Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:7546

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
25 maart 2026
Publicatiedatum
2 april 2026
Zaaknummer
C/09/699758 KG ZA 16-176
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 117 SvArt. 1 Eerste Protocol EVRMArt. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verbod op vervreemding en herplaatsing van hond na ernstige bijtincidenten

Eiseres is eigenaresse van een herder/kangal-hond die meerdere ernstige bijtincidenten heeft veroorzaakt, waaronder het doden van schapen en katten. Na herhaalde waarschuwingen en incidenten heeft het Openbaar Ministerie (OM) de hond in beslag genomen en een risicoanalyse laten uitvoeren, die concludeerde dat herplaatsing mogelijk is onder strikte voorwaarden, maar terugkeer naar eiseres niet verantwoord is.

Eiseres vordert in kort geding een verbod op vervreemding of herplaatsing van de hond voorafgaand aan de inhoudelijke strafzaak, stellende dat dit haar eigendomsrecht schaadt en dat zij bereid is alle kosten te dragen en een gedragsdeskundige inschakelt. De Staat voert aan dat het OM op grond van artikel 117 Sv Pro bevoegd is tot vervreemding en dat de belangenafweging in redelijkheid is gemaakt.

De voorzieningenrechter oordeelt dat het OM marginaal toetsbaar is en dat de beslissing tot herplaatsing niet onrechtmatig is, mede gelet op het ernstige risico van de hond voor andere dieren en het deskundigenrapport van het riskassessmentteam. Het verzoek wordt afgewezen en eiseres wordt veroordeeld in de proceskosten.

Uitkomst: Het verbod op vervreemding en herplaatsing van de hond wordt afgewezen en eiseres wordt veroordeeld in de proceskosten.

Uitspraak

Rechtbank den haag

Team handel - voorzieningenrechter
zaak- / rolnummer: 699758 KG ZA 26-176
Vonnis in kort geding van 25 maart 2026
in de zaak van
[eiseres]te [woonplaats] ,
eiseres,
advocaat mr. S. Meijer,
tegen:
DE STAAT DER NEDERLANDENzetelende te Den Haag,
gedaagde,
advocaat mr. T.J. Crom.
Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als ‘ [eiseres] ’ en ‘de Staat’.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding 25 februari 2026 met producties 1 tot en met 4;
- de conclusie van antwoord met producties 1 tot en met 5;
- de op 11 maart 2026 gehouden mondelinge behandeling, waarbij door beide partijen pleitnotities zijn overgelegd.
1.2.
Tijdens de zitting is vonnis bepaald op vandaag.

2.De feiten

2.1.
[eiseres] is de eigenaresse van een hond genaamd [de hond] (hierna: de hond). De hond is van het ras herder/kangal en is 10 jaar oud.
2.2.
Op 11 maart 2021 heeft een incident plaatsgevonden, waarbij de hond zich van [eiseres] heeft losgerukt en twee schapen heeft aangevallen. Een van de schapen is aan de verwondingen overleden. Tijdens het verhoor over het incident heeft [eiseres] verklaard dat de hond eerder al twee katten van mensen uit haar buurt had doodgebeten in de tuin van [eiseres] .
2.3.
Op 24 augustus 2022 is de hond vanuit de tuin van [eiseres] over de schutting gesprongen naar de tuin van de buren. De hond heeft daar op de kat van de buren gejaagd en de buren hebben hiervan melding gemaakt bij de politie.
2.4.
Op 21 augustus 2023 heeft de hond zich van [eiseres] losgerukt en een kat aangevallen. De kat is aan de verwondingen overleden. Van dit incident is een bestuurlijke rapportage opgemaakt en [eiseres] heeft een officiële waarschuwing gekregen.
2.5.
Op 16 november 2025 liep [eiseres] met de hond in een losloopgebied in [plaats] . Op enig moment is de hond weggerend in de richting van een boerderij met ongeveer 180 schapen. De hond heeft schapen opgejaagd en heeft uiteindelijk een schaap doodgebeten. De hond is vervolgens in beslag genomen en ondergebracht bij een bewaarder.
2.6.
Het riskassessmentteam van de Faculteit Diergeneeskunde van de Universiteit Utrecht (hierna: het riskassessmentteam) heeft in opdracht van het Openbaar Ministerie (hierna: OM) een risicoanalyse van de hond gemaakt. Met de risicoanalyse is onderzocht hoe groot de kans is op nieuwe bijtincidenten en in hoeverre de hond hertrainbaar is. De bevindingen van het onderzoek zijn neergelegd in een rapport van 18 december 2025. Het rapport vermeldt, voor zover relevant:

