ECLI:NL:RBDHA:2026:7366
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen niet-inwilliging asielaanvraag wegens verantwoordelijkheidsverdeling met Duitsland
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 11 maart 2026 waarbij de minister van Asiel en Migratie de asielaanvraag niet in behandeling heeft genomen omdat Duitsland daarvoor verantwoordelijk is. Verzoeker verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening zonder zitting behandeld en op 31 maart 2026 afgewezen. De rechtbank verwijst naar een gelijktijdige uitspraak in zaaknummer NL26.13677 waarin het beroep inhoudelijk is behandeld. Op grond daarvan wordt het verzoek als kennelijk ongegrond beschouwd.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open, waardoor de beslissing definitief is.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag is afgewezen.