Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:7453

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
2 maart 2026
Publicatiedatum
2 april 2026
Zaaknummer
C/09/681317 / FA RK 25-1650
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:253n BWArt. 1:251a BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beëindiging gezamenlijk gezag wegens verstoorde verstandhouding en belangen kinderen

Partijen zijn gehuwd geweest en hebben twee minderjarige kinderen met gezamenlijk gezag. De moeder verzoekt het gezamenlijk gezag te beëindigen en haar het eenhoofdig gezag toe te kennen, stellende dat de verstandhouding met de vader verstoord is en dat het gezamenlijk gezag niet langer in het belang van de kinderen is.

De vader is niet verschenen en heeft geen verweer gevoerd. De Raad voor de Kinderbescherming heeft geadviseerd en hulpverleningstrajecten aanbevolen, maar de vader weigerde medewerking. De kinderen gaven aan geen contact meer met de vader te willen.

De rechtbank oordeelt dat de omstandigheden zijn gewijzigd, dat het gezamenlijk gezag praktisch onuitvoerbaar is en dat het belang van de kinderen vereist dat de moeder het eenhoofdig gezag krijgt. Het subsidiaire verzoek behoeft geen bespreking meer.

Uitkomst: De rechtbank kent het eenhoofdig gezag toe aan de moeder wegens verstoorde verstandhouding en het belang van de kinderen.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 25-1650
Zaaknummer: C/09/681317
Datum beschikking: 2 maart 2026

Gezag

Beschikking op het op 5 maart 2025 ingekomen verzoek van:

[de moeder] ,

de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. S. Salhi te Rijswijk.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de vader] ,

de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van het verzoekschrift, met bijlagen.
Op 2 februari 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank bij het Wijkcentrum in Den Haag Zuidwest behandeld. Hierbij zijn verschenen: de moeder met haar advocaat en namens de Raad voor de kinderbescherming (de Raad) [naam] . De vader is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.
De minderjarigen [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] hebben zich in raadkamer uitgelaten over het verzoek. Tevens heeft de minderjarige [de minderjarige 1] schriftelijk laten weten wat ze van het verzoek vindt.

Feiten

- Partijen zijn gehuwd geweest van 7 augustus 2009 tot 21 december 2016.
- Zij zijn de ouders van de volgende nog minderjarige kinderen:
- [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2012 te [geboorteplaats 1] ,
- [de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2015 te [geboorteplaats 1] .
- De kinderen hebben de hoofdverblijfplaats bij de moeder.
- De ouders oefenen het gezamenlijk gezag over de kinderen uit.

Verzoek en verweer

Het verzoekschrift strekt tot beëindiging van het gezamenlijk gezag, in die zin dat de moeder thans verzoekt:
primair te bepalen dat de moeder voortaan alleen belast zal zijn met het ouderlijk
gezag over de kinderen;
subsidiair toestemming te verlenen, welke toestemming die van de vader vervangt,
ten behoeve van [de minderjarige 1] :
- voor de aanmelding van hulpverlening bij Family Supporters en Valance; en
- voor de aanvraag van een Nederlands paspoort;
voor zover mogelijk met uitvoerbaar bij voorraad.
De moeder doet haar verzoek steunen op de stelling dat de omstandigheden zijn gewijzigd.
De vader heeft geen verweer gevoerd.