Conclusie en aanbeveling:
[…]
Naar personen toe toont de hond tijdens de opvangperiode geen agressiegedrag, naar de bekende verzorgers is ze ‘een superlieve hond’. In de gedragsobservatie wordt evenmin agressiegedrag gezien: niet naar de volwassen testpersonen en niet naar de kindpoppen. Naar de volwassen testpersoon wordt dan wel sociaal-vriendelijk gedrag getoond, naar de kindpoppen niet. Op basis van de gecombineerde bronnen wordt het risico van deze hond naar volwassen personen ingeschat als gering en naar kinderen als matig.
Naar dieren toe (andere diersoorten dan honden) toont de hond zeer ernstige bijtschade te maken, het schaap van 26 november 2025 heeft een gapend gat in de hals en is dood. Eerdere vermeldingen in de politiesystemen wijzen op zeer ernstige schade aan schaap en kat. De hond toont zeer hoge nadermotivatie, zoals blijkend uit verklaring van de eigenaresse over het zich losrukken van de hond, waarna een schaap dodelijk gebeten wordt bij een eerder bijtincident. Het risico van deze hond naar andere dieren wordt als zeer hoog ingeschat.
Naar honden toe toont de hond zich tijdens de opvangperiode volgens de verzorgers sociaal. In de gedragsobservatie wordt geen agressie en geen prooivanggedrag gezien naar een kleine of grote hond. Op basis van deze bronnen wordt het risico van deze hond naar andere honden ingeschat als gering.
Terug naar de eigenaresse kan de hond niet. De hond heeft herhaaldelijk zeer ernstige bijtincidenten veroorzaakt, waarbij de eigenaresse ondanks waarschuwingen niet bij machte is gebleken het risico van deze hoog slachtoffernadergemotiveerde hond afdoende te mitigeren.
Herplaatsbaar is deze hond mogelijk, vanwege het getoonde sociale gedrag naar personen en andere honden in de opvangperiode. Om die herplaatsbaarheid te onderzoeken, haar een muilkorf aan te wennen en een geschikte adoptant te vinden, is een plaatsing op een locatie waar training en het zoeken van een adoptant gelijktijdig kunnen plaatsvinden, zoals op de locatie van de voormalige pilot. Een mogelijke adoptant moet in woord en op schrift geïnformeerd worden over de bijtincidenten met de hond, de daarmee gepaard gaande leerervaringen die door toedoen/nalaten van de vorige eigenaresse konden worden opgedaan met het najagen en doden van andere dieren en dat deze leerervaringen, de nadermotivatie en de zeer ernstige bijtschade die de hond maakt naar schapen, maken dat gemuilkorfd uitlaten in de buitenruimte blijvend noodzakelijk zal zijn. Wordt in een periode van bijvoorbeeld een half jaar geen adoptant gevonden, dan kan euthanasie als dierenwelzijnsvriendelijke optie voor de hond resten.
Aanbeveling: Plaatsing op een locatie waar herplaatsbaarheid onderzocht kan worden, de hond een muilkorf aangewend kan worden en gelijktijdig naar een geschikte adoptant gezocht kan worden, zoals op de locatie van de voormalige pilot.”
2.7.
Op 19 december 2025 heeft het OM [eiseres] bericht dat zij voornemens is een machtiging tot herplaatsing van de hond te verlenen. [eiseres] heeft vervolgens op 23 december 2025 bij de rechtbank Noord-Holland een klaagschrift ingediend tegen de inbeslagname dat strekt tot teruggave van de hond aan [eiseres] .
2.8.
Op 9 februari 2026 heeft de rechtbank Noord-Holland het beklag van [eiseres] ongegrond verklaard. [eiseres] heeft het OM vervolgens verzocht om een bewaarovereenkomst te sluiten met betrekking tot de hond en niet over te gaan tot herplaatsing van de hond tot aan de inhoudelijke behandeling van de strafzaak op 18 mei 2026. Het OM heeft [eiseres] op 16 februari 2026 laten weten dat zij daar niet toe bereid is en zal overgaan tot vervreemding van de hond.

