Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis bij haar referent. Op 22 oktober 2025 heeft de minister alsnog een besluit genomen. Verzoekster trok daarop het beroep in en verzocht om vergoeding van de proceskosten.
De rechtbank oordeelt dat de minister door het niet tijdig beslissen en het alsnog nemen van het besluit aan verzoekster is tegemoetgekomen. Op grond van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht kan de rechtbank in dat geval de proceskosten vergoeden.
De rechtbank stelt de proceskosten vast op € 467, gebaseerd op een puntensysteem met een wegingsfactor 'licht', omdat het beroep alleen betrekking had op het niet tijdig nemen van een besluit. De minister wordt veroordeeld tot betaling van dit bedrag aan verzoekster.