Voorgeschiedenis

Uit de stukken in deze procedure en wat op de zitting is besproken, is de rechtbank het volgende gebleken.
Bij beschikking van 2 november 2016 (zaaknummer C/09/511480 / FA RK 16-3888) is de echtscheiding tussen partijen uitgesproken en is –voor zover hier relevant– een ouderschapsplan opgenomen in de beschikking. In het ouderschapsplan is onder meer overeengekomen dat de ouders het gezamenlijk gezag over de kinderen blijven uitoefenen en is er een zorgregeling afgesproken, waarbij de kinderen iedere zaterdag van 11.00 uur tot 18.30 uur bij de vader verblijven.
Bij (tussen)beschikking van 23 december 2022 (zaaknummer C/09/634226 / FA RK
22-5522) heeft deze rechtbank het verzoek van de moeder om haar alleen met het gezag over de kinderen te belasten afgewezen en zijn de verzoeken ten aanzien van de zorgregeling aangehouden in afwachting van de resultaten van een raadsonderzoek en het traject Ouderschapsbemiddeling en Omgangsbegeleiding.
Op 30 oktober 2023 heeft de Raad geadviseerd de zaak aan te houden tot 1 mei 2024 in afwachting van de resultaten en rapportage van de hulpverlening (Jeugdformaat). De Raad heeft diverse hulpverlening voor het gezin geadviseerd. Zo is voor de moeder traumabehandeling bij de GGZ aangeraden, zodat zij meer ruimte krijgt om de kinderen neutraal te begeleiden in het traject van contactherstel met de vader. Voor de vader is psycho-educatie over de (algehele) ontwikkeling van de kinderen en over het thema grenzen en privacy vanuit Jeugdformaat geadviseerd. Verder is Omgangsbegeleiding via Jeugdformaat aanbevolen en daarnaast voor beide ouders het traject Ouderschap Blijft dan wel Parallel Solo Ouderschap. Ook voor de kinderen heeft de Raad hulpverlening geadviseerd. Voor [de minderjarige 2] werd hulpverlening via speltherapie passend gevonden. Voor [de minderjarige 1] moest passende hulpverlening nog worden gezocht, gelet op haar bijzondere behoeftes.
Bij (tussen)beschikking van 19 januari 2024 heeft deze rechtbank de verzoeken ten aanzien van de zorgregeling opnieuw aangehouden in afwachting van de resultaten van de hulpverleningstrajecten. Na de zitting van 19 december 2023 is gebleken dat het traject Parallel Solo Ouderschap bij Kracht het meest passend is voor de ouders en dat zij hiervoor op een wachtlijst staan.
Voor [de minderjarige 1] is uiteindelijk passende hulpverlening gevonden via Family Supporters. Daarnaast is hulpverlening via haar school geadviseerd, zodat [de minderjarige 1] een buddy via Valence krijgt. De vader weigerde echter de benodigde toestemming voor de hulpverleningstrajecten te geven.
Kort voor de zitting van 4 maart 2025 heeft de vader bij bericht van 25 februari 2025 zijn zelfstandig verzoek in de zaak bekend onder zaaknummer C/09/634226 / FA RK 22-5522 ingetrokken en laten weten geen verweer te voeren. Tevens heeft de advocaat van de vader zich onttrokken in de procedure. De vader is ook niet op de zitting verschenen om het verzoek van de moeder te weerspreken. Bij beschikking van 15 april 2025 heeft deze rechtbank het verzoek van de moeder om de vader de omgang te ontzeggen afgewezen. Daarbij heeft de rechtbank overwogen dat formeel de omgangsregeling tussen de vader en de kinderen zoals opgenomen in het ouderschapsplan zal gelden, maar dat dit niet in het belang van de kinderen is. Overwogen is dat als de vader omgang met de kinderen wenst, dat hij dan contact moet opnemen met de moeder dan wel de hulpverleningsinstanties dan wel via een advocaat een verzoek hiertoe bij de rechtbank moet indienen.

