ECLI:NL:RBDHA:2026:7354
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrond beroep tegen niet tijdig besluit gezinshereniging met oplegging dwangsom
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van gezinshereniging voor zijn vrouw en kinderen. Eerder had de rechtbank een termijn gesteld waarbinnen de minister een besluit moest nemen, maar deze termijn werd niet nageleefd.
De rechtbank oordeelt dat het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond is omdat de minister nog steeds geen besluit heeft genomen. De rechtbank legt een dwangsom van € 200 per dag op met een maximum van € 15.000 vanwege de overschrijding van de termijn. Een verzoek tot vaststelling van een nieuwe dwangsom wordt afgewezen omdat reeds een dwangsom is vastgesteld in de eerdere uitspraak.
Daarnaast wordt de minister veroordeeld in de proceskosten van eiser, vastgesteld op € 467. De uitspraak is gedaan door rechter A.C.J. van Dooijeweert en griffier S.D.C.J. Verheezen en openbaar gemaakt op 31 maart 2026.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het niet tijdig genomen besluit en legt een dwangsom op aan de minister.