3.Het geschil

3.1.
[eiseres] vordert, na eisvermindering ter zitting – zakelijk weergegeven – dat de voorzieningenrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
I. de Staat verbiedt de hond te vervreemden, te herplaatsen of anderszins onomkeerbaar aan het vermogen van [eiseres] te onttrekken voorafgaand aan de inhoudelijke behandeling van de strafzaak in eerste aanleg van [eiseres] op 18 mei 2026;
II. de Staat veroordeelt in de proceskosten.
3.2.
Daartoe voert [eiseres] – samengevat – het volgende aan. Het voornemen van de Staat tot vervreemding van de hond is een inbreuk op het eigendomsrecht van [eiseres] . Met het vervreemden van de hond handelt de Staat onrechtmatig. De bevoegdheid tot vervreemding van het OM is een bevoegdheid waarvan zeer terughoudend gebruik moet worden gemaakt. In dit geval is een minder ingrijpend alternatief beschikbaar, zodat herplaatsing disproportioneel is. [eiseres] is namelijk bereid alle kosten voor de opvang, verzorging en opslag te dragen, zodat er geen financiële noodzaak is om tot vervreemding van de hond over te gaan. Daarnaast heeft [eiseres] zich tot een kynologisch gedragsdeskundige gewend. Ze is bezig met een traject gericht op training, begeleiding en risicobeheersing van de hond. Volgens de haalbaarheidsinschatting van de gedragsdeskundige wordt het risico daarmee beheersbaar. De risicoanalyse van de Universiteit Utrecht is op basis van achterhaalde informatie, omdat [eiseres] niet gehoord is over haar rol en haar bereidheid om maatregelen te treffen. Verder wordt de inhoudelijke behandeling van de strafzaak illusoir omdat vervreemding van de hond onomkeerbaar is. Een belangenafweging valt in het voordeel van [eiseres] uit.
3.3.
De Staat voert verweer, dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken.