Beoordeling

Gezag
Ter onderbouwing van haar verzoek voert de moeder aan dat het voortduren van het gezamenlijk gezag ervoor zorgt dat de kinderen klem en verloren raken tussen de ouders en dat hierin niet binnen afzienbare tijd verandering komt. Wijziging van het gezag is dan ook in het belang van de kinderen noodzakelijk. Volgens de moeder is de verstandhouding tussen partijen verstoord en is hierin, ondanks de diverse geadviseerde maar vanwege de vader niet gestarte hulpverlening, geen verandering gekomen. De moeder stelt niet met de vader te kunnen overleggen en gezamenlijk tot belangrijke beslissingen over de kinderen te kunnen komen. Daarnaast heeft de vader de afgelopen periode diverse gezagsbeslissingen gefrustreerd. In december 2024 heeft hij geweigerd voor [de minderjarige 1] de benodigde toestemming te verlenen, zodat zij zou kunnen starten met hulpverlening via Family Supporters en een buddy via Valence. Ook heeft de vader zijn medewerking geweigerd voor de aanvraag van een Nederlands paspoort voor [de minderjarige 1] . De moeder stelt dat het voor haar praktisch onuitvoerbaar is nog langer met de vader het gezag gezamenlijk uit te oefenen
De Raad heeft op de zitting aangegeven het heel goed te begrijpen dat de moeder dit verzoek opnieuw doet. De Raad heeft de vader geprobeerd te betrekken, maar dit heeft niet geholpen. De situatie is niet verbeterd.
De rechtbank overweegt dat het wettelijk uitgangspunt is dat ouders na uiteengaan gezamenlijk het gezag over de kinderen blijven uitoefenen. Op grond van artikel 1:253n van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de rechtbank echter het gezamenlijk gezag op verzoek van de niet met elkaar gehuwde ouders of één van hen beëindigen, indien nadien de omstandigheden zijn gewijzigd of bij het nemen van de beslissing van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan. Op grond van het tweede lid van dit artikel zijn de gronden van artikel 1:251a eerste en derde lid BW van overeenkomstige toepassing. Het gezamenlijk gezag kan dus worden beëindigd indien a) er een onaanvaardbaar risico is dat het kind klem of verloren zou raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zou komen, of indien b) wijziging van het gezag anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is. Voor gezamenlijk gezag is vereist dat ouders in feite in staat zijn tot een behoorlijke gezamenlijke gezagsuitoefening en dat zij beslissingen van enig belang over hun kind in gezamenlijk overleg kunnen nemen, althans ten minste in staat zijn vooraf afspraken te maken over situaties die zich rond het kind kunnen voordoen.
De rechtbank begrijpt dat sinds het vorige verzoek van de moeder met dezelfde strekking in 2022, dat bij beschikking van deze rechtbank van 23 december 2022 is afgewezen, de situatie rond de gezagsuitoefening met betrekking tot de kinderen is verslechterd. Daarbij vindt de rechtbank het van belang dat ondanks de diverse geadviseerde maar niet gestarte hulpverleningstrajecten de verstandhouding tussen de ouders is verslechterd, er nog steeds geen contact is tussen de vader en de kinderen en dat de vader de afgelopen periode zijn medewerking aan diverse gezagsbeslissingen heeft geweigerd. Daarom is naar het oordeel van de rechtbank sprake van een wijziging van omstandigheden, als hiervoor bedoeld. Dat betekent dat de moeder kan worden ontvangen in haar verzoek.
De rechtbank is van oordeel dat voldoende is komen vast te staan dat de kinderen klem en verloren dreigen te raken tussen de ouders als het gezamenlijk gezag wordt gehandhaafd. De moeder heeft voldoende onderbouwd dat zij wordt belemmerd in het nemen van gezagsbeslissingen, zoals rond de aanvraag voor het paspoort en het inzetten van hulpverlening via Family Supporters en een buddy via Valence voor [de minderjarige 1] . Uit de houding van de vader leidt de rechtbank af dat hij blijkbaar feitelijk niet langer invulling wil en/of kan geven aan zijn ouderlijk gezag. Het is voor de moeder daardoor praktisch onuitvoerbaar het gezag gezamenlijk met de vader uit te oefenen. Dit zorgt voor onzekerheid bij de moeder, wat ook zijn weerslag heeft op de kinderen. Niet is te verwachten dat binnen afzienbare tijd verandering in deze situatie zal komen. Zo zijn diverse pogingen om de ouders nader tot elkaar te brengen –mede vanwege de houding van de vader– niet gelukt. Bovendien heeft de vader, die –hoewel hij behoorlijk is opgeroepen– niet op de zitting is verschenen, de door de moeder geschetste feiten en omstandigheden niet weersproken. Verder betrekt de rechtbank dat de kinderen in de kindgesprekken hebben aangegeven dat zij vervelende herinneringen hebben aan het contact met de vader en geen contact meer met hem willen. Dit maakt dat de vader niet meer betrokken is in het leven van de kinderen en hierdoor ook moeilijk gezagsbeslissingen over hen zal kunnen nemen samen met de moeder. Het voorgaande maakt dat de rechtbank van oordeel is dat voldaan is aan de criteria voor wijziging van het gezag. De rechtbank zal daarom het verzoek van de moeder toewijzen en bepalen dat zij voortaan belast is met het eenhoofdig gezag over de kinderen.
Omdat het primaire verzoek van de moeder zal worden toegewezen behoeft het subsidiaire verzoek geen bespreking meer.

BeslissingDe rechtbank:

*
bepaalt dat voortaan alleen aan de moeder, [de moeder] , geboren op [geboortedatum 3] 1987
te [geboorteplaats 2] , [land] , het gezag zal toekomen over de minderjarigen:
- [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2012 te [geboorteplaats 1] ,
- [de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2015 te [geboorteplaats 1] ;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. C.L. Strop, kinderrechter, bijgestaan door
mr. M.G. Coopmans-Veraa als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
2 maart 2026.