Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:7369

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
31 maart 2026
Publicatiedatum
1 april 2026
Zaaknummer
NL26.14986
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:83 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverantwoordelijkheid Kroatië

Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 11 maart 2026 waarbij de minister van Asiel en Migratie de asielaanvraag niet in behandeling nam, omdat Kroatië als Dublinlidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening zonder zitting afgewezen, mede omdat op dezelfde dag in een gerelateerde zaak uitspraak is gedaan, waardoor een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk was.

De rechtbank oordeelt dat de overdracht van verzoeker naar Kroatië als Dublinclaimant rechtmatig is en dat er geen gronden zijn om het bestreden besluit te vernietigen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen.

Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wegens Dublinverantwoordelijkheid Kroatië wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.14986

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[verzoeker] , verzoeker,

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. A. Akhiat),
en

de minister van Asiel en Migratie.

Procesverloop

Bij het besluit van 11 maart 2026 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van verzoeker niet in behandeling genomen, omdat Kroatië verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter doet uitspraak zonder zitting op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Overwegingen

1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL26.14985, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan op 31 maart 2026 door mr. M.L. Weerkamp, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S.D.C.J. Verheezen, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.