4.De beoordeling van het geschil

Bevoegdheid
4.1.
[eiseres] heeft aan haar vorderingen ten grondslag gelegd dat de Staat ten opzichte van haar onrechtmatig handelt. Daarmee is de bevoegdheid van de burgerlijke rechter, in dit geval de voorzieningenrechter in kort geding, gegeven.
Spoedeisend belang
4.2.
Het door [eiseres] gevorderde verbod ziet op het door de Staat aangekondigde vervreemden/herplaatsen van de hond. Een herplaatsing is onomkeerbaar en heeft een definitief karakter. Hierin ligt het spoedeisend belang besloten.
Juridisch kader
4.3.
Hoewel dieren geen zaken zijn, zijn de wettelijke bepalingen met betrekking tot zaken, en daarmee de wettelijke bepalingen met betrekking tot goederen, wel op dieren van toepassing.
4.4.
Op grond van artikel 117 Wetboek Pro van Strafvordering (Sv) is het OM bevoegd om, voorafgaand aan een beslissing in een strafzaak over inbeslaggenomen goederen, onder voorwaarden over te gaan tot vervreemding of vernietiging van die goederen. Dit is mogelijk als de inbeslaggenomen goederen niet geschikt zijn voor opslag, de kosten van bewaring niet in redelijke verhouding tot de waarde van de goederen staan, dan wel de goederen vervangbaar zijn en de tegenwaarde eenvoudig kan worden bepaald.
4.5.
[eiseres] stelt dat haar eigendomsrechten, die de Staat volgens haar schendt door de herplaatsing van de hond, worden beschermd door artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens (hierna: EP EVRM). Vervreemding op grond van artikel 117 Sv Pro levert echter geen strijd op met dat artikel. Regulering van eigendom is immers op grond van dit artikel toegestaan als aan de daarin genoemde eisen is voldaan. Die eisen houden in dat de regulering een wettelijke basis en een legitieme doelstelling in het publiek belang (‘legitimate aim’) moet hebben, en dat de regulering proportioneel moet zijn (‘fair balance’). Aan deze eisen is voldaan bij rechtmatige toepassing van artikel 117 Sv Pro. Aan dit bezwaar van [eiseres] gaat de voorzieningenrechter derhalve voorbij.
4.6.
Het OM komt een ruime beleidsvrijheid toe bij het wel of niet tussentijds verlenen van een machtiging tot vervreemding of vernietiging van inbeslaggenomen zaken in de zin van artikel 117 Sv Pro. De wetgever heeft er bewust voor gekozen om de afgifte van een machtiging in de zin van artikel 117 Sv Pro niet vooraf door een rechter te laten toetsen. De ruime beleidsvrijheid die het OM heeft, brengt mee dat de burgerlijke rechter de toepassing van die bevoegdheid slechts marginaal kan toetsen. Ingrijpen door de burgerlijke rechter kan alleen aan de orde zijn als de officier van justitie, na afweging van alle betrokken belangen, in redelijkheid niet heeft kunnen komen tot zijn beslissing om een machtiging in de zin van artikel 117 Sv Pro af te geven. In deze belangenafweging moet worden meegenomen dat het hier gaat om een levend dier, dat de machtiging tot vervreemding onomkeerbaar is en dat de hond onvervangbaar is.
Het OM heeft in redelijkheid tot de beslissing kunnen komen
4.7.
De voorzieningenrechter zet voorop dat buiten kijf staat dat [eiseres] van de hond houdt en haar dolgraag terug wil in haar gezin en dat ze bereid is daarvoor haar uiterste best te doen. De voorzieningenrechter is desondanks van oordeel dat het OM gelet op alle omstandigheden in redelijkheid tot de beslissing heeft kunnen komen om de hond te herplaatsen. Zoals het OM tijdens de mondelinge behandeling heeft gezegd, gaat het om een herplaatsing waarna de hond zal worden getraind en naar een nieuw baasje zal worden gezocht.
4.8.
De Staat heeft ter onderbouwing van zijn standpunt over de beslissing tot het verlenen van de machtiging tot vervreemding/herplaatsing van de hond verwezen naar (de Nota van toelichting op) artikel 10 lid 2 van Pro het Besluit inbeslaggenomen voorwerpen. Hieruit volgt, kort gezegd, dat het OM tot uitgangspunt neemt dat het in geval van levende dieren, zowel vanuit het oogpunt van het belang van het dier als vanwege de met bewaring gepaard gaande kosten, wenselijk is dat zo snel mogelijk een beslissing wordt genomen over de uiteindelijke bestemming, zeker als voldoende duidelijk is dat de beslagene niet in aanmerking komt voor teruggave. Dit is een uitgangspunt dat het OM, in het algemeen, in redelijkheid kan innemen.
4.9.
In de onderhavige zaak gaat het financiële argument niet op, omdat [eiseres] meermaals heeft aangeboden alle kosten voor de opvang, verzorging en opslag van de hond te dragen. Derhalve draait het in dit geschil met name om het belang van de hond.
4.9.1.
Het is niet de eerste keer dat de hond andere dieren heeft doodgebeten. Uit het proces-verbaal van bevindingen van 19 november 2025 blijkt dat voorafgaand aan het bijtincident op 16 november 2025 ten minste vier andere bijtincidenten hebben plaatsgevonden waarbij de hond schapen en katten dood heeft gebeten. Ook is de hond eenmaal vanuit de tuin van [eiseres] over de schutting naar de buren gesprongen, waar de hond de kat van de buren heeft opgejaagd.
