ECLI:NL:RBDHA:2026:7362
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrondverklaring beroep tegen niet tijdig besluit gezinshereniging met oplegging dwangsom
Eiser stelde op 28 oktober 2024 beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf voor gezinshereniging. De rechtbank verklaarde dit beroep op 15 januari 2025 gegrond en stelde een termijn van acht weken voor het nemen van een besluit, met een dwangsom bij overschrijding.
Op 9 september 2025 stelde eiser opnieuw beroep in wegens het uitblijven van een besluit. Verweerder had nog steeds geen besluit genomen, ondanks het eerder opgelegde dwangsom. Verweerder voerde het fifo-principe aan en verzocht om een lagere dwangsom.
De rechtbank oordeelde dat de eerdere termijn en dwangsom onvoldoende waren gebleken om tot besluitvorming te leiden. Daarom werd verweerder opgedragen binnen twee weken na deze uitspraak alsnog een besluit te nemen en werd een dwangsom van € 200 per dag met een maximum van € 15.000 opgelegd. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het niet tijdig genomen besluit en legt een dwangsom op aan verweerder met een termijn van twee weken voor besluitvorming.