgens vaste rechtspraak wordt aangenomen dat een vreemdeling die met onbekende bestemming vertrekt geen prijs meer stelt op bescherming, tenzij hij contact onderhoudt met zijn gemachtigde.

Omdat niet is gebleken dat eiser nog contact onderhoudt met zijn gemachtigde, ontbreekt het aan procesbelang. De rechtbank verklaart het beroep daarom niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag is niet-ontvankelijk verklaard wegens vertrek met onbekende bestemming en gebrek aan procesbelang.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.51564

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. M.B. van den Toorn-Volkers),
en
de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Inleiding

Eiser heeft op 22 oktober 2025 beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 1 april 2024.
De rechtbank doet uitspraak buiten zitting op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Beoordeling door de rechtbank

1. Op grond van artikel 6:2, aanhef en onder b, van de Awb wordt voor de toepassing van wettelijke voorschriften over bezwaar en beroep het niet tijdig nemen van een besluit met een besluit gelijkgesteld. In artikel 6:12, tweede lid, van de Awb is bepaald dat het beroepschrift kan worden ingediend zodra het bestuursorgaan in gebreke is om op tijd een besluit te nemen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen.
2. Verweerder heeft op 27 november 2025 meegedeeld dat eiser met onbekende bestemming is vertrokken. Eisers gemachtigde heeft niet gereageerd op het bericht van de rechtbank van 28 november 2025 waarin is verzocht aan te geven of er nog contact is met eiser.
3. Uit vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State blijkt dat indien een vreemdeling die in Nederland bescherming heeft gevraagd met onbekende bestemming vertrekt zonder aan verweerder te laten weten waar hij verblijft, er in beginsel vanuit dient te worden gegaan dat die vreemdeling geen prijs meer stelt op de door hem aanvankelijk gezochte bescherming in Nederland. Dit is slechts anders als een vreemdeling laat weten dat hij contact met zijn gemachtigde onderhoudt en dus nog prijs stelt op bescherming. Dit impliceert dat de gemachtigde weet dat een vreemdeling nog in Nederland verblijft, waar hij verblijft en met de vreemdeling contact heeft over de verdere voortgang van de procedure en de keuzes die in dit kader moeten worden gemaakt.
4. Nu niet is gebleken dat eiser nog contact onderhoudt met zijn gemachtigde, heeft hij geen procesbelang meer bij het beroep tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan op 1 april 2026 door mr. M.L. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van mr. A.S. Hamans, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is bekendgemaakt op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.