4.9.2.
[eiseres] heeft in ieder geval al een officiële waarschuwing ontvangen in verband met de bijtincidenten. Dit heeft er niet toe geleid dat [eiseres] tijdig adequate stappen heeft ondernomen om nieuwe incidenten te voorkomen.
4.9.3.
Onweersproken is dat het OM in lijn met de ‘Instructie handelwijze bij bijtincidenten door honden (2024I004)’ heeft gehandeld. De hond is uitgebreid getest door het riskassessmentteam. Het riskassessmentteam heeft, kort samengevat, geconcludeerd dat het risico van de hond naar volwassen personen wordt ingeschat als gering en naar kinderen als matig. Ook naar andere honden wordt het risico ingeschat als gering waardoor herplaatsing van de hond wel onderzocht kan worden. Naar andere dieren – zijnde andere diersoorten dan honden – toont de hond echter zeer ernstige bijtschade te maken en toont de hond zeer hoge nadermotivatie. Het risico van de hond naar andere dieren wordt daarom als zeer hoog ingeschat. Het riskassessmentteam heeft verder geconcludeerd dat de hond niet terug naar [eiseres] kan, omdat de hond herhaaldelijk zeer ernstige bijtincidenten heeft veroorzaakt en [eiseres] ondanks waarschuwingen niet bij machte is gebleken het risico van deze hoog slachtoffernadergemotiveerde hond afdoende te mitigeren. Daarentegen is herplaatsing van de hond bij een adoptant volgens het riskassessmentteam wel mogelijk. De aanbeveling van het riskassessmentteam is daarom om de hond op een locatie te plaatsen waar herplaatsbaarheid onderzocht kan worden, de hond een muilkorf aangewend kan worden en gelijktijdig naar een geschikte adoptant gezocht kan worden. Een minder ingrijpend alternatief is niet beschikbaar.
4.9.4.
Het riskassessmentteam bestaat uit gedragsbiologen, gedragstherapeuten, dierenartsen en diertrainers. Ook worden in enkele gevallen ethici en humaan psychologen betrokken voor specialistisch advies. Het door het riskassessmentteam uitgevoerde onderzoek betreft een wetenschappelijk erkende onderzoeksmethode en het onderzoeksrapport geeft helder weer op welke wijze welke testen zijn uitgevoerd. De voorzieningenrechter gaat daarom voorbij aan het standpunt van [eiseres] dat onduidelijk is of sprake is van een onafhankelijk deskundigenonderzoek. De voorzieningenrechter ziet geen aanleiding om aan de onafhankelijkheid dan wel de deskundigheid van het riskassessmentteam te twijfelen. Dat het OM de kosten van het onderzoek heeft vergoed, leidt niet tot een andere conclusie. Daarnaast is niet gebleken dat [eiseres] aan het OM een verzoek heeft gedaan tot tegenonderzoek.
4.9.5.
[eiseres] heeft nog wel aangevoerd dat zij na het laatste bijtincident onder begeleiding van een kynologisch gedragsdeskundige is gestart met een traject gericht op training, begeleiding en risicobeheersing. In het rapport van het riskassessmentteam is deze informatie niet meegewogen, zodat het rapport volgens [eiseres] is gebaseerd op achterhaalde informatie. De voorzieningenrechter is met de Staat van oordeel dat de verklaringen van [eiseres] de uitkomst van het (wetenschappelijk erkende) onderzoek niet anders maken.
4.10.
Gelet op dit een en ander is de voorzieningenrechter van oordeel dat het OM in redelijkheid heeft kunnen komen tot de beslissing om een machtiging in de zin van artikel 117 Sv Pro af te geven en niet te wachten tot de zitting in de strafzaak. Als gevolg daarvan is deze beslissing niet onrechtmatig.
4.11.
[eiseres] heeft nog gewezen op een overweging ten overvloede van de strafrechter in de beschikking van 9 februari 2026 waardoor zij de verwachting had dat het OM ten aanzien van de hond vooralsnog geen stappen zou zetten. Het OM is echter niet gebonden aan deze overweging ten overvloede en de voorzieningenrechter heeft al overwogen dat het OM in redelijkheid tot haar besluit heeft kunnen komen.
Proceskosten
4.12.
[eiseres] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van de Staat worden begroot op:
- griffierecht € 735
- salaris advocaat € 760
- nakosten € 189 (plus de verhoging zoals vermeld in de
beslissing)
Totaal € 1.684
4.13.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

5.De beslissing

De voorzieningenrechter:
5.1.
wijst het gevorderde af;
5.2.
veroordeelt [eiseres] in de proceskosten van de Staat, begroot op € 1.684, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als [eiseres] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet [eiseres] € 98 extra betalen, plus de kosten van betekening;
5.3.
veroordeelt [eiseres] in de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 Burgerlijk Pro Wetboek over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn voldaan;
5.4.
verklaart deze kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.C. Bordes en in het openbaar uitgesproken op 25 maart 2026.
3556